Implementatie van mindfulness interventies voor duurzame inzetbaarheid van zorgverleners in de GGZ
Veel GGZ-zorgverleners ervaren klachten van mentale vermoeidheid. Het is belangrijk dat we GGZ-zorgverleners ondersteunen in hun werk en gezondheid met bewezen effectieve behandelingen zoals mindfulness interventies. Uit het onderzoek blijkt dat slechts 28% van de GGZ-instellingen in Nederland een mindfulness interventie voor diens zorgverleners aanbiedt. Uit interviews met 22 GGZ-professionals blijkt dat dit onder andere komt door een gebrek aan kennis over de effectiviteit van mindfulness interventies en doordat zorgverleners te weinig tijd krijgen hieraan deel te nemen. Het huidige project geeft specifieke adviezen aan beroepsverenigingen, academische instellingen en GGZ-instellingen om mindfulness interventies voor zorgverleners aan te bieden. Deze adviezen zijn terug te lezen in het eindrapport dat onder alle GGZ-instellingen in Nederland verspreid zal worden. De volgende stap is het ontwikkelen van een mindfulness interventie die aansluit bij de behoeften van GGZ-zorgverleners.
Hoofdstudie
Bekijk de bijbehorende hoofdstudie aangaande ADHD en hoofdstudie aangaande bipolaire stoornis van dit VIMP (Verspreidings- en Implementatie Impuls) project.
Verslagen
Eindverslag
De geestelijke gezondheidszorg (GGZ) kampt met een toenemende zorgvraag, hoge werkdruk en personeelstekorten. Hierdoor ervaren veel GGZ-zorgverleners mentale vermoeidheid, stress en uitputtingsklachten, wat het risico op ziekteverzuim en uitstroom uit de sector vergroot. Eerdere studies laten zien dat mindfulness interventies (MBI’s) positieve effecten hebben op werk gerelateerde stress, burn-out, welzijn en duurzame inzetbaarheid van zorgprofessionals. Ondanks deze bewezen meerwaarde worden MBI's nog onvoldoende structureel ingezet voor GGZ-zorgverleners.
Doelstellingen
Het project had als doel de implementatie van MBI’s voor GGZ-zorgverleners te bevorderen door
- het in kaart brengen van het huidige aanbod en van bevorderende en belemmerende factoren voor implementatie,
- ontwikkelen van gerichte implementatiestrategieën en
- uitvoeren en evalueren van eerste implementatieactiviteiten.
Projectopzet
Er werd een landelijke inventarisatie uitgevoerd naar het aanbod van MBI’s binnen Nederlandse GGZ-instellingen. Van 533 geïdentificeerde instellingen werden 292 instellingen (371 locaties) benaderd met een vragenlijst over het aanbod en implementatiefactoren. Vervolgens namen 24 stakeholders uit 8 GGZ-instellingen deel aan semigestructureerde interviews. De deelnemers bestonden uit directeuren, managers, HR-professionals, zorgverleners en mindfulness trainers. De interviews werden geanalyseerd met het Consolidated Framework for Implementation Research (CFIR). Vervolgens werden met behulp van de ERIC-tool wetenschappelijk onderbouwde implementatiestrategieën geselecteerd. Deze werden besproken en aangescherpt tijdens twee rondetafelbijeenkomsten met vertegenwoordigers van GGZ-instellingen, beroepsverenigingen, kennisinstituten en opleidingsorganisaties.
Objecten
Voor de inventarisatie werd gebruikgemaakt van openbare databronnen, waaronder het GGZ-kwaliteitsstatuut en AGB-gegevens van Vektis. De onderzoekspopulatie bestond uit GGZ-zorgverleners en relevante stakeholders binnen beleid, HR, beroepsverenigingen, onderwijs en werkgeversorganisaties. Deelnemers aan de interviews werden doelgericht geselecteerd op basis van functie, ervaring met mindfulness en type organisatie.
Interventies
Het project richtte zich op geprotocolleerde, evidence-based MBI’s. Deze kunnen individueel, in groepsverband, online of blended worden aangeboden.
Van de 218 responderende locaties bood 72% geen MBI’s aan voor GGZ-zorgverleners. Waar wel aanbod bestond, varieerde dit sterk in vorm en intensiteit. Deelname was meestal vrijwillig en vond vaak buiten werktijd plaats.
Belangrijke bevorderende factoren waren positieve attitudes ten aanzien van mindfulness, maatschappelijke aandacht voor preventie en aansluiting bij organisatiedoelen zoals duurzame inzetbaarheid. Belangrijke belemmeringen waren beperkte financiering, hoge werkdruk, onvoldoende organisatorische inbedding, beperkte bekendheid met mindfulness en scepsis onder medewerkers. Ook bleken interne kartrekkers en bestaande vitaliteitsstructuren belangrijke voorwaarden voor succesvolle implementatie.
Op basis hiervan werden implementatiestrategieën ontwikkeld, waaronder kennisproducten, een verkorte online MBI, accreditatie van MBI’s, samenwerking met externe partijen, borging van duurzame inzetbaarheid, betere informatievoorziening en monitoring van opbrengsten. De bevindingen zijn samengebracht in een adviesrapport dat breed wordt verspreid onder Nederlandse GGZ-instellingen.
Discussie
Ondanks de toenemende erkenning van het belang van welzijn van GGZ-zorgprofessionals zijn MBI’s nog onvoldoende geïmplementeerd. Het aanpakken van structurele, organisatorische en individuele belemmeringen kan de implementatie van MBI’s bevorderen. Op maat gemaakte implementatiestrategieën zijn essentieel om MBI’s duurzaam te integreren voor GGZ-zorgverleners. De volgende stap is om een specifieke MBI voor GGZ-professionals te ontwikkelen.