Blood Testing for Vague Medical Problems in General Practice (VAMPIRE-project)
Producten
Auteur: van Bokhoven MA, Koch H, Dinant GJ, Bindels PJE, Grol RPTM, van der Weijden T
Magazine: Family Practice
Auteur: Koch H, van Bokhoven MA, ter Riet G, Hessels KM, van der Weijden T, Dinant GJ, Bindels PJ
Magazine: European Journal of General Practice
Auteur: Koch H, van Bokhoven MA, Bindels P, van der Weijden T, Dinant G, ter Riet G
Magazine: Family Practice
Auteur: van Bokhoven MA, Koch H, van der Weijden T, Dinant GJ
Magazine: Journal of Clinical Epidemiology
Auteur: Koch hèlen, Meerkerk Gert-Jan, Zaat Joost OM, Ham Maria F, Scholten Rob JPM, Assendelft Willem JJ
Magazine: Alcohol & Alcoholism
Auteur: Koch H, van Bokhoven MA
Magazine: Huisarts en Wetenschap
Auteur: van Bokhoven MA, Koch H
Magazine: Huisarts en Wetenschap
Auteur: Koch H, van Bokhoven MA, ter Riet G, van Alphen-Jager JT, van der Weijden T, Dinant GJ, Bindels PJ
Magazine: British Journal of General Practice
Auteur: van Bokhoven MA, Koch H, van der Weijden T, Grol RPTM, Kester AD, Rinkens PELM, Bindels PJE, Dinant GJ
Magazine: Annals of Family Medicine
Auteur: Koch H, Bokhoven MA van, Riet G ter, Weijden T van der, Dinant G, Bindels PJE.
Magazine: Quality of Life Research
Auteur: van Balen JAM, van Suijlen JDE, Rutten WPF, Flikweert S, Guldemond FI, Hens JJH, Koch H et al.
Magazine: Huisarts en Wetenschap
Auteur: van Bokhoven MA, Koch H, van der Weijden T, Grol RP, Kester AD, Rinkens PE, Bindels PJ, Dinant GJ
Magazine: Annals of Family Medicine
Auteur: van Bokhoven MA, Koch H, van der Weijden T, Grol RP, Bindels PJ, Dinant GJ
Magazine: BMC Family Practice
Auteur: van Bokhoven MA, Pleunis-van Empel MC, Koch H, Grol RP, Dinant GJ, van der Weijden T
Magazine: BMC Family Practice
Auteur: Koch, H
Auteur: van Bokhoven MA, Koch H
Auteur: Koch H, Mathus-Vliegen EMH
Auteur: van Bokhoven MA, Koch H
Verslagen
Eindverslag
Het VAgue Medical Problems In REsearch (VAMPIRE) project is een diagnostisch onderzoeksproject over de rol van bloedonderzoek bij patiënten met onbegrepen klachten in de huisartsenpraktijk. Huisartsen worden frequent geconfronteerd met onbegrepen klachten, en zijn snel geneigd om in deze situatie bloedonderzoek aan te vragen.
Er is nog onvoldoende huisartsgeneeskundig relevant onderzoek verricht naar de diagnostische waarde van bloedonderzoek bij onbegrepen klachten (inclusief de gevolgen van ten onrechte afwijkende en niet afwijkende testuitslagen) en naar de kosten van bedoeld gedrag. Het VAMPIRE project (een joint-venture van de afdelingen huisartsgeneeskunde van het Academisch Medisch Centrum-Univeriteit van Amsterdm en de Universiteit Maastricht)richt zich op de volgende vraagstellingen: 1. Wat is het beloop van aan de huisarts gepresenteerde en door hem als zodanig ervaren onbegrepen klachten? 2. Wat is het vermogen van bloedonderzoek in relatie tot en in aanvulling op (combinaties van) anamnestische gegevens en gegevens van lichamelijk onderzoek om te onderscheiden tussen onschuldige en vanzelf overgaande aandoeningen enerzijds en vroege stadia van therapie-relevante of ernstige somatische en psychische ‘pathologie‘ anderzijds, bij patiënten die zich naar het oordeel van hun huisarts presenteren met een onbegrepen klacht? 3. Wat is de kosten-effectiviteit van het uitstellen van bloedonderzoek met een maand bij een patiënt die zich naar het oordeel van de huisarts presenteert met een onbegrepen klacht? 4. Welke factoren spelen een rol bij het al dan niet rationeel handelen door huisartsen bij het aanvragen van bloedonderzoek bij onbegrepen klachten? 5. Wat is de kosten-effectiviteit van een (mede op basis van het antwoord op vraag 4) te ontwikkelen en experimenteel toe te passen samengesteld interventieprogramma, afgestemd op de belangrijkste barrières in gedragsverandering ten aanzien van het aanvragen van bloedonderzoek bij onbegrepen klachten door huisartsen? 6. Wat is het effect van uitstellen van bloedonderzoek op satisfactie en ongerustheid bij de patiënten (treedt er substitutie in zorg, of een gang naar alternatieve genezers op)?
Het project bestaat uit twee delen, een evaluatie- en een implementatiedeel. Het evaluatie-gedeelte richt zich op de eerste drie vragen, en het implementatiedeel op de laatste 3.
De vraagstellingen worden onderzocht door middel van een (op huisartsniveau) gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek waarin drie groepen huisartsen met elkaar vergeleken worden: één groep huisartsen waarbij de arts meteen bloedonderzoek aanvraagt, een tweede groep waarbij de huisarts het aanvragen van bloedonderzoek een maand uitstelt en een derde groep waarbij de huisarts ook een maand wacht met het aanvragen, maar daarbij ondersteund wordt door het ondergaan van een uitgebreide interventie om het aanvraaggedrag ten aanzien van bloedonderzoek te veranderen. Het bloedonderzoek bestaat, naast hetgeen de huisarts zelf aanvraagt, uit een momenteel vermeend rationeel, irrationeel en innovatief bloedonderzoekpakket.
Het onderzoek concentreert zich op een vijftal onbegrepen klachten, die frequent voorkomen en waarbij regelmatig bloedonderzoek wordt aangevraagd: moeheid, buikklachten, gewichtsveranderingen, spier/ gewrichtsklachten en jeuk. De deelnemende huisartsen zullen bij patiënten die zich presenteren met één van deze klachten een klachtregistratieformulier invullen en aanvullend bloedonderzoek (direct of na één maand) aanvragen. Verder zullen zowel huisartsen als patiënten diverse vragen beantwoorden over het beloop van de klachten en de mate van ongerustheid en tevredenheid. Aan deelnemende patiënten zal tevens gevraagd worden hun medische consumptie te registreren. Eén maand, een half jaar en een jaar na de initiële klachtpresentatie worden, afhankelijk van het al dan niet voortbestaan van de klacht, opnieuw patiëntengegevens verzameld.