Mobiele menu

COMMUNICATIE BIJ SAMEN BESLISSEN IN DE SPREEKKAMER: WELKE STRATEGIE HELPT (EN BIJ WELKE PATIENTEN)?

Projectomschrijving

Communicatie bij samen beslissen

Er is nog weinig wetenschappelijk bewijs voor welke manier van communiceren de patiënt helpt of juist belemmert bij gezamenlijke besluitvorming in de spreekkamer. In dit onderzoek toetsen we 2 manieren van communiceren die artsen kunnen gebruiken om samen beslissen te bevorderen: 

  1. De patiënt uitleggen dat een beslissing genomen moet worden en dat de mening van de patiënt belangrijk is; 
  2. Het achterwege laten van het (onbewust) sturen van de patiënt in de richting van de behandeling die de arts wil geven.

Methode: gemaakte video's beoordelen 

Met acteurs nemen we video's op van consulten waarin deze 2 manieren juist wel of niet voorkomen. Deze video's worden via een internetstudie beoordeeld door grote groepen patiënten (met nierziekten, kanker of reuma) en vrijwilligers. Na het zien van de videofragmenten vullen de deelnemers vragen in over de ervaren keuzen, de voorkeur van de specialist, de wens om mee te beslissen en de eigen voorkeur. Ook meten we de tevredenheid met en vertrouwen in de arts.

De verkregen kennis is belangrijk voor onderwijs (opleidingen en nascholing).

Producten

Titel: Perceived awareness of choice: A pilot study (and study design empirical test)
Auteur: Arwen H Pieterse; Kim Brandes; Marleen Kunneman; Corrie AM Marijnen; Anne M Stiggelbout

Verslagen


Eindverslag

Er is nog weinig bekend over de effectiviteit van communicatie strategieën van artsen die samen beslissen kunnen ondersteunen. Dit is een belemmering voor de implementatie van samen beslissen omdat de onderbouwing voor communicatie interventies en trainingen nog ontbreekt.

Deze studie onderzoekt het effect van twee communicatie strategieën die artsen kunnen inzetten om samen beslissen te bevorderen. Het gaat ten eerste om het expliciet maken aan de patiënt dat een beslissing genomen moet worden en dat de mening van de patiënt daarin belangrijk is. Deze strategie, die ook als stap 1 van samen beslissen is beschreven, wordt in de praktijk zelden gezien. De verwachting is dat met deze stap de patiënt actiever luistert, de informatie beter begrijpt en mogelijk ook beter onthoudt en later in het consult minder verrast wordt door een vraag naar zijn voorkeur.

De tweede communicatie strategie is het achterwege laten van (vaak onbewust) sturen van de patiënt in de richting van een behandeling war de arts een voorkeur voor heeft. De verwachting is dat met deze stap de patiënt meer ruimte ervaart om na te denken over zijn of haar eigen voorkeur en daarmee meer ervaart dat hij of zij betrokken wordt in de beslissing.

Met de nadruk op ‘evidence-based medicine’ is het gebrek aan bewijs voor strategieën die gedeelde besluitvorming ondersteunen een belemmering voor de implementatie van GB. Het onderhavige onderzoek wil bewijs leveren voor een beoogd gunstig effect van twee communicatie strategieën die artsen kunnen inzetten om het samen beslissen te bevorderen. Het gaat ten eerste om het expliciteren aan de patiënt dat een beslissing genomen moet worden waarbij de mening van de patiënt belangrijk is. Deze strategie, vaak ook als stap 1 van samen beslissen beschreven, wordt in de praktijk helaas zelden gezien, terwijl van het op deze wijze activeren van de patiënt te verwachten is dat hij actiever luistert, de informatie beter begrijpt en later in het consult minder verrast wordt door een vraag naar zijn voorkeur. Ten tweede gaat het om het achterwege laten van impliciete normativiteit, het (vaak onbewust) sturen van de patiënt in de richting van een behandeling die de voorkeur van de arts heeft.

