Implementatie van het programma Energiek voor mensen met chronisch neurologische aandoeningen en vermoeidheid in de eerste lijn gezondheidszorg
Doel
Veel mensen met neurologische aandoeningen kampen met ernstige vermoeidheid. Het Energiek-programma is ontwikkeld om hen te helpen beter om te gaan met hun energie, actiever te worden en meer regie te ervaren. Dit project onderzocht hoe dit programma in de eerstelijnszorg aangeboden kan worden.
Aanpak
Het programma werd uitgevoerd in 3 eerstelijnspraktijken. Patiënten en therapeuten werden geïnterviewd over hun ervaringen. Daarnaast werd geëvalueerd welke bevorderende en belemmerende factoren van invloed zijn geweest op het implementatieproces.
Resultaten
Patiënten ervoeren meer inzicht, zelfvertrouwen en deelname aan dagelijkse activiteiten. De groep bood herkenning en motivatie. Therapeuten zagen dat patiënten beter konden omgaan met hun energie. Tegelijk bleek invoering in de eerste lijn uitdagend, vooral door beperkte financiering en verwijzing. Ondanks deze knelpunten heeft het programma duidelijke potentie voor bredere inzet."
Hoofdstudie
Bekijk de bijbehorende hoofdstudie van dit VIMP (Verspreidings- en Implementatie Impuls) project.
Verslagen
Eindverslag
Doel van het project
Doel van het project was het implementeren van het Energiek-programma in de eerstelijnszorg in 3 verschillende regio’s (Groningen, Zevenaar, Uithoorn). Subdoelen waren het onderzoeken van ervaringen van patiënten en therapeuten en het identificeren van facilitators en barrières voor implementatie.
Onderzoeksdesign / projectopzet
Het project had een kwalitatief implementatieonderzoek met participatief actieonderzoek als uitgangspunt. De implementatie werd gefaseerd uitgevoerd volgens een cyclisch model, en geëvalueerd met behulp van de RE-AIM- en PRISM-frameworks. Methoden voor dataverzameling bestond uit: semi-gestructureerde interviews (n=10 patiënten, n=7 therapeuten), logboeken en documentanalyse evenals intervisie- en observatiegegevens. De data zijn geanalyseerd via inductieve thematische analyse en gekoppeld aan implementatiedomeinen.
Objecten / eenheden van onderzoek
Deelnemers bestonden uit eerstelijns ergotherapeuten en fysiotherapeuten uit 3 regio's (Groningen, Zevenaar, Uithoorn) die na een training het programma Energiek hebben aangebonden en patiënten met neurologische aandoeningen en vermoeidheidsklachten die aan het programma hebben deelgenomen.
Interventie
Het Energiek-programma is een interdisciplinair groepsprogramma (ergotherapie en fysiotherapie) met een looptijd van circa 4 maanden. Het programma omvat 4 modules:
- Aerobe training op maat
- Educatie over aerobe training
- Training in energiemanegement
- Integratie van de eerdere modules in het dagelijks leven, inclusief het vinden van een passende sport en terugvalpreventie.
Therapeuten volgden voorafgaand een driedaagse scholing en werden tijdens de uitvoering ondersteund via intervisie.
Ervaren effecten bij patiënten: er was sprake van verbeterd inzicht in energiebalans, toename in zelfmanagement en eigen regie, betere communicatie van grenzen en verhoogde participatie in fysieke activiteiten; alle deelnemers vonden een passende sport of beweegactiviteit in hun dagelijks leven.
Ervaringen therapeuten: positieve beoordeling van het programma, ervaren meerwaarde voor patiënten en tegelijkertijd hoge organisatorische belasting.
(Implementatie in 3 regio’s, met 15 deelnemende patiënten. Implementatiegraad van 66,7% (2 van 3 locaties conform protocol).
Implementatiefactoren
Bevorderend: Eigenaarschap en motivatie van therapeuten, interdisciplinaire samenwerking, scholing en intervisie en voor deelnemers de laagdrempelige eerstelijnssetting
Belemmerend: Moeizame patiëntwerving, beperkte verwijzing vanuit zorgverleners, beperkt passende financiering, hoge tijdsinvestering voor organisatie
Discussie
Deze studie was exploratief om de haalbaarheid van het programma Energiek te evalueren. Dit is behaald met het trainen van 3 praktijken in 3 regio's en uitvoering van het programma Energiek in deze 3 regio's. De focus lag op de bevorderende en belemmerende factoren voor implementatie en niet op de effectiviteit. Succesfactoren bleken de motivatie en eigenaarschap van de praktijken, de samenwerking tussen de therapeuten en de organisatorische randvoorwaarden. Deze was wisselend in de verschillende contexten met succesvolle en duurzame implementatie in 2 van de 3 contexten met waardevolle opbrengsten op gebied van verbeterde participatie en zelf-management van de deelnemers.
Voor duurzame implementatie en opschaling worden passende structuren voor financiering en verwijzing aanbevolen evenals onderzoek naar de kosten-effectiviteit in de eerste lijn.