Mobiele menu

De rol van de fysieke omgeving voor zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen

Projectomschrijving

Effect van de woonomgeving

Het wordt steeds duidelijker dat de fysieke en sociale omgeving van ouderen invloed hebben op zelfredzaamheid. Zeker wanneer de leefwereld van ouderen zich steeds meer beperkt tot de directe woonomgeving. Onbekend is echter om welke factoren het hierbij gaat en wat de relatie is met kwetsbaarheid.

Doel
Het doel van dit project is inzicht geven in de rol van de woonomgeving bij lichamelijke activiteit, functiebehoud en herstel, participatie, zelfredzaamheid en kwaliteit van leven. Uiteindelijk doel is het doen van aanbevelingen voor aanpassingen van bestaande en nog te bouwen woonomgevingen.

Werkwijze
De onderzoekers meten onder meer hoe de omgeving samenhangt met lichamelijke activiteit. Daarvoor gebruiken ze GPS-apparatuur en versnellingsmeters. Met behulp van focusgroepen en literatuur worden aangrijpingspunten in kaart gebracht voor het aanpassen van de omgeving. Ook ondervragen de onderzoekers beleidsmakers en deskundigen hierover.

Doelgroep
Kwetsbare ouderen die uit het ziekenhuis zijn ontslagen.

Verslagen


Eindverslag

Het onderzoek ‘De rol van de fysieke woonomgeving voor zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen’ is erop gericht meer inzicht te krijgen in kenmerken van de fysieke en sociale omgeving die de zelfredzaamheid, participatie en kwaliteit van leven van ouderen kunnen bevorderen of belemmeren. Binnen het onderzoek worden twee groepen ouderen onderscheiden: kwetsbare en niet-kwetsbare ouderen. Een deel van de kwetsbare ouderen maakt deel uit van een groter onderzoek waarin het Zorgprogramma voor Preventie en Herstel wordt geëvalueerd. Deze ouderen zijn recent ontslagen uit het Ruwaard van Putten ziekenhuis in Spijkenisse. Tevens worden kwetsbare en niet-kwetsbare ouderen onderscheiden binnen een willekeurige steekproef van 65-plussers binnen de gemeente Spijkenisse. De deelnemers worden geïnterviewd over diverse onderwerpen, zoals gezondheid, mate van zelfredzaamheid en wat men van de buurt vindt. Daarnaast wordt de deelnemers gevraagd om overdag een GPS apparaat en een versnellingsmeter te dragen en tevens een beweegdagboek in te vullen. Hiermee wordt een week lang gemeten waar de ouderen zich bevinden, met welk doel en hoe snel ze afstanden afleggen. De fysieke woonomgeving wordt nauwkeurig in kaart gebracht door middel van geografische informatiesystemen en een buurtbeoordelingsinstrument. Uit het onderzoek blijkt een verband tussen het ontwerp van de omgeving, de aanwezigheid van voorzieningen, en de aanwezigheid van groenvoorzieningen en bewegen onder ouderen. Stedenbouwkundige principes en discussie met bewoners en de lokale professionals hebben geleid tot aanbevelingen voor het verbeteren van de beweegvriendelijkheid van de omgeving voor ouderen.

Samenvatting
Het onderzoek ‘De rol van de fysieke woonomgeving voor zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen’ is erop gericht meer inzicht te krijgen in kenmerken van de fysieke en sociale omgeving die de zelfredzaamheid, participatie en kwaliteit van leven van ouderen kunnen bevorderen of belemmeren. Binnen het onderzoek worden twee groepen ouderen onderscheiden: kwetsbare en niet-kwetsbare ouderen. Een deel van de kwetsbare ouderen maakt deel uit van een groter onderzoek waarin het Zorgprogramma voor Preventie en Herstel wordt geëvalueerd. Deze ouderen zijn recent ontslagen uit het Ruwaard van Putten ziekenhuis in Spijkenisse. Tevens worden kwetsbare en niet-kwetsbare ouderen onderscheiden binnen een willekeurige steekproef van 65-plussers binnen de gemeente Spijkenisse. De deelnemers worden geïnterviewd over diverse onderwerpen, zoals gezondheid, mate van zelfredzaamheid en wat men van de buurt vindt. Daarnaast wordt de deelnemers gevraagd om overdag GPS-apparatuur en een versnellingsmeter te dragen en tevens een beweegdagboek in te vullen. Hiermee wordt een week lang gemeten waar de ouderen zich bevinden, met welk doel en hoe snel ze afstanden afleggen. De fysieke woonomgeving wordt nauwkeurig in kaart gebracht door middel van geografische informatiesystemen en een buurtbeoordelingsinstrument. Met de resultaten hopen wij duidelijke patronen voor verbetering te zien die kunnen leiden tot aanpassingen in de woonomgeving en uiteindelijk tot verbetering van de zelfredzaamheid van ouderen.

