Toward sustainable effects of rTMS for Major Depressive Disorder by supplementing it with preventive cognitive therapy
Om de kans op terugval na rTMS te verkleinen, lijkt het zinvol om Preventieve Cognitieve Therapie (PCT) toe te voegen aan de laatste fase van een rTMS-behandeling voor ernstig depressieve patiënten. Als patiënten goed reageren op de rTMS-behandeling, kunnen zij profiteren van aanvullende therapie. Dit vraagt echter wel een extra inspanning van mensen die al langdurig in behandeling zijn.
In deze studie is onderzocht of het haalbaar is om een dergelijke therapie toe te voegen en of deze het beste online of face-to-face aangeboden kan worden om de belasting voor deelnemers niet te groot te maken. Uit het onderzoek blijkt dat deelnemers de behandeling het liefst in persoon volgen. Ook blijkt dat aanvullende therapie goed wordt verdragen en dat deelnemers na gedeeltelijk of geheel herstel baat hebben bij het volgen van PCT in een vroeg stadium na rTMS.
In een toekomstige studie zal worden onderzocht of PCT de kans op terugval na rTMS daadwerkelijk verkleint.
Richtlijn
Bekijk de bijbehorende richtlijn in de FMS Richtlijnendatabase.
Verslagen
Eindverslag
Sinds 2018 wordt rTMS aangeboden als een effectieve behandeling voor patiënten met een ernstige depressie volgens de richtlijn (Arns et al., 2019). De meeste studies hebben de effecten van rTMS op de korte termijn (tot 6 weken) onderzocht, terwijl terugval bij 60-90 procent van de patiënten met terugkerende depressies voorkomt en ook na 6 weken nog kan optreden. Onderzoek naar het bestendigen van rTMS-effecten en terugvalpreventie is schaars (Rachid, 2018), maar wel noodzakelijk. Preventieve Cognitieve Therapie (PCT) is een goed onderzochte CGT-behandeling om het terugvalrisico te verkleinen, ook als patiënten pas deels hersteld zijn. Deze behandeling wordt echter nog niet standaard aangeboden na rTMS.
Om de haalbaarheid van een RCT naar de effectiviteit van PCT na een succesvolle rTMS-behandeling te vergroten, is onderzocht of deelnemers de voorkeur hadden voor online PCT of face-to-face PCT en hoe de therapietrouw was bij deze behandelvormen na een intensieve rTMS-behandeling. Ook is onderzocht of er een positieve ontwikkeling plaatsvond in het affect van deelnemers tijdens de PCT-behandeling.
Het doel was om 20 deelnemers te includeren. Inclusiecriteria waren Nederlandssprekend zijn en een minimale verbetering van 25% op de IDS tijdens de rTMS-behandeling. Er waren geen exclusiecriteria.
Voorafgaand aan de PCT, direct na afloop en 3 en 6 maanden na de start hebben deelnemers depressielijsten ingevuld. Tijdens de PCT-behandeling hebben deelnemers dagelijks hun stemming bijgehouden. Het aantal bijgewoonde sessies en de duur van de behandeling zijn geregistreerd. De behandeling werd gegeven door getrainde GZ/KP/KNP-psychologen.
De interventie bestond uit het aanbieden van online of face-to-face PCT aan deelnemers die gedeeltelijk of volledig hersteld waren van hun depressie na een standaard rTMS-behandeling.
Ten tijde van deze eindverantwoording waren nog niet alle follow-upmetingen voltooid vanwege vertragingen in de inclusie. Deze resultaten volgen nog in een beoogde publicatie.
Van de 18 geïncludeerde deelnemers zijn 11 deelnemers gerandomiseerd naar online of face-to-face PCT. Negen deelnemers hebben de therapie kunnen afronden. Eén deelnemer had een terugval in depressie tijdens de therapie en één deelnemer had een terugval direct na de baselinemeting en is toen uitgevallen.
83% van de deelnemers had de voorkeur voor een face-to-facebehandeling. Bij één deelnemer is om die reden van de randomisatie afgeweken. De overige 17% had geen voorkeur voor face-to-face of online behandeling.
Twee deelnemers zijn teruggevallen in depressie tijdens de nametingen. De deelnemers met terugval laten dit ook zien in de ontwikkeling van hun positieve en negatieve affect tijdens de PCT. Dit kan aanknopingspunten geven voor het voorspellen van de effectiviteit van de behandeling in een grotere trial.
Discussie
Deze pilotstudie geeft aanknopingspunten voor de inrichting van een grotere RCT gericht op het onderzoeken van de effectiviteit van PCT na een rTMS-behandeling, met als doel het verbeteren van terugvalpreventie.
Het merendeel van de deelnemers verdraagt de behandeling goed, ondanks de intensieve behandelperiode met rTMS vooraf. De meeste deelnemers geven de voorkeur aan een behandeling in persoon.
Ondanks de kleine deelnemersaantallen lijkt de toevoeging van affectmetingen tijdens de behandeling zinvol om het risico op terugval te kunnen voorspellen.
Veel van de problemen die in deze studie zijn opgetreden ten aanzien van inclusie en de deelname van patiënten vanuit verschillende behandelcentra, kunnen dankzij deze haalbaarheidsstudie in een vroeg stadium worden opgelost of voorkomen in een grotere trial.
De uitkomsten van deze studie kunnen vooral kwalitatief worden gebruikt, gezien de kleine deelnemersaantallen.
Registratie
NL-OMON56852 – ToetsingOnline