The Gout TrEatment STrategy project (GO TEST)
Jicht is de meest voorkomende vorm van ontstekingsreuma wereldwijd. Urinezuurkristallen in gewrichten en omliggende weefsels zorgen voor een ontstekingsreactie, wat leidt tot hevige pijnaanvallen en soms ook tot gewrichtsschade. Bij schade of het geregeld optreden van aanvallen wordt geadviseerd urinezuur verlagende behandeling te starten.
In dit project zullen de effectiviteit en doelmatigheid van twee veelgebruikte behandelstrategieën met urinezuur verlagende medicijnen vergeleken worden. De ‘Treat-to-Target’ strategie, waarbij behandeling gestuurd wordt op het urinezuur in het bloed, zal in twee gerandomiseerde studies worden vergeleken met de ‘Treat-to-Symptom’ strategie, waarbij behandeling alleen gestuurd wordt op klachten. De 'GO TEST OVERTURE' studie richt zich op de beginfase wanneer medicatie gestart wordt en de 'GO TEST FINALE' studie richt zich op de fase waarin aanvallen onder medicatie gebruik zijn uitgebleven.
Kennisagenda
Dit onderzoek sluit aan op de kennisagenda Reumatologie
Richtlijn
Bekijk de bijbehorende richtlijn in de FMS Richtlijnendatabase
Inclusiemonitor - Voortgang deelnemende patiënten
Bekijk de voortgang van het aantal deelnemende patiënten (inclusies) aan deze studie.
Producten
Auteur: Anusha Moses ,Martijn Oude Voshaar ,Mart van de Laar andTim L. Th. Jansen
Magazine: Gout Urate Cryst. Depos. Dis
Magazine: Gout Urate Cryst. Depos. Dis.
Verslagen
Eindverslag
Jicht is een veelvoorkomende aandoening met een toenemende prevalentie. In de klinische praktijk worden twee behandelstrategieën met urinezuurverlagende therapie (ULT) toegepast: treat-to-target (T2T), gericht op het bereiken van een serumurinezuur-streefwaarde, en treat-to-avoid-symptoms (T2AS), gericht op symptoomcontrole zonder expliciet biochemisch behandeldoel. Internationale richtlijnen waren tot voor kort tegenstrijdig vanwege het ontbreken van direct vergelijkend bewijs tussen deze strategieën.
Doelstelling(en)
Het doel van het GO TEST-project was het vergelijken van de klinische effectiviteit en kosteneffectiviteit van T2T versus T2AS in twee klinische scenario’s: (1) de initiatie van ULT bij patiënten met jicht (GO TEST Overture) en (2) de remissiefase onder langdurig ULT-gebruik, inclusief de vraag of ULT kan worden gestopt (GO TEST Finale).
Onderzoeksdesign / projectopzet
Het project bestond uit 2 pragmatische, multicenter, open-label, gerandomiseerde superiority trials met een follow-up van 24 maanden. Parallel hieraan zijn voor beide studies trial-based economische evaluaties (cost-utility analyses) uitgevoerd vanuit maatschappelijk perspectief, conform de richtlijnen van Zorginstituut Nederland. Daarnaast is een geactualiseerde budget impact analyse uitgevoerd.
Objecten/eenheden van het onderzoek
Deelnemers waren volwassen patiënten met jicht: (a) patiënten met een indicatie voor start van ULT (Overture) en (b) patiënten in klinische remissie tijdens ULT (Finale). Inclusie vond plaats in meerdere Nederlandse reumatologiecentra; voor GO TEST Finale zijn, na goedgekeurde wijziging, ook patiënten uit de eerste lijn geïncludeerd. Dataverzameling omvatte klinische uitkomsten (remissie, flares), laboratoriumwaarden (serumurinezuur), bijwerkingen, kwaliteit van leven (QALY’s) en medische en niet-medische kosten.
Interventie(s)
In beide studies werd een T2T-strategie vergeleken met een T2AS-strategie. In GO TEST Finale betrof dit concreet: voortzetten van ULT volgens T2T versus op proef stoppen van ULT en herstarten bij klachten (T2AS).
Beide studies behaalden het beoogde inclusieaantal (Overture n=308; Finale n=309) met goede follow-up.
In GO TEST Overture was de proportie patiënten in remissie in de laatste 6 maanden significant hoger in de T2T-groep dan in de T2AS-groep (39,4% versus 24,0%; absoluut verschil 15,4 procentpunt). Ook werd het serumurinezuur-streefdoel vaker bereikt met T2T (62,1% versus 27,6%), zonder toename van (ernstige) bijwerkingen.
In GO TEST Finale bleef remissie vaker behouden bij voortzetting van ULT volgens T2T dan bij stoppen volgens T2AS (79,2% versus 62,9%). De incidentie van bijwerkingen was lager in de T2T-groep.
De economische evaluaties lieten zien dat T2T klinisch superieur is en in beide studies kosteneffectief was ten opzichte van T2AS; in de base-case analyses was T2T dominant of zeer kosteneffectief bij gangbare Nederlandse bereidheid-tot-betalen-drempels.
Discussie en implicaties
De resultaten tonen aan dat een T2T-strategie bij jicht leidt tot betere ziektecontrole en gunstige economische uitkomsten ten opzichte van T2AS, zowel bij start van ULT als bij patiënten in remissie. Sterke punten zijn het pragmatische multicenter design en de goede power. Beperkingen zijn het open-label karakter en de beperkte follow-upduur voor langetermijneffecten. De bevindingen ondersteunen bestaande (inter)nationale richtlijnaanbevelingen voor T2T en bieden een empirische basis voor geïnformeerde gezamenlijke besluitvorming over het (niet) voortzetten van ULT.