Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Critical Nursing Situation Index (CNSI)in de Kinder Intensive Care: een multicenter studie

Er is een studie gedaan met de Critical Nursing Situation Index (CNSI). Deze index scoort het schenden van protocollen door IC-verpleegkundigen. De studie vond plaats op de Kinder-IC van het AMC/Emma Kinderziekenhuis en op de IC-Kinderheelkunde van het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis. Tevens is in het AMC het ‘safety first’ incidentmeldingsformulier geïntroduceerd.

Deze studie heeft 2 aandachtsgebieden:

  1. Welke interventies leiden tot verbetering van het protocollair werken van de IC-verpleegkundige?
  2. Nemen de meldingen van incidenten gerelateerd aan het verpleegkundig handelen af door de toegepaste interventies?

De CNSI is voor beide afdelingen afzonderlijk aangepast. Verpleegkundigen werden getraind om de CNSI te scoren. Het streven was om minimaal 30 scores per maand te verzamelen.

De interventies en het scoren met de CNSI vonden de verpleegkundigen zinvol. Het leidde niet tot aantoonbare daling in CNSI en incidentmeldingen.

Verslagen


Eindverslag

Samenvatting De laatste jaren is er wereldwijd toenemend aandacht voor patientveiligheid in ziekenhuizen. Op medisch gebied is de ontwikkeling van de complicatieregistratie een methode om gericht te zoeken naar ‘best practices’ om het aantal complicaties te verminderen. Op verpleegkundig gebied hecht men waarde aan het werken volgens up-to-date protocollen om de kans op incidenten te verminderen. Van december 2005 tot en met februari 2007 werd op de Kinder IC van het AMC/Emma Kinderziekenhuis en op de IC-Kinderheelkunde van het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis een studie gedaan met de Critical Nursing Situation Index (CNSI) een instrument dat in 2001 door Jan Binnekade in het AMC is ontwikkeld. De CNSI scoort het schenden van protocollen. Tevens werd in het AMC het ‘safety first’ incidentmeldingsformulier geïntroduceerd zoals dit vanaf 2003 op de IC-Kinderheelkunde Sophia wordt gebruikt. Omdat incidenten en protocolschendingen op het gebied van medicatietoediening en beademing zeer onwenselijk zijn werden deze twee aandachtsgebieden geselecteerd binnen deze studie. De vraagstelling was : Welke interventies hebben een verbetering van het protocollair werken van de IC-verpleegkundige tot gevolg? Ofwel zijn er interventies die een daling van de critical nursing situations op dat gebied laten zien? En daarnaast, nemen de meldingen van incidenten gerelateerd aan het verpleegkundig handelen af door de toegepaste interventies? De CNSI werd voor de twee afdelingen afzonderlijk aangepast. Op beide afdelingen bevat de CNSI 7 gelijkwaardige subschalen, te weten basiszorg, circulatie, ademhaling, voeding, invasieve lijnen, medicatie en infectiologisch. Verpleegkundigen op beide afdelingen werden getraind om de CNSI te scoren. Het streven was om minimaal 30 scores per maand te verzamelen. Het melden van incidenten is een continue proces waarbij het merendeel door verpleegkundigen wordt gemeld. De interventies rond beademing werden in het Sophia met name door de beademingswerkgroep (met twee ventilation practitioners) uitgevoerd. In het AMC werd op dit gebied minder de noodzaak gevoeld een dergelijke scholing uit te voeren. Op het gebied van medicatieveiligheid werd o.a. gewerkt met het ophangen van een top 3 van incidentmeldingen. In het AMC werd in augustus 2006 een Digitaal handboek parenteralia in gebruik genomen. Resultaten CNSI De 7 subschalen van de CNSI omvatten gezamenlijk 84 items voor het AMC, en 112 voor het Sophia. Als er een schending van het protocol is wordt een item als ‘waar’ gescoord. Het mediane percentage ‘waar’ op de CNSI over de periode februari 2006 tot en met februari 2007 waren respectievelijk 7 en 14% voor Sophia en AMC. Per subschaal is gekeken of er een substantiële verandering optrad tussen het eerste kwartaal (jan-mrt 06) en de laatste 3 maanden (dec06, jan-feb 07). Alleen in het AMC is er een significante verbetering te zien voor de subschaal invasieve lijnen waarbij het mediane percentage ‘waar’ daalde van 12 ½ % naar 0% (Mann-Whitney toets, p=0.05). Het resultaat van een regressie-analyse met het percentage ‘waar’ van de CNSI (dus percentage schendingen van protocol over alle 7 subschalen heen) als uitkomstvariabele laat zien dat Sophia (β=0.46, p=0.000) minder CNS lijkt te hebben en naarmate er minder verpleegkundigen per patiënt zijn (zorgratio) valt de CNSI hoger uit (β=-0.07, p=0.05). De CNSI wordt niet significant beïnvloed door soort dienst. Incidentmeldingen 2006 Van de 1796 meldingen in het Sophia waren 474 (26.4%) aan medicatie gerelateerd (voorschrijven, bereiden of toedienen) en 146 (8.1%) gerelateerd aan beademing of zuurstoftoediening. In het AMC werden 1098 meldingen geregistreerd, hiervan waren er 363 (33.1%) medicatie gerelateerd en 178 (16.2%) ademhaling gerelateerd. In beide ziekenhuizen waren meer dan 90% van de meldingen niet ernstig. Het aantal meldingen varieerde van maand tot maand en liet geen significante daling door de tijd heen zien. Kennistoets De kennistoets

Kenmerken

  • Projectnummer:
    81200011
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2005
    2006
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    Prof. dr. M. van Dijk
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Sophia Kinderziekenhuis

Kwaliteitsinstrumenten en kwaliteitsbeleid

Kwaliteitsinstrumenten ondersteunen zorgprofessionals, de patiënt en diens naasten om de juiste zorgoptie te kiezen. Daarom stimuleer ZonMw de ontwikkeling, implementatie, evaluatie en herziening hiervan. Zoals keuzehulpen, richtlijnen, standaarden, patiënteninformatie en meetinstrumenten.