Proclion - Prospective evaluation of interventions for critical limb ischemia
Kritieke ischemie van het been (CLI) is een vergevorderd stadium van perifeer vaatlijden, dat wordt gekenmerkt door pijn of wonden door onvoldoende doorbloeding van het been. CLI gaat gepaard met een grote kans op amputatie van het been. Patiënten met CLI hebben een slechte overleving vanwege hun hoge leeftijd en bijkomende ziektes. De doorbloeding van het been kan met een “Dotter” behandeling (PTA) of een bypassoperatie worden verbeterd, maar dit soort ingrepen kunnen complicaties geven bij deze kwetsbare patiënten. Daarnaast is er 20% kans op spontaan herstel.
In het PROCLION onderzoek vonden wij dat bij deze patiënten de uitkomsten van een conservatief beleid niet slechter waren dan een PTA of operatie die zonder nadelige gevolgen kan worden uitgesteld. Dit is minder belastend, verslechtert de gezondheidsuitkomst niet en levert een kostenbesparing van €5200,- per patiënt op.
Richtlijn
Bekijk de bijbehorende richtlijn in de FMS Richtlijnendatabase.
Verslagen
Eindverslag
Kritieke ischemie van het been (CLI) is een vergevorderd stadium van perifeer vaatlijden, dat wordt gekenmerkt door pijn of wonden door onvoldoende doorbloeding van het been. CLI gaat gepaard met een grote kans op amputatie van het been. Patiënten met CLI hebben een slechte overleving vanwege hun hoge leeftijd en bijkomende ziektes. De doorbloeding van het been kan met een 'Dotter' behandeling (PTA) of een bypassoperatie worden verbeterd, maar dit soort ingrepen kunnen complicaties geven bij deze kwetsbare patiënten. Daarnaast is er 20% kans op spontaan herstel. In het PROCLION onderzoek vonden wij dat bij deze patiënten de uitkomsten van een conservatief beleid niet slechter waren dan een PTA of operatie die zonder nadelige gevolgen kan worden uitgesteld. Dit is minder belastend, verslechtert de gezondheidsuitkomst niet en levert een kostenbesparing van €5200,- per patiënt op.
In het prospectieve multicenter observationele Proclion onderzoek werden 365 patienten met kritieke ischemie 12 maanden gevolgd. Een gerandomiseerd onderzoek was niet mogelijk, omdat de richtlijn voor deze patiënten altijd optimale revascularisatie adviseert. Met behulp van propensity score matching werden 2 groepen patiënten gedefinieerd: een groep van 121 patiënten die direct na inclusie een revascularisatie kregen (invasieve groep) en een groep van 121 patiënten die tenminste 6 weken na inclusie conservatief werden behandeld, en als nodig daarna een revascularisatie (conservatieve groep). Na 12 maanden had van de invasieve groep 21.5% een major amputatie (boven de enkel) ondergaan, was 13.8% overleden en was de amputatievrije overleving (AFS) 68.6%. Van de conservatief behandelde patiënten had 11,6% een major amputatie ondergaan, was 17,2% overleden en was de AFS 70%. In een analyse van 54 volledig conservatief behandelde patiënten, gematcht met 108 invasief behandelde patiënten waren de resultaten vergelijkbaar, AFS 71,2%,respectievelijk 76,4%. In de kostenanalyse leverde een conservatieve behandeling een besparing op van €5200,- per patiënt.