Improved identification of hyperglycemia during the in-hospital treatment of hematologic malignancies: implementation of glucose sensor technology.
Te hoge bloedglucosewaarden komen vaak voor bij patiënten met hematologische kankersoorten. Deze afwijking, hyperglykemie, kan symptomen, complicaties en slechtere behandelresultaten veroorzaken. Vroege detectie is cruciaal voor tijdige behandeling.
In dit project onderzochten we het gebruik van een continue glucosemeter (CGM) bij patiënten op de hematologie-afdeling. We vergeleken CGM met traditionele point-of-care (POC) metingen via vingerprik. 60 patiënten, behandeld met CAR T-celtherapie of stamceltransplantatie, namen deel. CGM detecteerde veel meer afwijkende glucosewaarden dan POC, 2595 episodes van milde hyperglykemie vergeleken met 397 bij POC. Ook was CGM sneller, met een gemiddelde tijdswinst van 3 uur. CGM bleek betrouwbaar, met afwijkingen van minder dan 15% bij 38% van de metingen. Dit maakt CGM een veelbelovende methode voor betere en snellere herkenning van bloedglucoseafwijkingen.
Verslagen
Eindverslag
ACHTERGROND
Hyperglykemie tijdens de behandeling van hematologische maligniteiten wordt geassocieerd met negatieve uitkomsten, zoals infecties, meer graft-versus-host ziekte en langere ziekenhuisopnames. Momenteel worden point-of-care testen (POCT) met vingerprikken gebruikt om hyperglykemie te detecteren, maar deze zijn pijnlijk en geven slechts puntmetingen. Real-time continue glucosemonitoring (rt-CGM) biedt continue glucosedata zonder de noodzaak voor pijnlijke vingerprikken. De meerwaarde van rt-CGM voor het detecteren van hyperglykemie, in vergelijking met POCT, bij hematologische patiënten is onbekend. Hypothese: gebruik van rt-CGM bij gehospitaliseerde hematologiepatiënten is een nauwkeurige methode, die leidt tot een preciezere identificatie van glucoseregulatiestoornissen (dan POCT).
DOELSTELLING
- Het vaststellen van de nauwkeurigheid van CGM in de ziekenhuissetting.
- Het identificeren van de frequentie en duur van hyperglykemie tijdens ziekenhuisopnames voor verschillende behandelingen.
- Het onderzoeken van de ervaringen van eindgebruikers (patiënten en zorgverleners).
ONTWERP EN POPULATIE
Een observationeel onderzoek uitgevoerd op de hematologieafdeling van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Patiënten ondergingen chimeric antigen receptor T-celtherapie (CAR-T) of ontvingen (allogeen of autoloog) stamceltransplantatie. Gedurende de studie werden glucosewaarden gelijktijdig gemeten met geblindeerde CGM en POCT.
In totaal zijn 60 patiënten (20 per behandelingsgroep) geanalyseerd. De mediane leeftijd was 64 jaar, 43 (71%) patiënten waren man, en de mediane body mass index was 25,1. 6 patiënten (10%) hadden type 2 diabetes. Hyperglykemie (glucose >10 mmol/L) was prevalent bij 93% van de patiënten, waarvan 90% geen voorgeschiedenis van diabetes had. Ernstige hyperglykemie (>13,1 mmol/L) was aanwezig bij 38%. CGM detecteerde meer episodes van hypoglykemie en hyperglykemie dan POCT. Bijvoorbeeld, voor niveau 1 hyperglykemie (>7,8 mmol/L) detecteerde CGM 2595 episodes versus 397 met POCT. CGM detecteerde ook frequentere en ernstigere episodes voor andere niveaus van hyperglykemie. CGM detecteerde hyperglykemie 3,2 uur eerder (IQR, 0,9-4,8) voor glucose >7,8 mmol/L en 2,8 uur eerder voor glucose >10,0 mmol/L in vergelijking met POCT. Van de 1999 gematchte paren was het gemiddelde absolute relatieve verschil tussen CGM en POCT 21,5%. De overeenstemmingspercentages bij ± 15%, ± 20%, en ± 30% waren respectievelijk 38,1%, 51,1% en 75,1%. De Clarke Error Grid-analyse toonde aan dat 99,8% van de datapunten zich in zone A of B (veilige zone) bevond. Hyperglykemie bleek geassocieerd met een langere ziekenhuisopname bij patiënten, die CAR-T-therapie (β, 0,19) of autologe stamceltransplantatie (β, 0,16) ondergingen. CGM detecteerde hyperglykemie 2,8 uur eerder dan POCT.
Deze bevindingen benadrukken het potentieel en belang van CGM voor de verbeterde en vroegere detectie van hyperglykemie bij hematologische patiënten. Het vermogen om glucoseregulatiestoornissen eerder te detecteren, kan leiden tot tijdigere interventies en betere uitkomsten. Verdere studies zijn nodig om glucosebeheer met CGM te optimaliseren, wat de uitkomsten van patiënten die intensieve hematologische zorg ontvangen, zou kunnen verbeteren. Het single-center ontwerp van de studie beperkt echter de generaliseerbaarheid. Wij hebben ons gericht op hematologische patiënten, maar voor bredere generaliseerbaarheid van onze resultaten naar alle gehospitaliseerde patiënten, zijn studies in andere populaties (bijv. patiënten die wegens infectie zijn opgenomen) noodzakelijk. Daarnaast heeft de studie de ervaringen van eindgebruikers niet vastgelegd.