Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Identificeren van en proactieve zorgplanning bij palliatieve patiënten met de huisarts als coördinator

De zorg voor patiënten met een beperkte levensverwachting ten gevolge van ongeneeslijke kanker of vergevorderde stadia van chronische aandoeningen wordt steeds belangrijker. Omdat de meeste palliatieve patiënten, ook als ze onder behandeling zijn van een specialist, thuis zijn en liefst ook thuis willen sterven, is de huisarts de aangewezen persoon om het zorgtraject in samenspraak met patiënt en specialist te coördineren. Echter, huisartsen hebben geen goed overzicht van de palliatieve patiëntenpopulatie in hun praktijk. Hoewel huisartsen palliatieve zorg als hun taak beschouwen, ontbreekt vaak een proactief zorgplan.

Doel

Ons doel was dat deelnemende huisartsen hun palliatieve patiënten kunnen identificeren en een actueel, individueel proactief zorgplan opstellen voor elke palliatieve patiënt in hun praktijk. Zodat de medische besluitvorming in een vroeger stadium en dus proactief in plaats van reactief plaatsvindt en dat alle betrokken hulpverleners op de hoogte zijn van het actuele palliatieve beleid.

Aanpak/werkwijze

Met dit innovatieve onderzoeksproject onderzochten we de mogelijkheid om met behulp van training van huisartsen en het aanreiken van handvatten tot een proactieve zorgplanning te komen, met de huisarts als coördinator. Daarnaast evalueerden we de effecten van proactieve zorgplanning.

Samenwerkingspartners

We werkten samen met het Integraal Kankercentrum Nederland, Erasmus MC, NAPC en Canisius Wilhelmina Ziekenhuis. 

Resultaten

We ontwikkelden 3 sets van indicatoren voor kanker, COPD en hartfalen om patiënten die baat lijken te hebben bij palliatieve zorg vroeg te identificeren. En we maakten voor huisartsen een handzame indicatorkaart en een trainingsprogramma over hoe de indicatoren te gebruiken en hoe een proactief zorgplan op te stellen.

Met een cluster-gerandomiseerde studie is het effect van proactieve zorgplanning geëvalueerd. Ondanks positieve reacties van patiënten en huisartsen op de aanpak zijn effecten op harde uitkomstmaten zoals het aantal contacten met de dokterspost, plaats van overlijden en het percentage heropnames uitgebleven.

ZonMw en palliatieve zorg

Dit project financieren we vanuit ons Onderzoeksprogramma palliatieve zorg. Met het programma zetten we ons in voor een goede kwaliteit van leven voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn en hun naasten. Dat betekent dat zij zorg en ondersteuning krijgen op lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel vlak, aansluitend op hun wensen en behoeften. We stimuleren verbetering in de palliatieve zorg door samen met partijen uit beleid, onderzoek, praktijk en het onderwijs te investeren in kennisontwikkeling, verdere professionalisering van de palliatieve zorg en kennisbenutting van ontwikkelde resultaten. 

Producten

Titel: Training general practitioners in early identification and anticipatory palliative care planning: a randomized controlled trial
Auteur: Thoonsen, B., Vissers, K., Verhagen, S., Prins, J., Bor, H., van Weel, C., Groot, M., & Engels, Y.
Magazine: BMC family practice
Link: https://projecten.zonmw.nl/sites/zonmw/files/typo3-migrated-files/Artikel_in_BMC_Family_Practice.pdf
Titel: Early identification of palliative care patients in general practice: development of RADboud indicators for PAlliative Care Needs (RADPAC)
Auteur: Thoonsen, B., Engels, Y., van Rijswijk, E., Verhagen, S., van Weel, C., Groot, M., & Vissers, K.
Magazine: The British journal of general practice : the journal of the Royal College of General Practitioners
Link: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22947583/

Verslagen


Eindverslag

Huisartsen vinden palliatieve zorg een belangrijk onderdeel van hun takenpakket, maar ze vinden het moeilijk. Zeker nu palliatieve zorg reeds in een vroeger stadium van een ongeneeslijke, dodelijke ziekte ingezet zou moeten worden, blijkt dit lastig te implementeren. Hoe weet je welke patiënten in je praktijk hiervoor in aanmerking komen? En hoe ga je dan daadwerkelijk met deze patiënten aan de slag? In dit project hebben we hier oplossingen voor proberen aan te dragen, en dit getest in een gerandomiseerde gecontroleerde studie. 1. we hebben drie set van indicatoren ontwikkeld, de RADPAC (mbv literatuuronderzoek, focusgroepen en een Delphiprocedure) die huisartsen kunnen triggeren om palliatieve zorg te starten bij een patiënt. 2. We hebben op een gestructureerde manier op een handzaam kaartje in kaart gebracht welke aspecten meegenomen moeten worden bij een patiënt (lich. asp; psychosociaal; adl; financieel; spiritueel) waarbij zowel rekening wordt gehouden met bestaande problemen als te verwachten scenario's. 3. We hebben een training ontwikkeld voor huisartsen waarin ze leren deze indicatoren en structuur toe te passen. 4. Huisartsen die geïnteresseerd waren om deel te nemen werden gerandomiseerd in een controle- of interventieconditie. De huisartsen in de interventiegroep werden getraind en uitgenodigd patiënten op deze manier te gaan identificeren en een zorgplan te ontwikkelen en uit te voeren. Met betrekking tot elke patiënt voor wie de huisarts vervolgens een zorgplan in concept klaar had, werd dit besproken met een consulent palliatieve zorg. 5. Tijdens een terugkombijeenkomst een half jaar na start, bleken huisartsen moeite te hebben om met name bij patiënten met COPD of met hartfalen het gesprek aan te gaan waarin palliatieve zorg, dus ook het einde van het leven, ter sprake kwam. Om die reden is hier een volgende bijeenkomst met simulatiepatiënten mee geoefend. Na afloop van de interventieperiode is met behulp van vragenlijsten aan huisarts en aan praktijkassistente nagegaan of er verschillen waren in plaats van overlijden, ziekenhuisopnames en contacten met dokterspost. Op deze harde uitkomstmaten vonden we geen verschillen tussen interventie- en controlegroep. Wel bleken patiënten erg tevreden met deze aanpak, vonden huisartsen de handvatten erg prettig en bleven ze deze ook gebruiken. Er zijn diverse kenmerken van de studie die bijgedragen kunnen hebben aan het uitgebleven effect. ZOwel de huisartsen in de interventiegroep als die in de controlegroep waren erg gemotiveerd, en schatten in het begin van de studie hun competentie om palliatieve zorg te verlenen al hoog in. Daarnaast zijn veel patiënten primair bij de medisch specialist onder controle, waardoor deze niet direct in beeld zijn bij de huisarts. Bovendien zijn huisartsen niet goed op de hoogte met wat de specialist wel en niet al met deze patienten besproken heeft. Om die redenen raden we aan om in een soortgelijke studie een design te kiezen waarin niet alleen gekeken kan worden naar deze harde uitkomstmaten maar ook kwaliteit van leven e.d. in beide groepen patiënten mee te nemen. Ook raden we aan om de identificatie (ook) bij de medisch specialist te leggen, en een nauwere samenwerking te zoeken tussen specialist en huisarts.
Voortgangsverslag behorende bij het project: 'identificatie van en proactieve zorgplanning bij palliatieve patiënten met de huisarts als coördinator' Dit verslag is als pdf bijgevoegd. Evenals een VIP.

Kenmerken

  • Projectnummer:
    11500002
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2007
    2011
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    Prof. dr. K.C.P. Vissers