Vroegtijdige signalering van psychotrauma gerelateerde stoornissen bij kinderen en adolescenten: ontwikkeling van een trauma screeningslijst
Vraagstuk
Ingrijpende gebeurtenissen, zoals een ongeluk of geweld, kunnen leiden tot posttraumatische stressklachten, zoals slaapproblemen of somberheid. Als kinderen worden aangemeld bij jeugdzorg, is niet altijd duidelijk of hun klachten misschien door zo’n gebeurtenis zijn ontstaan. Kan een korte en gebruiksvriendelijke screeningslijst helpen bij het signaleren van posttraumatische stressklachten?
Onderzoek
Bij vierhonderd kinderen en hun ouders zijn vragenlijsten en interviews afgenomen over klachten. De (vertaalde) CRIES-13 is onderzocht en er is gekeken of de kortere variant (CRIES-8) net zo goed werkt.
Uitkomst
De internationaal veel gebruikte CRIES-13 is ook in Nederland een betrouwbaar en valide instrument voor het screenen op posttraumatische stressklachten bij kinderen. De onderzoekers bevelen de CRIES-13 aan boven de kortere CRIES-8, omdat de CRIES-13 iets beter screent op PTSS.
Producten
Auteur: Eva Verlinden
Auteur: Eva Verlinden1,2*, Mirjam Schippers1, Els P. M. Van Meijel1,2, Renée Beer2, Brent C. Opmeer3, Miranda Olff4, Frits Boer1,2 and Ramón J. L. Lindauer
Auteur: Eva Verlinden, Brent C. Opmeer, Els P. M. Van Meijel, Renée Beer, Carlijn De Roos, Iva A. E. Bicanic, Francien Lamers-Winkelman, Miranda Olff, Frits Boer and Ramón J. L. Lindauer
Verslagen
Eindverslag
Het doel van het huidige onderzoek is het ontwikkelen van een korte, gebruiksvriendelijke en goed gevalideerde trauma screeningslijst voor het signaleren van posttraumatische stress klachten bij kinderen. Uit internationaal onderzoek is gebleken dat de Children’s Revised Impact of Event Scale (CRIES-13), een geschikt instrument is voor het screenen op posttraumatische stressklachten. De CRIES-13 is vertaald in het Nederlands en zal worden gevalideerd door de scores op deze vragenlijst af te zetten tegen de resultaten van een klinisch interview (ADIS-C). Er zijn tevens aanwijzingen dat de verkorte versie (CRIES-8) net zo goed werkt als de CRIES-13. Dit zal in het onderzoek worden bekeken. Co-morbide klachten, zoals depressieve gevoelens, angstklachten en gedragsproblemen kunnen zich eveneens vaak voordoen na een traumatische gebeurtenis, maar worden momenteel niet door de CRIES-13 gesignaleerd. In het huidige onderzoek zal worden bekeken of het toevoegen van een aantal aanvullende vragen gericht op deze co-morbide klachten een meerwaarde geeft.
Het onderzoek wordt uitgevoerd bij kinderen van 8 tot 18 jaar, die één of meer traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt.
Op 1 maart 2008 is het onderzoek formeel van start gegaan. De Medisch Ethische Commissie (MEC) van het AMC heeft geoordeeld dat dit onderzoek niet valt onder de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO). Dit impliceert dat een formele beoordeling door een erkende medsich-ethische toetsingscommissie niet vereist is.
Met succes is per 1 april 2008 de promovendus aangesteld. Per 1 juni 2008 zijn de onderzoeksassistenten van start gegaan op de betreffende locaties (regio's Haarlem, Leiden en Utrecht). De onderzoeksassistenten hebben het onderzoek op de betreffende locaties geïmplementeerd en zijn gestart met de pilot.
In oktober 2008 is de pilotfase afgerond en geëvalueerd. Naar aanleiding van de evaluatie zijn praktische knelpunten opgelost. Alle cliënten uit de pilot kunnen worden meegenomen in het onderzoek. Op 6 november 2008 is de inclusie officieel van start gegaan bij alle psychotraumacentra. De inclusieperiode loopt van november 2008 t/m februari 2011. Het te behalen doel is 400 cliënten. Halverwege 2009 is gestart met de besprekingen om de inclusie op te starten bij Bureau Jeugdzorg. De verschillende locaties van Bureau Jeugdzorg Amsterdam, Bureau Jeugdzorg Leiden en Bureau Jeugdzorg Haarlem zijn allen rond eind 2009/begin 2010 van start gegaan met de inclusie. Bureau Jeugdzorg Utrecht heeft zich teruggetrokken uit het onderzoek en zal niet verder deelnemen.
De inclusie is op alle locaties voorspoedig verlopen. In februari 2011 waren voldoende cliënten geïncludeerd in het onderzoek en zijn de onderzoeksassistenten hun werkzaamheden gaan afronden. De behaalde inclusie is 398 kinderen. Per 1 maart 2011 zijn de onderzoeksassistenten vertrokken. Inmiddels zijn we volop bezig om op alle locaties een eindpresentatie te geven ter afsluiting van het project. De promovendus gaat het komende jaar aan de slag met de data. Deze zal eerst gecontroleerd en verwerkt moeten worden alvorens resultaten worden gepresenteerd. Daarnaast is er begin 2010 een subonderzoek uitgevoerd op scholen. Met dit subonderzoek is data verzameld van een niet-klinische groep kinderen. Ook de resultaten van dit subonderzoek zullen spoedig worden gepubliceerd.
Presentaties en implementatie:
Het onderzoek is intern gepresenteerd bij alle psychotraumacentra en Bureau Jeugdzorg. Eind april 2008 is het onderzoek gepresenteerd op het internationale kinder- en jeugd psychiatriecongres (IACAPAP) in Istanbul. In juni 2009 is het onderzoek gepresenteerd op de European Conference on Traumatic Stress (ECOTS) in Oslo. In juni 2010 zijn (voorlopige) resultaten van het subonderzoek gepresenteerd op het internationale kinder- en jeugd psychiatriecongres (IACAPAP) in Beijing. Deze presentatie is nogmaals herhaald op het voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVVP) in maart 2011. Op het congres van de Nederlandstalige Vereniging voor Psychotrauma (NtVP)s is meegewerkt aan een workshop over “Psychotraumaonderzoek in Nederland; een archipel van kansen voor psychotraumaonderzoek in Nederland”. Volgens planning zullen we eind dit jaar de resultaten van het onderzoek gaan presenteren op het congres van de International Society for Traumatic Stress Studies (ISTSS).
Daarnaast zijn de projectgegevens aangemeld bij de ESTSS database voor trauma-onderzoek. Contacten zijn gelegd met het VIB (Verbeterde Indicatie Bureaus Jeugdzorg) in verband met de landelijke implementatie van de toekomstige screeningslijst. Op de verschillende locaties die hebben meegewerkt aan het onderzoek worden momenteel eindpresentaties verzorgd waarbij tevens wordt toegewerkt naar een implementatie van het toekomstige instrument en een goed samenwerkingsverband.