Implementatie van CTG-monitoring in de 1e lijn voor laag-risico zwangerschap: Het versterken van de integrale geboortezorg
Dit project onderzocht of het mogelijk is om hartfilmpjes van de baby (CTG) bij laag-risico zwangerschappen ook buiten het ziekenhuis uit te voeren voor bepaalde indicaties. Door gesprekken met zorgverleners en beleidsmakers is duidelijk geworden dat er op dit moment te weinig draagvlak is om CTG in de eerstelijnszorg in te voeren binnen Brabant. Wel zijn waardevolle strategieën ontwikkeld, zoals betere samenwerking en extra scholing. De uitkomsten dragen bij aan toekomstig beleid voor passende en toegankelijke geboortezorg.
Verslagen
Eindverslag
Cardiotocografie (CTG) wordt gebruikt om de foetale conditie tijdens de zwangerschap te monitoren. Momenteel vindt dit voornamelijk plaats in de tweede lijn. Sinds 2021 mag bij laag-risico zwangerschappen CTG in de eerste lijn worden uitgevoerd. Echter, in 2023 stelde de NVOG dat CTG thuishoort in de tweede lijn, wegens gebrek aan bewijs voor gelijkwaardige zorg en zorgen over de deskundigheid van eerstelijnsverloskundigen. Hierdoor stokt de implementatie van CTG in de eerste lijn.
Doelstelling
Het oorspronkelijke doel was om binnen VSV’s van Consortium Brabant:
- Het draagvlak te onderzoeken voor eerstelijns CTG.
- Een gezamenlijk protocol op te stellen.
- Verloskundigen op te leiden.
Vanwege het veranderde NVOG-standpunt werd de doelstelling bijgesteld naar een draagvlakanalyse en het identificeren van implementatievoorwaarden.
Onderzoeksopzet
Het betrof een kwalitatief implementatieonderzoek, met gebruik van het CFIR-model en onderdelen van Wensing & Grol. Gegevens zijn verzameld via een focusgroep (6 verloskundigen) en interviews met 15 stakeholders (gynaecologen, verloskundigen, beleidsmakers, zorgverzekeraars).
Objecten en data
De doelgroep bestond uit eerstelijnsverloskundigen uit de Zorggroep (18 praktijken, 62 verloskundigen). Stakeholders zijn ingedeeld als sleutelfiguren, beïnvloeders of geïnteresseerden. Data is verzameld via interviews, literatuur en bestaande pilots. Een vragenlijst (MIDI) kon niet worden uitgezet vanwege gevoeligheden.
Interventie(s)
Geen daadwerkelijke implementatie doorgevoerd. Wel werden op basis van de analyse vijf implementatiestrategieën geformuleerd:
- Training en draagvlakvergroting onder verloskundigen.
- Oprichting van een landelijke denktank.
- Sociocratische besluitvorming binnen VSV’s.
- Professionalisering van logistiek (triageposten).
- Transparantie over financiering en taakverdeling.
- Draagvlak binnen Consortium Brabant bleek onvoldoende.
- Er is weinig innovatiebereidheid in het veld.
- Strategieën en aanbevelingen zijn geformuleerd en gedeeld met o.a. KNOV, CPZ, NRCG.
Discussie
Beperkingen: de onderzoeker is zelf verloskundige, wat invloed kan hebben op interpretatie. Geen toestemming verkregen om stakeholderdata te publiceren.
Conclusies: Er ontbreekt een gezamenlijke visie op taakverschuiving tussen de beroepsgroepen. Regionale verschillen in uitvoering nemen toe. Implementatie vereist collectief leiderschap en transparantie over financiële en professionele belangen.
Implicaties: De Zorggroep wordt geadviseerd eerst een triagepost op te zetten. Parallel daaraan kan gewerkt worden aan draagvlak en beleidsvorming.
Registratie
Beoogd registratie in NIC (Nederlands Implementatie Collectief.