Toediening van lokale anesthetica via wondinfiltratie versus epidurale toediening
Vrouwen die een open buikoperatie ondergaan voor gynaecologische kanker krijgen meestal pijnstilling via een ruggenprik (epidurale pijnstilling). Dit werkt vaak goed, maar bij ongeveer 3 op de 10 vrouwen is dit niet toereikend, waardoor extra opioïden nodig zijn. Ook kan een ruggenprik bijwerkingen geven zoals misselijkheid, duizeligheid, lage bloeddruk en moeite met plassen. Ernstige complicaties, zoals een bloeding of infectie rond het ruggenmerg, zijn zeldzaam, maar ingrijpend.
Continue wondinfiltratie (CWI) is een eenvoudige manier van pijnstilling via een slangetje in de operatiewond. Bij andere buikoperaties werkt het goed en leidt tot sneller herstel en een kortere opname. Gerandomiseerd bewijs hiervoor ontbreekt echter binnen de gynaecologische oncologie.
Studie en verwachte uitkomsten
In deze multicenter gerandomiseerde open-label superioriteitsstudie wordt bij 352 vrouwen onderzocht of het toepassen van CWI zorgt voor een beter herstel in vergelijking met de reguliere standaardzorg (patiëntgedoseerde pijnstilling via een ruggenprik). Dit wordt 3 dagen na de operatie gemeten met een vragenlijst over de kwaliteit van herstel. Het projectteam meet ook pijn, complicaties, opioïdengebruik, ligduur, veiligheid en kwaliteit van leven. Daarnaast wordt de kosteneffectiviteit vanuit maatschappelijk perspectief geëvalueerd.
De studieresultaten kunnen helpen pijnstilling veiliger en patiëntvriendelijker te maken voor gynaecologische oncologiepatiënten.