Doel en onderzoeksvragen:

Doel is het onderzoeken van het effect op gedeelde besluitvorming van het gebruik van de twee genoemde strategieën. Dit leidt tot de volgende onderzoeksvragen:
1. Leidt het expliciet toepassen van stap 1 ertoe dat de (potentiële) patiënt de informatie beter begrijpt, meer keuzeruimte in de besluitvorming ervaart en een minder sterke voorkeur van de specialist en vaker mee wil beslissen?
2. Leidt het achterwege laten van impliciete normativiteit ertoe dat de (potentiële) patiënt meer keuzeruimte in de besluitvorming ervaart, een minder sterke voorkeur van de specialist ervaart en vaker mee wil beslissen?
3. Hebben het expliciet toepassen van Stap 1 en het achterwege laten van impliciete normativiteit een effect op patiënttevredenheid en vertrouwen in de specialist?
4. Wat is hierbij de modererende rol van de factoren leeftijd, geslacht, opleiding, gezondheidsvaardigheden en type/fase van de aandoening?

Methoden:

In een gerandomiseerde 2x2 studie zullen vier groepen respondenten (120 reuma-, 120 kanker-, en 120 nierpatiënten en 360 leden van de algemene bevolking, gematcht naar leeftijd van de patiënten) video’s van nagespeelde delen van besluitvormingsconsulten beoordelen als zijnde een analoge patiënt (voor een denkbeeldige beslissing). In deze fragmenten worden de twee strategieën gemanipuleerd:
1. Zorgverlener informeert de patiënt dat beslissing genomen moet worden waarbij de mening van de patiënt belangrijk is.
2. Het presenteren van de behandelmogelijkheden zonder impliciet te sturen.
Dit leidt tot de volgende condities, waarbij alles behalve de twee strategieën constant gehouden wordt (de arts, het overige deel van het script, het decor):
a. wel stap 1-geen impliciete normativiteit, naar verwachting de meest ideale conditie voor GB;
b. geen stap 1-geen impliciete normativiteit;
c. wel stap 1-wel impliciete normativiteit;
d. geen stap 1-wel impliciete normativiteit (naar verwachting de minst ideale conditie voor GB).

Om de generaliseerbaarheid van de resultaten te verhogen hebben wij drie ziektebeelden geselecteerd waar voorkeursgevoelige beslissingen spelen. Wij ontwikkelen hiervoor drie casussen:
1. nierziekten (keuze dialyse: peritoneale of hemodialyse)
2. incurabele kanker, soort niet gespecificeerd (wel of geen chemotherapie)
3. reumatoïde artritis (wel of niet afbouwen van medicatie (een biological)).
De video’s worden ingebed in een internet-vragenlijst, waarin zowel de uitkomsten als de potentiële moderatoren (interacties) worden uitgevraagd. Randomisatie vindt plaats door een onderzoeksbureau dat voor ons de vragenlijst uitzendt, gestratificeerd naar ziektebeeld (voor patiënten), leeftijd en geslacht en gerandomiseerd naar conditie en ziektebeeld voor de algemene bevolking. Elke respondent krijgt één fragment te zien.
Na het zien van de videofragmenten krijgt de respondent vragen voorgelegd over begrip van de medische informatie die de arts in het videofragment heeft gegeven, ervaren keuze in de besluit

