Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Actieve leefstijl en geestelijke gezondheid bij jonge adolescenten

Om inzicht te krijgen in de samenhang tussen lichamelijke activiteit en geestelijke gezondheidsproblemen onder adolescenten heeft het Trimbos-instituut analyses verricht van gegevens die in 2001 verzameld zijn in het kader van de Health Behaviour in School-aged Children Survey (HBSC). Voor het project is gebruik gemaakt van de Nederlandse dataset (7304 leerlingen in de leeftijd van 11-16 jaar).

Het onderzoek liet zien dat slechts 40% van de jongeren voldoet aan de richtlijnen voor voldoende lichamelijke activiteit. 47% van de jongeren was semi-actief terwijl 13% van de jongeren als inactief was, dit betreft vooral de oudere leeftijdsgroepen en jongeren uit lage SES families.

Geconcludeerd is dat 40% van de jongeren aan de richtlijn voor gezond bewegen voldoet. Eén op de zeven jongeren is inactief. Deze inactieve groep heeft een verhoogde kans op geestelijke gezondheidsproblemen. Onderzoek liet zien dat effecten van lichamelijke activiteit op het lichaamsbeeld en de sociale aspecten van georganiseerd sporten daarin een (beperkte) rol lijken te spelen.

Producten

Titel: Low physcial activity in adolescence is associated with increased risk for mental health problems.
Magazine: Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology

Verslagen


Eindverslag

Het onderzoek liet zien dat slechts 40% van de jongeren voldoet aan de richtlijnen voor voldoende lichamelijke activiteit. 47% van de jongeren was semi-actief terwijl 13% van de jongeren als inactief kan worden gekarakteriseerd, dit betreft vooral de oudere leeftijdsgroepen en jongeren uit lage SES families. Na correctie voor verstorende variabelen hadden inactieve jongeren vergeleken met norm-actieve jongeren een grotere kans op teruggetrokken gedrag (OR=2), angstig-depressieve gevoelens (OR=1.7) en aggressief gedrag (OR=1.5). Het risico onder semi-actieve jongeren was niet verhoogd.In nader onderzoek zijn twee in de wetenschappelijke literatuur genoemde mechanismen onderzocht die de relatie tussen lichamelijke activiteit en geestelijke gezondheid mogelijk verklaren: ‘de sociale interactie hypothese’ en ‘de lichaamsbeeld hypothese’. De lichaamsbeeld hypothese verondersteld dat het positieve effect van lichamelijke activiteit voortkomt uit het effect op de lichaamsbouw en -gewicht. Deze hypothese werd onderzoch met behulp van gegevens over het beeld dat kinderen hadden van hun eigen lichaamsgewicht (goed, te dun, te dik). De sociale interactie hypothese verondersteld dat de positieve effecten van lichamelijke activiteit samenhangen met de sociale interactie waarmee (georganiseerd) sporten gepaard gaat. Deze hypothese werd onderzocht met behulp van informatie over het lid zijn van een sportvereniging. De analyses lieten enige ondersteuning zien voor beide hypothesen, de effecten waren echter klein. De beide mechanismen vormden geen voldoende verklaring voor de relatie tussen lichamelijke activiteit en internaliserende problemen. Dit wijst erop dat er ook andere mechanismen een rol spelen, waarschijnlijk ook van directe fysiologische aard. Het verband tussen lichamelijke activiteit en externaliserende problemen werd wel volledig door beide mechanismen verklaard.

Kenmerken

  • Projectnummer:
    75020003
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2005
    2006
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    Prof. dr. W.A.M. Vollebergh
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Trimbos-instituut