Evaluatie en optimalisatie van Mindfulness-Based Cognitive Therapy implementatie in tweedelijns GGZ
Veel mensen ervaren psychische klachten zoals angst, somberheid of stress. Mindfulness-Based Interventies (MBI’s) zijn bewezen effectieve behandelingen die kunnen helpen bij herstel, terugvalpreventie en veerkracht. Ze zijn breed inzetbaar, omdat ze aangrijpen op overkoepelende processen zoals piekeren en zelfkritiek. Het project toont aan dat in de praktijk het bereik beperkt is: slechts 32% van de reagerende sGGZ-locaties biedt een MBI aan en naar schatting volgen slechts 5.000 patiënten een MBI, tegenover circa 600.000 mensen die jaarlijks binnen de sGGZ behandeld worden. Uit interviews en focusgroepen blijkt dat dit onder andere komt door misverstanden over mindfulness, lage prioriteit ten opzichte van andere behandelingen, een tekort aan trainers en praktische knelpunten. Het project geeft concrete adviezen aan beroepsverenigingen, academische instellingen en GGZ-instellingen om MBI’s beter beschikbaar te maken.
Hoofdstudie
Bekijk de bijbehorende hoofdstudie aangaande ADHD en hoofdstudie aangaande bipolaire stoornis van dit VIMP (Verspreidings- en Implementatie Impuls) project.
Verslagen
Eindverslag
Veel mensen ervaren psychische klachten zoals angst, somberheid of stress. Deze klachten komen vaak samen voor en worden mede in stand gehouden door overkoepelende, transdiagnostische processen zoals piekeren, zelfkritiek en automatische reacties. Mindfulness-Based Interventies (MBI’s) richten zich op deze processen door patiënten te leren met meer aandacht en mildheid om te gaan met gedachten, gevoelens en lichamelijke sensaties. Daardoor zijn MBI’s breed inzetbaar voor heterogene patiëntengroepen. Eerder onderzoek laat zien dat MBI’s angst- en depressieve klachten verminderen, de kans op depressieve terugval verkleinen en bijdragen aan herstel en veerkracht. Toch lijken MBI’s binnen de specialistische GGZ (sGGZ) beperkt beschikbaar.
Doelstelling(en)
Dit project bracht in kaart waar en in welke mate MBI’s worden aangeboden binnen de sGGZ, welke factoren implementatie bevorderen of belemmeren, en welke strategieën en adviezen kunnen bijdragen aan een breder, duurzamer aanbod.
Onderzoeksdesign/projectopzet
Het project bestond uit drie onderdelen: een online vragenlijst naar het huidige MBI-aanbod, semigestructureerde interviews in 3 GGZ-instellingen met verschillende niveaus van MBI-implementatie, en 6 focusgroepen met professionals en vertegenwoordigers van beroeps- en patiëntenverenigingen. De interviews werden geanalyseerd met het Consolidated Framework for Implementation Research (CFIR). In de focusgroepen werden 4 scenario’s besproken, waaronder instellingsgericht aanbod, regionale mindfulness hubs en online aanbod.
Objecten/eenheden van het onderzoek/project en databronnen
Voor de inventarisatie is gebruikgemaakt van het openbaar databestand ggz-kwaliteitsstatuut en AGB-gegevens via Vektis. Alle psychiatrische ziekenhuizen en PAAZ/PUK-afdelingen voor volwassenenzorg werden benaderd. Voor zelfstandige behandelcentra en instellingen binnen de Wet langdurige zorg werd een steekproef getrokken. In totaal ontvingen 371 locaties van 292 instellingen de vragenlijst. Aan interviews en focusgroepen namen directeuren, managers, behandelaren, mindfulnesstrainers, patiënten en patiëntvertegenwoordigers deel.
Interventie(s)
Dit project richtte zich op evidence-based MBI’s, zoals MBCT, MBSR of varianten daarvan: geprotocolleerde 8 weekse trainingen waarvoor wetenschappelijke evidentie bestaat. MBI’s kunnen in groepsverband, individueel, online of blended worden aangeboden.
Uit het onderzoek blijkt dat 32% van de reagerende sGGZ-locaties een MBI aanbiedt. Naar schatting volgen jaarlijks 5.000 patiënten binnen de sGGZ een MBI. Dit bereik is beperkt ten opzichte van de circa 600.000 mensen die jaarlijks sGGZ-behandeling krijgen. Bevorderende factoren voor het aanbieden van MBI’s bleken wetenschappelijke evidentie, transdiagnostische inzetbaarheid, herstelgerichte zorg, opname in behandelrichtlijnen, vergoeding, positieve patiëntervaringen, managementsteun en kartrekkers. Belemmeringen bleken negatieve beeldvorming, misverstanden over mindfulness, lagere prioritering dan andere behandelingen, beperkte borging, praktische knelpunten, personeelstekorten, gebrek aan trainers en het intensieve opleidingstraject.
Discussie, limitaties, conclusies en implicaties
Eerder onderzoek laat zien dat MBI’s wetenschappelijk goed onderbouwd en transdiagnostisch inzetbaar zijn. Dit project laat zien dat het bereik binnen de sGGZ beperkt blijft en brengt in kaart hoe dit komt. Beperkingen zijn non-respons, zelfrapportage van patiëntenaantallen en het ontbreken van interviews met instellingen zonder eerdere MBI-implementatiepoging. De combinatie van vragenlijstgegevens, interviews en focusgroepen geeft echter een consistent beeld. Verdere implementatie vraagt om kennisverspreiding, betere positionering, meer trainerscapaciteit, structurele borging en regionale samenwerking. Het project geeft concrete adviezen aan beroepsverenigingen, academische instellingen en GGZ-instellingen om MBI’s.