Mobiele menu

Bloedtransfusiebeleid

Projectomschrijving

Deze herziening van de richtlijn bloedtransfusie is een update van de multidisciplinaire richtlijn bloedtransfusiebeleid uit 2004, waarbij nieuwe onderzoeksgegevens en ontwikkelingen in het maatschappelijk debat op relevantie zijn beoordeeld en in de richtlijn verwerkt. 

Doel

Het doel van de aanbevelingen in deze richtlijn is het stimuleren van een meer uniform klinisch denken en handelen op het gebied van bloedtransfusie. Maar ook het verankeren van de rol van verpleegkundigen bij bloedtransfusies en het incorporeren van nieuwe nationale initiatieven, zoals de totstandkoming van TRIX (Transfusie Register Irregulaire antistoffen en X-proefproblemen), een elektronisch register met patiënteninformatie over aangetoonde antistoffen tegen bloedgroepen zijn belangrijke aandachtspunten bij de revisie geweest. In de richtlijn wordt deskundigheidsbevordering van medewerkers betrokken bij bloedtransfusie nagestreefd met accent op de ziekenhuissituatie. Dit betreft zowel analisten, verpleegkundigen  als artsen.

Resultaten

Bij deze revisie is een korte samenvatting van de richtlijn in zakformaat uitgebracht, de Transfusiegids, die 100% aansluit op de bloedtransfusie richtlijn 2011. U kunt de Richtlijn Bloedtransfusie en de transfusiegids downloaden op de website van het CBO.

Verslagen


Eindverslag

Samenvatting richtlijn bloedtransfusie Bloed en bloedproducten nemen een bijzondere plaats in binnen de Nederlandse gezondheidszorg. Waar de meeste andere ‘verbruiksproducten’ in de geneeskunde door commerciële bedrijven worden geleverd, wordt bloed zonder vergoeding afgegeven door vrijwillige donoren (bijna 3% van de Nederlandse bevolking). Bij bloedtransfusies staat de veiligheid en de gezondheid van patiënten en donors centraal. Dat vereist geavanceerde productiemethoden, strakke procedures, strenge kwaliteitseisen en controles, en regelgeving en bewaking bij de toediening. Iedere donatie wordt getest, waardoor het risico op bloedoverdraagbare infecties door bloedproducten minimaal is. Toch blijft er, ondanks alle voorzorgen, een zeer kleine kans bestaan op besmetting door bloedtransfusie. Mede daarom is terughoudendheid in het gebruik van bloed en bloedproducten gewenst. Schadeclaims van patiënten die met HIV besmet bloed ontvingen deden internationaal het inzicht groeien dat de aansprakelijkheid voor de veiligheid van bloedproducten beter geregeld moest worden. In Nederland is Sanquin Bloedvoorziening verantwoordelijk voor de donorzorg, de donor-productkoppeling en de veiligheid en de werkzaamheid van het product. De ziekenhuizen zijn verantwoordelijk voor doelmatig en juist geïndiceerd gebruik van bloedproducten. Deze herziening bloedtransfusie is een update van de multidisciplinaire richtlijn bloedtransfusiebeleid uit 2004, waarbij nieuwe onderzoeksgegevens en ontwikkelingen in het maatschappelijk debat op relevantie zijn beoordeeld en in de richtlijn verwerkt. Het doel van de aanbevelingen in deze richtlijn is het stimuleren van een meer uniform klinisch denken en handelen op het gebied van bloedtransfusie. Maar ook het verankeren van de rol van verpleegkundigen bij bloedtransfusies en het incorporeren van nieuwe nationale initiatieven, zoals de totstandkoming van TRIX (Transfusie Register Irregulaire antistoffen en X-proefproblemen), een elektronisch register met patiënteninformatie over aangetoonde antistoffen tegen bloedgroepen zijn belangrijke aandachtspunten bij de revisie geweest. In de richtlijn wordt deskundigheidsbevordering van medewerkers betrokken bij bloedtransfusie nagestreefd met accent op de ziekenhuissituatie. Dit betreft zowel analisten, verpleegkundigen als artsen. Daar waar ondanks nieuwe literatuur nog kennislacunes blijven bestaan over (deel)onderwerpen, heeft de werkgroep op basis van discussie en consensus suggesties en aanbevelingen geformuleerd om deze kennislacunes voorlopig te ondervangen. Bij deze revisie is een korte samenvatting van de richtlijn in zakformaat uitgebracht, de Transfusiegids, die 100% aansluit op de bloedtransfusie richtlijn 2011. Parallel aan de revisie van de richtlijn is er op basis van de richtlijn een set interne kwaliteitscriteria ontwikkeld gericht op het effectief en veilig gebruik van bloedproducten. Hoewel deze richtlijn in de eerste plaats procedures en handelingen betreft die binnen een ziekenhuis plaatsvinden, gelden de aanbevelingen eveneens voor bloedtransfusies buiten het ziekenhuis, bijvoorbeeld binnen de zelfstandige behandelcentra (ZBC) en via de thuiszorg.
· Het project bevindt zich in de fase van het redigeren van de conceptrichtlijnteksten door het CBO in samenwerking met de kerngroep/voorzitters. · Er is tevens een indicatorenset ontwikkeld. · Momenteel wordt tevens gewerkt aan het omzetten van de conceptrichtlijn tot een ‘transfusiegids’: een samenvatting in zakformaat. Er wordt een vertraging in de ontwikkeling verwacht van meer dan een jaar. (verwezen wordt naar de aanvraag verlenging van dd. 15-07-2009). Daarnaast zal het toegekende budget voor dit traject hierdoor niet toereikend zijn. De vertraging heeft met een groot aantal factoren te maken, oa: 1) Bij het verlaten van DiLiGuide is er voor gekozen om de discussie over teksten voornamelijk via de email te laten plaatsvinden. Gebleken is dat de discussies over de teksten zeer moeizaam op gang kwamen. 2) De extra werkzaamheden en inspanningen die de revisie met zich meebrengt als gevolg van het herindelen van een dergelijke grote richtlijn in modules. 3) De grootte van de richtlijn en het feit dat er gekozen is voor het omzetten van de richtlijn naar een modulaire opbouw, maken dat er meer tijd nodig is om een eindredactie uit te voeren. Gezien de ontstane vacatures binnen de werkgroep en de invloed die dat heeft op de afronding en de kwaliteit van de teksten versterken dit nog meer. 4) Tijdens de redactiefase is er extra vertraging opgelopen in het aanleveren van de teksten waardoor de redactie pas een maand later van start kon gaan. Dit heeft uiteindelijk ook extra vertraging opgeleverd doordat de werkzaamheden daardoor moeilijk opnieuw in te plannen waren als gevolg van andere lopende projecten. 5) De verwachting is dat gezien de complexiteit en grootte van het traject een extra slag om de hand houden voor werkzaamheden van belang is.

