Non-invasive diagnosis and treatment of neonatal jaundice in primary care
Geelzien bij pasgeboren baby’s is een natuurlijk verschijnsel en komt vaak voor. Bij de meeste baby’s verdwijnt dit vanzelf. Echter, soms kan het gehalte bilirubine, dat geelzien veroorzaakt, heel hoog worden en hersenschade veroorzaken. Het is dus belangrijk om ernstig geelzien bij baby’s op tijd te herkennen en te behandelen. In het STARSHIP-onderzoek is bij bijna 3000 baby’s onderzocht hoe we herkenning en behandeling van geelzien kunnen verbeteren buiten het ziekenhuis.
Het was onzeker of ernstig geelzien kon worden voorkomen door een huidmeter te gebruiken bij elke baby, maar
mogelijk wel als de baby (een beetje) geel zag. We zagen dat behandeling van geelzien veilig kon gebeuren buiten het ziekenhuis. Dit leidde tot 80% minder ziekenhuisopnames en grote oudertevredenheid. Verder onderzoek kan helpen om duidelijk te maken hoe de huidmeter het beste kan worden ingezet bij baby’s buiten het ziekenhuis. Behandeling van geelzien buiten het ziekenhuis kan ziekenhuisopnames voorkomen.
Verslagen
Eindverslag
Achtergrond
Geelzucht bij pasgeborenen ten gevolge van een te hoog bilirubine gehalte komt veel voor. Hoewel dit meestal onschuldig is, kan ernstige hyperbilirubinemie leiden tot hersenschade en levenslange handicaps. Herkenning van geelzucht berust nog primair op visuele inspectie van de huid. Behandeling met fototherapie vindt vrijwel altijd plaats in het ziekenhuis.
Doelstellingen
In het STARSHIP onderzoek onderzochten we bij (bijna) á terme pasgeborenen opgenomen in een eerstelijns geboortecentrum de (kosten)effectiviteit van: 1) dagelijks screenen op geelzucht met een huidmeter (transcutane bilirubinemeter, TcB) om ernstige hyperbilirubinemie te voorkomen en 2) behandeling met fototherapie in eerstelijns geboortecentra om ziekenhuisopnames te voorkomen.
Onderzoeksdesign
We voerden een factorial stepped-wedge cluster RCT uit in 7 eerstelijns geboortecentra in Nederland. In de controlefase werd conform standaardbeleid gescreend op geelzien via visuele inspectie en werd een baby bij noodzaak tot fototherapie opgenomen in het ziekenhuis. In de eerste interventiefase werd per centrum 1 van de 2 interventies geïmplementeerd en in de tweede fase beide interventies. Impact op de primaire uitkomsten werd geëvalueerd middels GLMM, rekening houdend met cluster-effecten. Kosteneffectiviteit werd berekend over de eerste 2 levensweken.
Tussen juli 2018 en december 2021 werden 2943 baby’s geïncludeerd. Inclusie was 54% van de beoogde sample size voor de TcB interventie. Het mediaan aantal TcB metingen per baby was 2 (IQR 2-3). De incidentie van ernstige hyperbilirubinemie was 1.9% in de controlefase en 0.7% in de interventiefase. Deze daling was niet statistisch significant in de primaire intention-to-treat analyse (OR 0.51 (95%CI 0.24-1.07; p=0.07)) maar wel in de per protocol analyse: OR 0.45 (95%CI 0.21-0.95; p=0.04). Een post-hoc analyse bij baby’s die tenminste een beetje geel zagen suggereert dat selectieve TcB screening bij deze groep effectief is: OR 0.43 (0.20-0.91; p=0.03). TcB screening was iets goedkoper dan visuele inspectie (€41 versus €52 per baby, respectievelijk) doordat deze baby’s minder bloedafnames hadden en minder vaak fototherapie kregen.
In de fase waarin fototherapie werd aangeboden in het geboortecentrum werden 74 baby’s behandeld. Terwijl in de controlefase alle 58 baby’s die behandeld werden in het ziekenhuis werden opgenomen, waren dit er in de interventiefase 16 (22%). Van de 62 kinderen waarbij fototherapie primair in het geboortecentrum werd opgestart, werden er 4 (6%) alsnog in het ziekenhuis opgenomen. De intention-to-treat analyse liet zien dat mogelijk maken van fototherapie in het geboortecentrum leidde tot een significante reductie in ziekenhuisopnames: OR 0.34 (95%CI 0.19-0.61; p<0.001). Ook was dit goedkoper dan standaard ziekenhuisopname (€2037 versus €2304 per behandeling, respectievelijk) doordat de opnamekosten per dag lager waren en opnameduur nauwelijks langer was.
Er waren geen belangrijke verschillen in effectiviteit van beide interventies naar geslacht.