Samenvatting van de aanvraag

Met de nadruk op ‘evidence-based medicine’ is het gebrek aan bewijs voor strategieën die gedeelde besluitvorming ondersteunen een belemmering voor de implementatie van GB. Het onderhavige onderzoek wil bewijs leveren voor een beoogd gunstig effect van twee communicatie strategieën die artsen kunnen inzetten om het samen beslissen te bevorderen. Het gaat ten eerste om het expliciteren aan de patiënt dat een beslissing genomen moet worden waarbij de mening van de patiënt belangrijk is. Deze strategie, vaak ook als stap 1 van samen beslissen beschreven, wordt in de praktijk helaas zelden gezien, terwijl van het op deze wijze activeren van de patiënt te verwachten is dat hij actiever luistert, de informatie beter begrijpt en later in het consult minder verrast wordt door een vraag naar zijn voorkeur. Ten tweede gaat het om het achterwege laten van impliciete normativiteit, het (vaak onbewust) sturen van de patiënt in de richting van een behandeling die de voorkeur van de arts heeft. Doel en onderzoeksvragen: Doel is het onderzoeken van het effect op gedeelde besluitvorming van het gebruik van de twee genoemde strategieën. Dit leidt tot de volgende onderzoeksvragen: 1. Leidt het expliciet toepassen van stap 1 ertoe dat de (potentiële) patiënt de informatie beter begrijpt, meer keuzeruimte in de besluitvorming ervaart en een minder sterke voorkeur van de specialist en vaker mee wil beslissen? 2. Leidt het achterwege laten van impliciete normativiteit ertoe dat de (potentiële) patiënt meer keuzeruimte in de besluitvorming ervaart, een minder sterke voorkeur van de specialist ervaart en vaker mee wil beslissen? 3. Hebben het expliciet toepassen van Stap 1 en het achterwege laten van impliciete normativiteit een effect op patiënttevredenheid en vertrouwen in de specialist? 4. Wat is hierbij de modererende rol van de factoren leeftijd, geslacht, opleiding, gezondheidsvaardigheden en type/fase van de aandoening? Methoden: In een gerandomiseerde 2x2 studie zullen vier groepen respondenten (120 reuma-, 120 kanker-, en 120 nierpatiënten en 360 leden van de algemene bevolking, gematcht naar leeftijd van de patiënten) video’s van nagespeelde delen van besluitvormingsconsulten beoordelen als zijnde een analoge patiënt (voor een denkbeeldige beslissing). In deze fragmenten worden de twee strategieën gemanipuleerd: 1. Zorgverlener informeert de patiënt dat beslissing genomen moet worden waarbij de mening van de patiënt belangrijk is. 2. Het presenteren van de behandelmogelijkheden zonder impliciet te sturen. Dit leidt tot de volgende condities, waarbij alles behalve de twee strategieën constant gehouden wordt (de arts, het overige deel van het script, het decor): a. wel stap 1-geen impliciete normativiteit, naar verwachting de meest ideale conditie voor GB; b. geen stap 1-geen impliciete normativiteit; c. wel stap 1-wel impliciete normativiteit; d. geen stap 1-wel impliciete normativiteit (naar verwachting de minst ideale conditie voor GB). Om de generaliseerbaarheid van de resultaten te verhogen hebben wij drie ziektebeelden geselecteerd waar voorkeursgevoelige beslissingen spelen. Wij ontwikkelen hiervoor drie casussen: 1. nierziekten (keuze dialyse: peritoneale of hemodialyse) 2. incurabele kanker, soort niet gespecificeerd (wel of geen chemotherapie) 3. reumatoïde artritis (wel of niet afbouwen van medicatie (een biological)). De video’s worden ingebed in een internet-vragenlijst, waarin zowel de uitkomsten als de potentiële moderatoren (interacties) worden uitgevraagd. Randomisatie vindt plaats door een onderzoeksbureau dat voor ons de vragenlijst uitzendt, gestratificeerd naar ziektebeeld (voor patiënten), leeftijd en geslacht en gerandomiseerd naar conditie en ziektebeeld voor de algemene bevolking. Elke respondent krijgt één fragment te zien. Na het zien van de videofragmenten krijgt de respondent vragen voorgelegd over begrip van de medische informatie die de arts in het videofragment heeft gegeven, ervaren keuze in de besluitvorming en voorkeur van de specialist, de wens om mee te beslissen en behandelingsvoorkeur en tevredenheid met en vertrouwen in de arts en de informatie. Implementatie: Doel van de disseminatie- en implementatiestrategie is de verkregen kennis te verspreiden en breed in onderwijs, opleiding en nascholing te (laten) implementeren, zowel in de Leidse Opleidingsregio, als landelijk, via ons uitgebreide klinische, patiënten-, onderwijs- en opleidingsnetwerk. Doelgroepen zijn zorgverleners en studenten; wetenschappelijke verenigingen, opleiders en supervisoren; trainers en docenten en gremia voor opleiding en nascholing; en (toekomstige) patiënten, hun naasten en patiëntenverenigingen.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
516000509
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2017
2019
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. A.M. Stiggelbout
Verantwoordelijke organisatie:
Leiden University Medical Center