ExploRing preferences and attitUdes of Both patients And doctors TOwards surveillance after local resection of T1 colorectal cancer: the RUBATO-study

Patiënten met vroeg-stadium darmkanker kunnen steeds vaker orgaansparend worden behandeld. Na deze behandeling zijn herhaaldelijke controle onderzoeken nodig om te zien of de ziekte terugkomt. De kans op terugkeer is echter klein (~3%). Er is nog geen duidelijkheid over de meest doelmatige aanpak van controleren: welke onderzoeken zijn nodig, bij wie, en hoe vaak? Om dit te onderzoeken is het nodig patiënten te loten tussen een intensief en een minder intensief controleschema. Zo kan worden gekeken of er verschil is in overleving. In deze haalbaarheidsstudie onderzochten we of zo’n vervolgonderzoek uitvoerbaar is.

Uit de resultaten blijkt dat zowel patiënten als artsen bereid zijn mee te doen. Ook kregen we inzichten in hun kijk op controle onderzoeken. De kans op overlijden en de frequentie van controlescopieën zijn de belangrijkste factoren in hun keuzes. Deze bevindingen bieden een stevige basis voor een groter onderzoek naar het optimale controleschema na orgaansparende behandeling van vroeg-stadium darmkanker.

Producten

Titel: Ontwikkelde ACA-voorkeurensimulator vanuit het artsenperspectief
Link: https://docs.google.com/spreadsheets/d/16cxl8o7BAH9bfNl8C48vgEm9QD82HMYk/export?format=xlsx
Titel: Ontwikkelde ACA-voorkeurensimulator vanuit het patiëntenperspectief
Link: https://docs.google.com/spreadsheets/d/1bx0MsD2Bj3QSBLjmhWZNbNF45qojjRBR/export?format=xlsx

Verslagen


Eindverslag

Patiënten met vroeg-stadium darmkanker kunnen steeds vaker orgaan-sparend worden behandeld. Na zo’n behandeling zijn er herhaaldelijk controle-onderzoeken nodig om te kijken of de ziekte niet terugkomt. De kans op ziekteterugkeer is echter vrij klein (~3%). Er is nog geen duidelijkheid over de meest doelmatige aanpak van controleren: welke onderzoeken moet je bij wie gebruiken en hoe vaak moeten er controles plaatsvinden. Om de doelmatigheid van deze controle-onderzoeken te bepalen is het nodig om patiënten te loten tussen een intensief en minder intensief controleschema. Daarmee kan worden gekeken of er tussen deze schema’s een verschil is in overleving.

In dit project hebben we de voorkeuren van patiënten en artsen ten aanzien van follow-up na lokale resectie van hoog-risico T1 colorectaal carcinoom (T1CRC) systematisch in kaart gebracht. 

Patiënten met hoog-risico T1CRC die zijn behandeld middels lokale resectie (al dan niet gevolgd door aanvullende behandeling), en MDL-artsen en chirurgen die actief betrokken zijn in de zorg voor deze patiëntengroep.

Er is een literatuurreview uitgevoerd om relevante follow-up attributen te identificeren. Deze lijst is verfijnd door een panel van patiënten en artsen. Hieruit kwamen de vijf belangrijkste attributen naar voren: mortaliteit, kans op toevalsbevindingen, colonoscopie, bloedonderzoek en beeldvorming. Op basis van deze attributen is een Adaptive Conjoint Analysis (ACA) vragenlijst ontwikkeld. De vragenlijst is getest en verbeterd met behulp van “think-aloud”-sessies met patiënten, waardoor de gebruiksvriendelijkheid en validiteit van de vragenlijst zijn gewaarborgd.
Naast de ACA bevatte de vragenlijst ook de Medical Maximizer-Minimizer Scale (MMMS), de Cancer Worry Scale (CWS), de EQ-5D-5L (meten van algemene kwaliteit van leven) en een vraag naar de bereidheid tot deelname aan de eerder beschreven beoogde randomisatiestudie naar surveillance.

In totaal zijn er 187 patiënten uit 5 verschillende ziekenhuizen benaderd, waarvan 104 (56%) de vragenlijst hebben ingevuld. De verdeling tussen “minimizers” (voorkeur voor zo min mogelijk medische zorg) en “maximizers” (voorkeur voor intensieve medische zorg) was 50% vs. 50%, en 41,4% van de patiënten had een hoge mate van zorgen over kanker. De gemiddelde QALY score, gebaseerd op de EQ-5D-5L, was 0,90. 
Daarnaast zijn de MDL-artsen en GE-chirurgen uit de landelijke T1CRC-werkgroep benaderd, waarvan 40 artsen de vragenlijst hebben ingevuld. 

De belangrijkste conclusies van dit project zijn:

  • 72,5% van de patiënten gaf aan bereid te zijn deel te nemen aan de beoogde randomisatiestudie, met een gelijke verdeling tussen medische “maximizers” en “minimizers”. Daarmee is de a priori gedefinieerde grens van 50% gepasseerd en beschouwen we de randomisatiestudie als haalbaar. Van de artsen gaf 67% aan bereid te zijn om deel te nemen.
  • Bij het kiezen van een surveillance strategie is mortaliteit het belangrijkste attribuut voor zowel patiënten als artsen, gevolgd door de frequentie van colonoscopieën.
  • Zowel patiënten als artsen kozen in simulaties vaker voor gereduceerde surveillance, zelfs wanneer het veronderstelde mortaliteitsrisico verdubbelde.
  • Artsen hechten relatief meer waarde aan het minimaliseren van mortaliteit, terwijl patiënten bereid zijn een iets hoger mortaliteitsrisico te accepteren in ruil voor een minder intensieve follow-up. 

Een toekomstige randomisatiestudie waarin patiënten loten tussen een intensief en minder intensief controleschema, blijkt goed haalbaar. De resultaten onderstrepen tevens het belang van het expliciet meenemen van patiëntvoorkeuren bij de ontwikkeling van follow-up richtlijnen na resectie van hoog-risico T1CRC. De ontwikkelde voorkeurensimulator vormt daarbij een waardevol hulpmiddel om keuzepatronen van patiënten en artsen te voorspellen.
 

Kenmerken

Projectnummer:
10390052210022
Looptijd: 100%
2023
2025
Gerelateerde programma's:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
J.J. Boonstra MD PhD
Verantwoordelijke organisatie:
Leids Universitair Medisch Centrum