Effectiveness and cost-effectiveness of internet-based treatment of insomnia in depressed patients treated at a mental healthcare institution
Veel mensen met een depressie hebben ook last van slapeloosheid. Dit kan hun herstel bemoeilijken en hun kwaliteit van leven verlagen. In deze studie onderzochten we of een online slaaptherapie (i-Sleep), als aanvulling op de gebruikelijke behandeling voor depressie, effectief en kosteneffectief is. In totaal deden 106 patiënten mee aan het onderzoek.
Na 12 maanden hadden deelnemers die i-Sleep gebruikten minder depressieve klachten en een betere kwaliteit van leven dan deelnemers die alleen gebruikelijke zorg kregen. Ook waren de totale kosten in deze groep lager, al waren niet alle verschillen statistisch significant. De resultaten wijzen erop dat i-Sleep een waardevolle aanvulling kan zijn op de behandeling van depressie bij mensen met slaapproblemen.
Verslagen
Eindverslag
Het doel van het project was om te onderzoeken of toevoeging van digitale cognitieve gedragstherapie voor insomnie, i-Sleep, aan de reguliere depressiebehandeling effectief en kosteneffectief is in vergelijking met reguliere depressiebehandeling alleen bij patiënten met depressie en insomnie die in de specialistische GGZ behandeld worden over een periode van 12 maanden. Daarnaast werden bevorderende en belemmerende factoren voor implementatie van i-Sleep in de praktijk onderzocht.
De klinische uitkomsten werden gedurende 12 maanden geanalyseerd met een lineair mixed-effects model waarbij alle meetmomenten (0, 3, 6, 9 en 12 maanden) meegenomen werden. Voor depressieve klachten (PHQ-9) leidde i-Sleep tot een significante verbetering ten opzichte van gebruikelijke zorg, zowel na 3 maanden (gecorrigeerd verschil -2,99 punten; p=0,023) als na 12 maanden (verschil -3,05 punten; 95%-BI -5,76 tot -0,34; p=0,028). De effectgrootte op 12 maanden was middelgroot tot groot (Cohen’s d=-0,67).
Voor slapeloosheid (ISI) werden de grootste effecten gevonden tijdens de actieve behandelperiode, met grote effectgroottes na 3 maanden (d=-0,90) en 6 maanden (d=-0,92). Naarmate de controlegroep eveneens verbeterde, nam het verschil af en was dit na 12 maanden niet meer statistisch significant. Voor dagelijks functioneren (WSAS) werden geen significante verschillen gevonden, hoewel de resultaten vanaf 6 maanden consequent in het voordeel van i-Sleep waren.
De kosteneffectiviteitsanalyse liet zien dat i-Sleep op basis van de puntschattingen de gebruikelijke zorg domineerde: gemiddeld lagere kosten en betere uitkomsten. Voor QALY’s lag 65% van de bootstrapreplicaties in het zuidoostelijke kwadrant van de cost-effectiveness plane (goedkoper en effectiever) en 33% in het noordoostelijke kwadrant (duurder maar effectiever). In totaal was 98% van de replicaties effectiever dan gebruikelijke zorg. De kans dat i-Sleep kosteneffectief is, bedroeg 66% bij een willingness-to-pay (WTP) van € 0 per gewonnen QALY, oplopend tot 79% bij € 20.000, 89% bij € 50.000 en 94% bij € 80.000.
Voor PHQ-9 waren de resultaten vergelijkbaar met die voor QALY’s. Voor ISI was meer spreiding zichtbaar (60% zuidoost, 30% noordoost en 10% in minder gunstige kwadranten), passend bij het ontbreken van een significant groepsverschil op de lange termijn. De kans op kosteneffectiviteit bij een WTP van € 0 per punt verbetering bedroeg 65% voor PHQ-9 en 60% voor ISI.
In een sensitiviteitsanalyse vanuit gezondheidszorgperspectief waren de kosten in de i-Sleepgroep hoger, maar niet significant verschillend van gebruikelijke zorg (gemiddeld verschil € 1.356; 95%-BI -2.793 tot 5.754). Daarbij lag 72% van de bootstrapreplicaties voor QALY’s in het noordoostelijke kwadrant en 27% in het zuidoostelijke. De kans op kosteneffectiviteit bedroeg 62% bij € 20.000 per QALY en steeg tot 93% bij € 80.000.
In een tweede sensitiviteitsanalyse volgens de human capital approach was de geschatte kostenbesparing groter (gemiddeld verschil -€ 2.457; 95%-BI -11.705 tot 6.813). Hierbij lag 69% van de replicaties in het zuidoostelijke en 29% in het noordoostelijke kwadrant. De kans op kosteneffectiviteit bedroeg 70% bij € 0 per QALY en nam toe tot 95% bij € 80.000 per QALY.
Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat toevoeging van i-Sleep aan de reguliere depressiebehandeling leidt tot betere klinische uitkomsten voor depressie en een grote kans heeft kosteneffectief te zijn ten opzichte van gebruikelijke zorg alleen. Daarnaast blijkt uit de procesevaluatie dat i-Sleep goed geïntegreerd kan worden in de reguliere zorg voor patiënten met depressie en insomnie. Succes hangt vooral af van organisatorische factoren, zoals inbedding in zorgpaden, ondersteuning en duidelijke verantwoordelijkheden. Door het gestructureerde protocol kan i-Sleep ook effectief worden uitgevoerd door basispsychologen en behandelaren in opleiding.