Samenvatting van de aanvraag

Veel kwetsbare ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen en zelfredzaam blijven. In hoeverre dit mogelijk is hangt af van diverse individuele kenmerken, zoals de gezondheid (chronische aandoeningen, psychische gesteldheid) en leefstijl van ouderen, en maatregelen gericht op het behoud van zelfredzaamheid richten zich daarom ook veelal op ouderen zelf. In toenemende mate wordt, ook omdat ouderen zelf dit thema op de kaart hebben gezet, ingezien dat naast individuele kenmerken ook de fysieke en sociale omgeving van ouderen de zelfredzaamheid kan bevorderen of belemmeren. Dit geldt in het bijzonder wanneer de leefwereld van mensen zich steeds meer beperkt tot de directe woonomgeving. Om welke factoren het precies gaat, en hoe deze factoren gerelateerd zijn aan zelfredzaamheid, participatie in de samenleving en kwaliteit van leven is echter nog grotendeels onbekend. Het voorgestelde project kent twee belangrijke doelstellingen: 1. Het verkrijgen van inzicht in de rol van de fysieke (“gebouwde”) woonomgeving voor lichamelijke activiteit, functiebehoud en –herstel, participatie, zelfredzaamheid en kwaliteit van leven van kwetsbare ouderen. 2. Het opstellen van aanbevelingen voor aanpassingen, renovatie van bestaande en bouw van nieuwe woonwijken gericht op de ondersteuning van (kwetsbare) ouderen bij functiebehoud- en herstel, behoud en bevordering van zelfredzaamheid, participatie en kwaliteit van leven. Het voorgestelde project sluit aan bij het ZPH transitie-experiment onderzoek dat in drie ziekenhuizen in de regio Rotterdam wordt uitgevoerd. Het hier voorgestelde onderzoek richt zich op de fase na ziekenhuisontslag onder deelnemers aan het ZPH onderzoek uit het Ruwaard van Putten ziekenhuis uit Spijkenisse (n=900). Om de doelstellingen te bereiken worden vier fasen van onderzoek onderscheiden. In de eerste fase van het onderzoek wordt de relatie tussen de fysieke woonomgeving, lichamelijke activiteit, beperkingen, participatie, zelfredzaamheid en kwaliteit van leven van (kwetsbare) ouderen vastgesteld. Dit wordt tevens gedaan in een in omvang vergelijkbare populatie van gezonde ouderen. Voor de dataverzameling wordt aangesloten bij de dataverzameling die plaatsvindt in het ZPH experiment, en wordt de fysieke omgeving met behulp van geografische informatiesystemen, buurtbeoordelingsinstrumenten en vragenlijsten gemeten. In het tweede deel van het onderzoek wordt het specifieke mechanisme van de relatie tussen de fysieke omgeving en lichamelijke activiteit gemeten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van GPS apparatuur, versnellingsmeters en beweegdagboeken om de lichamelijke activiteit zo nauwkeurig mogelijk te meten. Er wordt gebruik gemaakt van een methode uit de economische wetenschappen die is toegepast als een ‘routekeuzemodel’ om de relatie tussen de fysieke omgeving en lichamelijke acitiviteit te bepalen. In de derde fase van het onderzoek worden aangrijpingspunten voor het aanpassen van relevante fysieke omgevingskenmerken geidentificeerd. Dit gebeurt d.m.v. focusgroepen met ouderen en een systematische review van de literatuur. Tenslotte worden in 15 semi-gestructureerde interviews onder (lokale) beleidsmakers de bevorderende en belemmerende factoren van implementatie van deze veranderingen geinventariserd. De opgedane kennis wordt ingebracht in bestaande netwerken op het gebied van ouderenzorg, verspreid via fact-sheets aan lokale en landelijke netwerken op het gebied van welzijn, zorg en wonen. Tevens wordt de wetenschappelijke kennis die het project oplevert verspreidt via (inter)nationale wetenschappelijke tijdschriften en congressen.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
314030301
Looptijd: 100 %
Looptijd: 100 %
2010
2013
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. F.J. van Lenthe
Verantwoordelijke organisatie:
Erasmus MC