Mobiele menu

Consequences of early-life antibiotic exposure on antimicrobial gene selection: what regimen causes least harm?

De samenstelling van darmbacteriën is bij kinderen nog volop in ontwikkeling en daarom kwetsbaar voor verstoringen door antibiotica. De hypothese van de onderzoekers was dat antibiotica toegediend op jonge leeftijd belangrijke gevolgen kan hebben voor:

1) de gezonde samenstelling van darmbacteriën en
2) op de ontwikkeling van antibioticaresistentie.

Om dit te bestuderen volgden de onderzoekers een grote groep kinderen die in hun eerste levensweek antibiotica kregen vanwege een (verdenking op een) infectie. Deze kinderen kregen willekeurig 1 van de 3 in Nederland meest voorkomende antibioticacombinaties voorgeschreven. In het eerste levensjaar werd regelmatig poep van deze kinderen verzameld. De onderzoekers vergeleken de bacteriën en resistentiegenen aanwezig in de poep met die van gezonde kinderen.

De eerste resultaten laten zien dat de kinderen die in hun eerste levensweek antibiotica kregen hierna een fors lagere diversiteit aan darmbacteriën hadden dan de gezonde kinderen. Daarnaast leidde antibioticabehandeling tot veranderingen in de algehele darmbacteriesamenstelling, waaronder voor zuigelingen essentiële bacteriën, welke nog zichtbaar waren bij de leeftijd van 1 jaar. Verder vonden de onderzoekers dat de met antibiotica behandelde kinderen gedurende hun eerste levensjaar een grotere variatie van antibioticaresistentie genen met zich meedroegen. Er werden ook subtiele verschillen in effecten tussen de verschillende antibioticacombinaties gevonden.

Deze informatie helpt artsen om de juiste antibiotica te kunnen blijven voorschrijven aan de allerjongste patiënten.

Producten

Titel: A randomized controlled trial studying the effects of early life antibiotics on the developing infant gut microbiota and resistome: results from the ZEBRA study
Auteur: M Reyman, MA van Houten, RL Watson, WJ de Waal, W van Schaik, EAM Sanders, D Bogaert
Titel: Wat leert babypoep ons over de keerzijde van antibiotica?
Auteur: M Reyman, MA van Houten, RL Watson, WJ de Waal, W van Schaik, EAM Sanders, D Bogaert

Verslagen


Eindverslag

Antimicrobiële resistentie (AMR) is wereldwijd een snel toenemend probleem waarbij het steeds vaker voorkomt dat een behandeling met antibiotica mislukt. Antibioticadruk kan de samenstelling van het menselijk microbioom verstoren en hierin leiden tot een selectie van AMR genen. Met name het ontwikkelende microbioom van pasgeborenen is kwetsbaar voor verstoringen door antibiotica. Onze hypothese was dat antibioticagebruik bij pasgeborenen zal leiden tot de selectie van AMR genen en tot uitgroei van resistente bacteriën binnen hun microbioom met lange termijn gevolgen voor de samenstelling van het microbioom en het reservoir van AMR genen. Het doel van deze studie was om de korte en lange termijneffecten te onderzoeken van breedspectrum antibioticabehandeling bij pasgeborenen op de samenstelling en ontwikkeling van het microbioom, de AMR gen selectie en AMR gen persistentie. Om dit te onderzoeken, hebben wij een gerandomiseerde prospectieve cohort studie uitgevoerd onder 147 vaginaal of per keizersnede geboren kinderen die antibiotisch behandeld moesten worden vanwege een (verdenking op een) neonatale infectie. Deze kinderen werden gerandomiseerd in 3 groepen, waarbij elke groep een van de drie in Nederland meest voorkomende antibioticabehandelingen kreeg, namelijk: amoxicilline + cefotaxim, Augmentin + gentamicine of penicilline + gentamicine. Een gezonde groep kinderen die geen antibiotica kreeg in de eerste levensweek diende als controle. Ontlasting monsters werden verzameld voor start van de antibiotica, direct na het stoppen van de behandeling en op het moment dat de kinderen 1, 4 en 12 maanden oud waren. Middels 16S rRNA gen sequencing van de bacteriële DNA in de ontlasting monsters werd het darmmicrobioom gekarakteriseerd. De aanwezigheid van een klinisch relevant panel van 31 AMR genen werd gescreend met behulp van microfluidics technologie welke werd gevalideerd middels whole genome shotgun sequencing.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
205300001
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2014
2018
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. M.A. van Houten
Verantwoordelijke organisatie:
Universitair Medisch Centrum Utrecht