Implementatie van het gebruik van geavanceerde sensortechnologie voor het meten van therapietrouwheid bij patiënten met voorgeschreven afneembare voorzieningen
Sensor meet therapietrouw
Veel diabetespatiënten hebben een afneembare loopbrace of orthopedisch schoeisel. Vaak dragen zij die echter minder vaak dan voorgeschreven. Dit beïnvloedt de effectiviteit van de behandeling. Behandelaars hebben behoefte aan een betrouwbare methode om deze mate van therapietrouw in kaart te brengen, zodat zij daarop kunnen inspelen. Dit project is gericht op diabetespatiënten met orthopedisch schoeisel of afneembaar gips voor genezing of ter voorkoming van ontstekingen aan de voeten. Met een kleine sensor aan de binnenkant van schoenen of gips is gemeten of patiënten de voorziening dragen.
Doel
Het einddoel van dit project was het invoeren van de methode om met een sensor de mate van therapietrouw te meten bij diabetespatiënten. Met de methode kunnen behandelaars de effectiviteit van de inzet van schoeisel of gips beoordelen. Vervolgens kunnen zij maatregelen nemen om de therapietrouw en daarmee de effectiviteit te vergroten of het behandelbeleid aanpassen.
Verslagen
Eindverslag
In dit project werd een proefimplementatie gedaan van het gebruik van geavanceerde sensortechnologie voor het objectief bepalen van de therapietrouw in het dragen van afneembare voorzieningen zoals orthopedisch schoeisel bij diabetes patiënten. Hiertoe werd binnen de patiëntenzorg bij 40 diabetes patiënten met een voetwond of een hoog risico op voetwonden een sensor aangebracht in de schoen en een stappenteller rond de enkel waarmee het schoengebruik tijdens lopen werd gemeten. In een kleine geselecteerde groep patiënten met een laag gemeten therapietrouw, werd via motiverende gesprekvoering getracht de therapietrouw te verbeteren. De therapietrouw varieerde van 9% tot 99% van de stappen dat de voorschreven schoen of voorziening gedragen werd. De gebruiksvriendelijkheid en haalbaarheid van de metingen bleek op patiëntenniveau goed te zijn, met slechts enkele patiënten die praktische problemen aangaven en niet graag opnieuw gemeten wilde worden. Ook op het niveau van de behandelaars en het management werd de haalbaarheid als goed beschouwd, maar, gezien de tijdsinvestering, wel onder de voorwaarden dat slechts een geselecteerde groep van hoogrisico patiënten, dat verondersteld therapieontrouw is, gemeten wordt. Als gevolg van motiverende gespreksvoering nam de therapietrouw met minimaal 10% toe, met soms hogere percentages voor het binnenshuis gebruik kan schoeisel. Concluderend kan gesteld worden dat de objectieve meting van therapietrouw in het dragen van afneembare voorzieningen bij diabetes patiënten een zeer waardevolle, gebruiksvriendelijke en haalbare methode is die onder bepaalde voorwaarden toegepast kan worden in de klinische praktijk.