COVID-19 vaccinatie bij nierpatiënten (RECOVAC)
Aan het begin van de COVID-19-pandemie hadden patiënten met een verminderde nierfunctie, die dialyseren of met een niertransplantatie, een van de hoogste sterftecijfers van alle risicogroepen. Dit vormde de aanleiding voor het RECOVAC-consortium, waarin experts uit alle Nederlandse UMC’s samenwerkten met nierpatiënten om het effect van vaccinatie tegen COVID-19 in deze groep te onderzoeken.
Doel
Het overkoepelende doel was om nierpatiënten zo goed mogelijk te kunnen beschermen tegen COVID-19.
Er werden 4 deelstudies uitgevoerd met elk een eigen doel:
- RECOVAC Immuun Response studie: In detail de reactie van het immuunsysteem op COVID-19 vaccinatie bij nierpatiënten onderzoeken.
- RECOVAC Antistof studie: de relatie tussen antistofreactie en bescherming tegen COVID-19 bij nierpatiënten onderzoeken.
- RECOVAC Registratie studie: het optreden en de ernst van een COVID-19-infectie ná vaccinatie bij nierpatiënten, vergeleken met de algemene populatie en met personen die niet gevaccineerd waren.
- RECOVAC Booster studie: het onderzoeken van de reactie van het afweersysteem en het optreden van een COVID-19-infectie na verschillende booster vaccinatie strategieën bij patiënten die geen antistoffen hadden aangemaakt na 2 toedieningen van het Moderna vaccin.
Achtergrond
Waarom zijn deze onderzoeken nodig?
Voordat vaccinaties goedgekeurd werden en er daadwerkelijk gevaccineerd kon worden was er veel onderzoek gedaan naar werking en het effect van deze vaccinaties. Helaas miste er specifiek onderzoek naar de werking en het effect van vaccinaties bij bepaalde kwetsbare doelgroepen, zoals nierpatiënten. Juist voor hen was bescherming extra belangrijk, want nierpatiënten en andere patiënten met een verslechterd immuunsysteem hadden veel meer kans om ernstig ziek te worden of zelfs te overlijden wanneer zij besmet raakten met het coronavirus.
Onderzoeksopzet
RECOVAC Immuun Response studie
De RECOVAC Immuun Response studie onderzocht de reactie van het afweersysteem van nierpatiënten na COVID-19 vaccinatie. In dit deelproject werd de afweer na vaccinatie onderzocht in 175 patiënten met ernstige nierschade, 175 dialyse patiënten en 300 niertransplantatie patiënten. De resultaten van deze groepen werden vergeleken met de controleresultaten van 200 mensen met een normale nierfunctie. Er werd bloed afgenomen voorafgaand aan vaccinatie, 28 dagen na de eerste én tweede vaccinatie, en 6 en 12 maanden na de tweede vaccinatie. Op de verschillende tijdstippen werden antistoffen gemeten, maar er werd ook gekeken naar andere vormen van afweer.
RECOVAC antistofstudie
De tweede studie was gericht op de relatie tussen de hoogte van antistoffen en de (lange termijn) werkzaamheid van een COVID-19 vaccinatie. Hierbij werden patiënten met ernstige nierschade, dialyse patiënten en niertransplantatiepatiënten op grote schaal uitgenodigd om middels een vingerprik thuis bloed af te nemen en op te sturen. Dit gebeurde 28 dagen en 6 maanden na complete vaccinatie. Dit bloed werd vervolgens onderzocht op specifieke antistoffen die aangemaakt worden na vaccinatie. Daarnaast werd bijgehouden of iemand alsnog besmet raakte met COVID-19 middels een vragenlijst die werd afgenomen 28 dagen, 6 maanden, 1 en vervolgens 2 jaar na complete vaccinatie. Daarmee werd de relatie onderzocht tussen de aanmaak van antistoffen na vaccinatie en het risico om alsnog besmet te raken met COVID-19.
RECOVAC registratie studie
Deze studie was gericht op het onderzoeken van de werkzaamheid van een COVID-19 vaccinatie bij dialyse patiënten en niertransplantatiepatiënten op de lange termijn. Hierbij werd gekeken of iemand nog besmet raakte met COVID-19 na vaccinatie, in welke ernst en of dit verschilde met personen van de algemene bevolking of met mensen die niet gevaccineerd waren. Ook werd er gekeken of er bepaalde patiëntkenmerken waren die dit risico konden verhogen.