Samenvatting van de aanvraag

De richtlijn bloedtransfusiebeleid is de eerste richtlijn die onder auspiciën van de Medisch Wetenschappelijke Raad van het CBO in 1982 tot stand kwam. Nadien is de tekst meerdere keren herzien. Daarmee is deze richtlijn uitgegroeid tot een standaardwerk dat door iedereen in de bloedtransfusiewereld als leidraad wordt beschouwd. Er is ook onderzoek gedaan naar de mate waarin de richtlijn daadwerkelijk wordt opgevolgd. Een van de belangrijkste aanbevelingen van de eerste richtlijn (1982) was dat het gebruik van vol bloed zoveel mogelijk moest worden beperkt en dat van erytrocyten concentraat zoveel mogelijk moest worden gestimuleerd. Dit beleid is geëffectueerd, maar andere aanbevelingen uit de richtlijn zijn minder goed opgevolgd. Dat heeft onder andere te maken met de bewijskracht van de aangehaalde literatuur, de mate waarin risico’s acceptabel worden gevonden in relatie tot kosten die daarvoor gemaakt moeten worden. Bij een herziening van de richtlijn zal specifiek aan deze implementatie-aspecten aandacht moeten worden geschonken. Bij deze herziening zal de nadruk komen te liggen op een verdere versterking van vooral het klinisch denken en handelen op het gebied van de bloedtransfusie. Waar de transfusielaboratoria, gesteund door ontwikkelingen als (internationale) accreditatie al in sterke mate werken volgens de vigerende Richtlijn Bloedtransfusie, is er in de klinische praktijk sprake van een groter aantal vrijheidsgraden. In de Richtlijn uit 2004 is voor de eerste maal aandacht besteed aan indicaties en productkeuzes, waarbij bleek dat het opstellen van aanbevelingen voor de brede klinische praktijk geen sinecure is. Anderzijds is het wel zo, dat er in toenemende mate behoefte is aan heldere aanbevelingen bij het klinisch handelen op het gebied van de bloedtransfusie. Nieuwe elementen in de richtlijn zijn: - identificatie door de nationale veiligheidskaart met elektronische bewaking (hemovigilantie). - eisen die gesteld worden aan kennisniveau van verpleegkundigen en andere medewerkers betrokken bij diagnostiek, opslag en transfusie van cellulaire bloedcomponenten alsmede het incorporeren in een ketenbeschrijving (klinisch pad) - implementatieplan en –instrumenten, incl. indicatoren; hierbij moet onder andere gedacht worden aan het registreren van neveneffecten zoals incidenten of transfusiereacties en het evalueren van het klinische effect en transfusieresultaat. - periodieke evaluatie van richtlijnen op grond van klinisch transfusieonderzoek moet een basis vormen voor een periodieke update van de richtlijnen - het gebruik van TRIX (nationaal Transfusie Register van Irregulaire antistoffen en X-proeven) - meer aandacht voor thuistransfusies (bloedtransfusies buiten het ziekenhuis) - in kaart brengen van relevante kostencomponenten

Kenmerken

Projectnummer:
150020018
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2007
2013
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
C.J.G.M. Rosenbrand
Verantwoordelijke organisatie:
TNO
Afbeelding

Kwaliteitsinstrumenten en kwaliteitsbeleid

Kwaliteitsinstrumenten ondersteunen zorgprofessionals, de patiënt en diens naasten om de juiste zorgoptie te kiezen. Daarom stimuleren we de ontwikkeling, implementatie, evaluatie en herziening hiervan. Zoals keuzehulpen, richtlijnen, standaarden, patiënteninformatie en meetinstrumenten.