Mannen en vrouwen, all ABOARD
Representatie van mannen en vrouwen in medicijnstudies
Bij medicijnstudies naar de ziekte van Alzheimer doen naar verhouding minder vrouwen dan mannen mee. En dat terwijl vrouwen vaker dementie krijgen dan mannen. Daarnaast zijn er verschillen in symptomen en ziektebeloop aangetoond. Vanwege de huidige selectiecriteria voor deelname aan medicijnstudies voor Alzheimer, komen mogelijk minder vrouwen dan mannen in aanmerking voor deelname.
Doel
Om in de toekomst behandeling voor Alzheimer beschikbaar te hebben voor iedereen, is het belangrijk om nu medicijnstudies zo op te zetten dat zowel mannen als vrouwen representatief vertegenwoordigd zijn. Alleen op die manier kan er betrouwbaar informatie verkregen worden over de veiligheid en werkzaamheid van Alzheimer medicijnen.
Methode
De onderzoekers hebben onderzocht of veel gebruikte eisen voor deelname ervoor zorgen dat minder vrouwen mogen deelnemen. Hiervoor hebben ze de 5 meest gebruikte eisen vastgesteld op basis van 563 Alzheimer geneesmiddelen studies.
Resultaten
Toen de onderzoekers deze eisen toepasten op 3835 patiënten van een geheugenpoli in Amsterdam, bleek dat slechts 1 op de 5 vrouwen in aanmerking kwam voor deelname. En dat terwijl met dezelfde criteria bij deze patiënten 1 op de 3 mannen in aanmerking kwam voor deelname.
De belangrijkste 2 bevindingen waardoor vrouwen niet in aanmerking kwamen voor deelname:
- De vrouwen hadden vaak geen mantelzorger die kon helpen bij de deelname aan het onderzoek. Vaak vraagt een onderzoek dat een mantelzorger mee komt naar de afspraken, en helpt met het begrijpen van de informatie over het onderzoek. Vrouwen met dementie zijn vaker alleenstaand dan mannen met dementie. Bij een man kan de vrouw de taak van mantelzorger op zich nemen, en kan ze helpen bij deelname aan het onderzoek. Maar alleenstaande vrouwen zijn vaker afhankelijk van hun kinderen om bij deelname aan onderzoek te helpen. En dat is lastig als kinderen werken en geen tijd hebben voor de afspraken.
- Vrouwen worden vaak later gediagnosticeerd met dementie dan mannen. Daardoor zijn zij vaak al in een verder gevorderd stadium van dementie wanneer ze voor het eerst bij een geheugenpoli komen. Zij kunnen dan niet meer meedoen met medicijnstudies die zijn gericht op mensen met milde dementie symptomen of geheugenklachten.
Hoe kan dit dementieonderzoek helpen?
Bij het ontwerpen van onderzoeken kan hier in de toekomst rekening mee worden gehouden. Bijvoorbeeld door kinderen die mantelzorger zijn en ook nog werken, alleen te betrekken als het echt nodig is. Daarnaast is er meer aandacht nodig voor het herkennen van dementie bij (alleenstaande) vrouwen.