Voor dit onderzoek werd er een grote registratie bijgehouden van alle dialyse- en niertransplantatiepatiënten in Nederland en werd er grotendeels gebruik gemaakt van koppelingen van reeds bestaande registraties.
RECOVAC booster studie
Deze studie was gericht op het verschaffen van essentiële, ontbrekende informatie over de optimale COVID-19 boosterstrategie bij patiënten bij wie geen antistoffen aangetroffen werden na de 2 standaard toedieningen van het Moderna vaccin. Voor patiënten die ook na een boostervaccinatie onvoldoende of geen antistoffen aanmaakten was het daarnaast belangrijk om te onderzoeken of er betere methoden waren dan alleen herhaalde toediening van het vaccin.
Resultaten
Uit de studies bleek dat de afweerreactie na COVID-19 vaccinatie, als maat voor effectiviteit, het laagste is bij niertransplantatiepatiënten. Dit was met name het geval voor degenen die het medicijn mycofenolaat mofetil (Cellcept/Myfortic) gebruikten. Hoewel de afweerreactie bij dialyse- en nierfalenpatiënten beter was dan verwacht, was deze toch wat lager vergeleken met de algemene bevolking, met name bij degenen die afweer onderdrukkende medicijnen gebruikten. Verder vonden de onderzoekers dat nierpatiënten hun opgebouwde afweer na vaccinatie sneller verloren en daardoor vaker een boostervaccinatie nodig hadden. Het mRNA-1273 (Spikevax) vaccin bleek het meest effectief. Een hogere afweerreactie bood niet alleen betere bescherming tegen COVID-19, maar verminderde ook het risico op post-COVID. Vaccinatie was veilig en had geen negatieve invloed op de nierfunctie of transplantaatoverleving. Het project onderzocht ook strategieën om de afweerreactie na vaccinatie te verbeteren. Extra vaccinaties, hogere doseringen of het tijdelijk stoppen van mycofenolaat mofetil hielpen niertransplantatiepatiënten niet om een betere afweer op te bouwen. Het langdurig vervangen van mycofenolaat mofetil door een ander medicijn (everolimus) leidde wel tot een sterkere afweerreactie, maar ging gepaard met bijwerkingen.
Met ruim 25 wetenschappelijke publicaties en 10 webinars hebben de onderzoekers deze kennis gedeeld, dankzij de steun van ZonMw. Dit onderzoek heeft bijgedragen aan betere bescherming en zorg voor nierpatiënten tijdens de pandemie.
Uitvoerende partijen
Universitair Medisch Centrum Groningen, in samenwerking met aangesloten ziekenhuizen, Amsterdam UMC, Erasmus MC, LUMC en het Radboud UMC.
Context
Dit onderzoek was 1 van 8 studies naar de werking van COVID-19 vaccinaties bij patiënten met een verstoord immuunsysteem. Deze mensen liepen een hoger risico op complicaties bij een COVID-19 infectie. Bovendien wist men nog niet goed genoeg of zij voldoende én voldoende lang werden beschermd na een vaccinatie.
ZonMw faciliteerde deze onderzoeken zodat patiënten, behandelaars en beleidsmakers met de kennis uit deze studies goede keuzes konden maken voor de vaccinatiestrategie. De studies werkten met gestandaardiseerde protocollen en meetmethoden. Dat wil zeggen dat ze hun data op dezelfde manier verkregen en analyseerden. Daardoor kunnen de resultaten uit de verschillende studies (bij verschillende patiënten) met elkaar worden vergeleken.
