Cognitive Behaviour Therapy for Chronic Fatigue Syndrome: which patients get well, which patients don’t and why don’t they? (CGT voor CVS, wie wordt beter, wie niet en waarom niet?)
Het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS) wordt gekenmerkt door ernstige vermoeidheid, die langer dan zes maanden bestaat, samengaat met beperkingen en waarvoor geen lichamelijke verklaring is. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is effectief gebleken als behandeling voor CVS.
Helaas is na therapie ongeveer 30% van de patiënten nog steeds ernstig vermoeid en beperkt. Er is nauwelijks bekend welke factoren voorspellen of iemand voortijdig gaat stoppen met de behandeling of niet gaat herstellen na CGT. Deze kennis is echter belangrijk om de huidige therapie te verbeteren en vooraf die patiënten te selecteren met de grootste kans op succes.
Doel
Het Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid (NKCV) onderzoekt welke kenmerken van patiënten bepalend zijn om CGT met succes te volgen en welke veranderingen tijdens het therapieproces effect hebben op een succesvol verloop. Hiervoor werden 200 CVS-patiënten gevolgd tijdens hun behandeling.
Producten
Link: http://www.eabct2010-milan.it/
Auteur: Heins MJ, Knoop H, Prins JB, Stulemeijer M, van der Meer JW, Bleijenberg G.
Magazine: Psychotherapy and Psychosomatics
Auteur: Heins M, Knoop H, Bleijenberg G.
Magazine: Psychotherapy and Psychosomatics
Verslagen
Eindverslag
Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) wordt gekenmerkt door ernstige vermoeidheid, die langer dan zes maanden bestaat, samengaat met beperkingen en waarvoor geen lichamelijke verklaring is. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een effectieve behandeling voor CVS, maar helaas niet voor alle patiënten. Sommigen zijn nog steeds ernstig vermoeid en beperkt na afloop van CGT. Maar we weten weinig over de werkingsmechanismen en precieze veranderingen die tijdens CGT voor CVS optreden. Kennis over de veranderingen die leiden tot een vermindering in vermoeidheid kan helpen om de therapie nog verder te verbeteren.
Voorafgaand aan de therapie zijn een beperkt aantal patiëntgerelateerde factoren bekend die de kans op een goed resultaat verminderen, zoals het bezig zijn met een beroepsprocedure. Welke andere patiëntgerelateerde factoren aan het begin van de behandeling van invloed zijn op het eindresultaat weten we niet. Zo is niet bekend of verwachtingen over de therapie of de therapeut-patiënt relatie invloed hebben op de uitkomst van CGT voor CVS.
Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) wordt gekenmerkt door ernstige vermoeidheid, die langer dan zes maanden bestaat, samengaat met beperkingen en waarvoor geen lichamelijke verklaring is. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een effectieve behandeling voor CVS en is gericht op het veranderen van de instandhoudende factoren van de vermoeidheid. Helaas is na therapie ongeveer 30% van de patiënten nog steeds ernstig vermoeid en beperkt. Er is nauwelijks bekend welke factoren voorspellen of iemand wel of niet gaat herstellen na CGT. Deze kennis is echter belangrijk om de huidige therapie te verbeteren en vooraf die patiënten te selecteren met de grootste kans op succes. Het huidige project heeft twee onderzoeksvragen: 1) Welke factoren (kenmerken van de patiënt) die bij de start van de therapie aanwezig zijn voorspellen het behandelresultaat van CGT? 2) Welke veranderingen tijdens het therapieproces voorspellen het behandelresultaat van CGT? In deze studie worden 200 CVS patiënten gevolgd tijdens de behandeling met CGT. Er worden metingen gedaan voor, na en drie maal tijdens de behandeling. Een deel van deze metingen zal gebeuren door middel van actigrafie en met behulp van elektronische dagboeken. Gekeken wordt naar de voorspellende waarde van verschillende factoren voor het behandelresultaat. Hierbij worden mensen die voortijdig stoppen met therapie of niet herstellen vergeleken met patiënten die een goed behandelresultaat hebben. De kennis uit dit onderzoek kan gebruikt worden voor 1) verbetering van de screening voor CGT; 2) het optimaliseren van het bestaande protocol voor CGT en 3) het ontwikkelen van alternatieve behandelvormen voor die patiënten die niet goed reageren op CGT.