Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Cardiac CT versus transthoracic echocardiography for detection of cardiac sources of embolism: a systematic review and (individual patient data) meta-analysis

Bij 20-25% van de patiënten met een herseninfarct ligt de oorzaak in het hart. Het is echter goed mogelijk dat dit bij nog veel meer mensen het geval is, maar dat dit gemist wordt bij de onderzoeken. Het is belangrijk om oorzaken uit het hart op te sporen, omdat deze patiënten een ander soort bloedverdunners nodig hebben om te voorkomen dat er opnieuw een herseninfarct optreedt. De meest gebruikte methode om te kijken of er een oorzaak in het hart zit, is met een echo (geluidsgolven) via de buitenkant op de borstkas. Recent onderzoek van onze onderzoeksgroep laat zien dat wanneer we een CT-scan van het hart maken, meteen als een patiënt met een herseninfarct het ziekenhuis binnenkomt, dit vaker oorzaken uit het hart laat zien vergeleken met deze echo. Middels een literatuuronderzoek willen wij nauwkeurig in kaart brengen wat de opbrengst van deze CT-scan is vergeleken met de echo om oorzaken van een herseninfarct uit het hart op te sporen.

Richtlijn

Bekijk de bijbehorende richtlijn in de FMS Richtlijnendatabase.

 

Verslagen


Eindverslag

Ongeveer een kwart van de patiënten met een herseninfarct heeft een cardio-embolische oorzaak. Mogelijk geldt dit voor meer patiënten, maar wordt deze oorzaak gemist bij de standaarddiagnostiek. Het is belangrijk om een cardio-embolische oorzaak vast te stellen. Zo kan de secundaire profylaxe worden verbeterd en het risico op een nieuw herseninfarct worden verkleind.

De meest gebruikte methode om oorzaken vanuit het hart op te sporen is transthoracale echocardiografie (TTE). Recent onderzoek laat zien dat een CT-scan van het hart, direct bij binnenkomst van een patiënt met een herseninfarct in het ziekenhuis, vaker oorzaken vanuit het hart laat zien dan TTE. Dit project bracht nauwkeurig in kaart wat de opbrengst is van CT-hart in vergelijking met transthoracale echocardiografie bij het opsporen van oorzaken van een herseninfarct vanuit het hart.

Doelstelling(en)
Dit project had als doel om een grote internationale database op te zetten van patiënten met een acuut herseninfarct die een CT-hart ondergingen. Met deze database zijn 3 belangrijke onzekerheden onderzocht voorafgaand aan een grootschalige kosteneffectiviteitsstudie:

  1. de diagnostische opbrengst van CT-hart vergeleken met TTE bij het opsporen van cardiale trombi;
  2. de optimale technische uitvoering van CT-hart: ECG-gated of niet-ECG-gated;
  3. de mogelijkheid om de selectie van patiënten voor CT-hart te verbeteren op basis van klinische kenmerken.

Onderzoeksdesign/projectopzet
Dit project is een individual patient data meta-analyse van observationele studies.

Objecten/eenheden van het onderzoek
De studiepopulatie bestaat uit volwassen patiënten met een acuut herseninfarct die een CT-hart hebben ondergaan als onderdeel van het stroke imaging protocol bij binnenkomst in het ziekenhuis. De data zijn verzameld in 4 internationale centra, met in totaal 3.919 patiënten.

Interventie(s)
CT-hart bij patiënten met een acuut herseninfarct.

CT-hart detecteerde een trombus bij 243 patiënten (6,2%). Van de totale onderzoekspopulatie ondergingen 1.342 patiënten (34%) een transthoracale echocardiografie (TTE). De diagnostische opbrengst van cardiale CT was hoger dan die van TTE: oddsratio 7,4 (95%-BI 4,0-15,1), p < 0,001.

Patiënten met een cardiale trombus op CT-hart hadden na 90 dagen een slechtere functionele uitkomst dan patiënten zonder trombus. De mediane mRS-score was 3 (IQR 2-6) vergeleken met 2 (IQR 1-4); gecorrigeerde oddsratio (aOR) 2,0 (95%-BI 1,4-2,8). Ook was de sterfte hoger: 33% vergeleken met 15%; aOR 1,7 (95%-BI 1,2-2,3). De incidentie van een recidief herseninfarct binnen 90 dagen verschilde niet tussen de groepen: 5% vergeleken met 4%; aOR 1,4 (95%-BI 0,7-2,5).

De prevalentie van cardiale trombi was hoger bij oudere patiënten, patiënten met atriumfibrilleren en patiënten met meer neurologische uitval bij binnenkomst. We vonden verschillen tussen ECG-gated en niet-ECG-gated CT-hart in zowel scantijden als opbrengst. De mediane scantijd was 6 minuten voor ECG-gated CT-hart en 13 seconden (IQR 12-61) voor niet-ECG-gated CT-hart. De opbrengst was 7,6% voor ECG-gated CT-hart en 5,4% voor niet-ECG-gated CT-hart.

Discussie
De resultaten leveren belangrijke inzichten op in de toegevoegde waarde van CT-hart bij patiënten met een acuut herseninfarct. Dit kan bijdragen aan bredere toepassing in de klinische praktijk.

Een beperking van het onderzoek is dat het gaat om een samenvoeging van observationele data, omdat er nauwelijks gerandomiseerde data beschikbaar zijn. Met de resultaten van dit project kan de selectie van patiënten voor CT-hart bij een acuut herseninfarct in de nabije toekomst worden verbeterd. Ook biedt dit project een goede basis voor een grootschalige kosteneffectiviteitsstudie.

Kenmerken

  • Projectnummer:
    10390052210045
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2023
    2025
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    J. Coutinho
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Amsterdam UMC Locatie AMC