Meer informatie
Dr. J.S.F. Sanders, Universitair Medisch Centrum Groningen,
e-mailadres: j.sanders@umcg.nl
Dr. A.L. Messchendorp, Universitair Medisch Centrum Groningen,
e-mailadres: a.l.messchendorp@umcg.nl
Prof. dr. R. Gansevoort, Universitair Medisch Centrum Groningen
Producten
Auteur: Marcia M L Kho, Marlies E J Reinders, Carla C Baan, Debbie van Baarle, Frederike J Bemelman, Dimitri A Diavatopoulos, Ron T Gansevoort, Fiona R M van der Klis, Marion P G Koopmans, A Lianne Messchendorp, Renate G van der Molen, Ester B M Remmerswaal, Nynke Rots, Priya Vart, Rory D de Vries, Luuk B Hilbrands, Jan-Stephan F Sanders, RECOVAC Collaborators
Magazine: Nephrology, Dialysis and Transplantation
Auteur: Rory D. de Vries, Marieke van der Heiden, Daryl Geers, Celine Imhof, Debbie van Baarle, RECOVAC-IR Collaborators
Magazine: Journal of Clinical Investigation
Link: https://www.jci.org/articles/view/155499
Auteur: Jan-Stephan F Sanders, Frederike J Bemelman, A Lianne Messchendorp, Carla C Baan, Debbie van Baarle, Rob van Binnendijk, Dimitri A Diavatopoulos, Sophie C Frölke, Daryl Geers, Corine H GeurtsvanKessel , Gerco den Hartog, Marieke van der Heiden, Celine Imhof, Marcia M L Kho, Marion P G Koopmans, S Reshwan K Malahe, Wouter B Mattheussens, Renate van der Molen, Djenolan van Mourik, Ester B M Remmerswaal, Nynke Rots, Priya Vart, Rory D de Vries, Ron T Gansevoort, Luuk B Hilbrands, Marlies E J Reind
Magazine: Transplantation
Verslagen
Voortgang
In de RECOVAC studies onderzoekt de projectgroep de immuunrespons op COVID-19 vaccinatie in nierpatiënten. De RECOVAC-immuunrespons (IR) studie heeft inmiddels aangetoond dat de antistofrespons in dialyse en CKD4/5 patiënten 28 dagen na vaccinatie niet minder was dan in controles. De antistofrespons in niertransplantatie patiënten was wel minder goed dan in controles, dit hing samen met het gebruik van de afweeronderdrukker MMF.In de grotere RECOVAC antistof studie zijn 4868 nierpatiënten uitgenodigd voor een vingerprik, waarvan 4493 een bloedmonster en vragenlijst hebben ingestuurd na de tweede vaccinatie. In het ingestuurde bloed zijn antistoffen gemeten. Het gebruik van afweeronderdrukkers resulteerde ook in CKD4/5 en dialyse patiënten in lagere antistof hoeveelheden, al waren ze hoger dan in niertransplantatie patiënten. Vaccinatie met het Moderna vaccin (mRNA-1273) leidde tot een hogere antistofrespons dan vaccinatie met Pfizer.
Eindverslag
Aan het begin van de COVID-19-pandemie hadden patiënten met een verminderde nierfunctie, die dialyseren of met een niertransplantatie, een van de hoogste sterftecijfers van alle risicogroepen. Dit vormde de aanleiding voor het RECOVAC-consortium, waarin experts uit alle Nederlandse UMC’s samenwerkten met nierpatiënten om de impact van COVID-19 en vaccinatie in deze groep te onderzoeken.
Uit de RECOVAC studies bleek dat de afweerreactie na COVID-19 vaccinatie, als maat voor effectiviteit, het laagste is bij niertransplantatiepatiënten. Dit is met name het geval voor degenen die het medicijn mycofenolaat mofetil (Cellcept/Myfortic) gebruikten. Hoewel de afweerreactie bij dialyse- en nierfalenpatiënten beter was dan verwacht, is deze toch wat lager vergeleken met de algemene bevolking en met name bij degenen die afweer onderdrukkende medicijnen gebruikten.
Verder ondervond de projectgroep dat nierpatiënten hun afweer na vaccinatie sneller verloren en daardoor vaker een boostervaccinatie nodig hebben. Het mRNA-1273 (Spikevax) vaccin bleek het meest effectief, en een hogere afweerreactie biedt niet alleen betere bescherming tegen COVID-19, maar vermindert ook het risico op long COVID. Vaccinatie was veilig en had geen negatieve invloed op de nierfunctie of transplantaatoverleving.
Ze onderzochten ook strategieën om de afweerreactie na vaccinatie te verbeteren. Extra vaccinaties, hogere doseringen of het tijdelijk stoppen van mycofenolaat mofetil hielpen niertransplantatiepatiënten niet om een betere afweer op te bouwen. Het langdurig vervangen van mycofenolaat mofetil door een ander medicijn (everolimus) leidde wel tot een sterkere afweerreactie, maar ging gepaard met bijwerkingen.
Met ruim 25 wetenschappelijke publicaties en 10 webinars is deze kennis gedeeld, dankzij de steun van ZonMw. Dit onderzoek heeft bijgedragen aan betere bescherming en zorg voor nierpatiënten tijdens de pandemie.