We Want Media!
We want media! is een participatieve regioscan van (problematisch) mediagebruik van jongeren (12-21 jaar) in residentiële jeugdzorg voorzieningen en de media opvoedingsvraagstukken van hun begeleiders in de regio IJsselland.
Jeugd en (sociale) media zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor normaal begaafde jongeren met psychosociale zorgbehoeften in residentiële zorgvoorzieningen kan online zijn echter risicovol zijn. Begeleiders in de zorg signaleren dan ook regelmatig aan mediagebruik gerelateerde incidenten. Tegelijk ervaren zij ook handelingsverlegenheid in het bieden van adequate mediaopvoeding en begeleiding.
Trias Jeugdhulp, Pactum en Jarabee, organisaties voor jeugdhulpverlening, willen net als het Jeugdwelzijnsberaad, het Regionaal Service Team Jeugd en de Jeugdbescherming, collectief anticiperen op actuele zorgen rondom het mediagebruik van deze jongeren en zich bekwamen in het tijdig kunnen bieden van passende zorg om opschaling te voorkomen.
Met jongeren zelf en ondersteuning van het Windesheim lectoraat Jeugd & Media als expert organisatie, is daarom een gedeeld beeld gevormd van wat er regionaal speelt en nodig is. Dit is de basis voor een gezamenlijke visie op mediaopvoeding(sbeleid) -en interventies voor jongeren én hun begeleiders en behandelaars.
Gedurende het gehele proces heeft het Jeugdwelzijnsberaad de belangen van jongeren in residentiële voorzieningen behartigd en actief bijgedragen aan de participatie van jongeren in het proces.
Het lectoraat Jeugd & Media was bij alle fasen van het proces betrokken voor het creëren van het regiobeeld, het ontwikkelen van de regiovisie en het formuleren van de gezamenlijke opgave(n). In alle fasen is de expertise op het terrein van (problematisch) mediagebruik, kansen en risico’s van mediagebruik, ontwikkeling van digitale geletterdheid, ontwikkeling van media-opvoedcompetenties, en ontwikkeling en invoering van media-opvoed beleid ingezet. Expertise in onderzoeksmethodieken voor het verkrijgen van inzicht in thema’s die spelen rond sociale inclusie en participatie, mediaopvoeding en digitale geletterdheid is tijdens de ontwikkeling van de instrumenten en data analyse ingezet.
Via individuele semigestructureerde peer-to-peer interviews, afgenomen door studenten van de minor Children & Media van Hogeschool Windesheim, is bij 14 jongeren informatie verzameld over:
- het type, het doel en de intensiteit van hun (social) mediagebruik;
- positieve en negatieve ervaringen daarbij;
- de ervaren zorg en ondersteuning van hun begeleiders daarbij (inclusief de ingeschatte mediavaardigheden van hun begeleiders);
- en hun gewenste zorg en ondersteuning bij hun mediagebruik.
Daarnaast is via vragenlijsten onder begeleiders en behandelaars informatie verzameld over:
- het media-opvoedingsbeleid bij de organisatie;
- het ervaren (problematisch) mediagebruik van de jongeren;
- de ervaren steun van hoofdbehandelaars en ondersteunende diensten;
- het eigen mediagebruik, mediavaardigheid, en ervaren danwel gewenste media-opvoedcompetenties;
- de ervaren handelingsverlegenheid bij het bieden van mediabegeleiding aan jongeren;
- en de behoefte aan kennis en vaardigheden om jongeren adequaat te kunnen ondersteunen.
De verzamelde informatie is geïntegreerd tot groepsbeelden op instellingsniveau om te kijken in hoeverre de verschillende informatiebronnen overeenstemmen en wat er op welk niveau speelt en nodig is. Deze groepsbeelden vormen samen een actueel regiobeeld op het gebied van (problematisch) mediagebruik, digitale geletterdheid van jongeren, begeleiders en behandelaars en behoeften op het gebied van mediaopvoeding en behoeften aan kennis en vaardigheden rondom mediaopvoeding binnen de residentiële jeugdzorg voor jongeren tussen de 12 en 21 jaar.
Op basis van de uitkomsten van het onderzoek vinden alle betrokken partijen het belangrijk een verdiepingsslag te maken. De hoofdconclusies zijn:
- Het handelingsrepertoire van begeleiders en gedragswetenschappers rond mediabegeleiding moet uitgebreid worden, zodat er minder reactief en meer proactief wordt begeleid en jongeren vooral meer kansen van media kunnen benutten.
- Men wil samen met jongeren positieve media ervaringen opdoen en een natuurlijke, minder beladen manier vinden om te praten over (vragen, plezier en zorgen bij) mediagebruik.
- Men wil (preventief) beleid op mediaopvoeding realiseren en verder ontwikkelen, waarbij jongeren als volwaardige partners participeren. Daarbij is inhoudelijke begeleiding belangrijker dan regels en afspraken (ook al zijn die in sommige gevallen nodig).
- Aandacht voor het on- en offline functioneren moet in de algehele begeleiding van jongeren geïntegreerd zijn in alle levensterreinen. Het onderwerp moet dus vanzelfsprekend onderdeel zijn in collegiale overleggen en bijeenkomsten, en jongeren moeten actief betrokken zijn als partners en ervaringsdeskundigen. Men is het er over eens dat hierin een cirkel doorbroken moet worden.