Dedicated MR imaging vs surgical staging of peritoneal carcinomatosis in colorectal cancer patients; a randomised multicenter trial.
Bij sommige darmkankerpatiënten verspreiden tumoren zich naar het buikvlies. Een zware operatie (CRS-HIPEC) kan dan levensverlengend of zelfs genezend zijn. Maar eerst moet goed worden ingeschat of de ziekte nog chirurgisch verwijderd kan worden. Tot nu toe gebeurt dat vaak met een kijkoperatie. In de DISCO-studie onderzochten artsen of een speciale MRI-scan dat beter kan voorspellen zonder een kijkoperatie. De MRI bracht het aantal onnodige operaties van 61% naar 22%, zonder nadelige gevolgen voor patiënten. Bovendien bespaarde het kosten en kreeg een groter deel van de patiënten daadwerkelijk een volledige behandeling. Dankzij deze resultaten kunnen patiënten in de toekomst sneller en gerichter worden geholpen. MRI zal hiermee een belangrijke plek krijgen in richtlijnen voor darmkankerzorg.
Richtlijn
Bekijk de bijbehorende richtlijn in de FMS Richtlijnendatabase
Verslagen
Eindverslag
Achtergrond
Patiënten met peritoneale metastasen van colorectaal carcinoom (CRC) kunnen in aanmerking komen voor cytoreductieve chirurgie met hypertherme intraperitoneale chemotherapie (CRS-HIPEC). Tot op heden is diagnostische laparoscopie de standaard voor preoperatieve stadiëring. Deze methode is invasief en kan leiden tot complicaties. MRI met diffusiegewogen beeldvorming (DWI) biedt mogelijk een minder belastend alternatief om de uitgebreidheid van ziekte beter in kaart te brengen om zo te kijken of een CRS-HIPEC mogelijk is.
Doelstelling
De DISCO-studie had als primaire doel vast te stellen of MRI-stadiëring het aantal onnodige operaties (exploratieve laparotomieën/laparoscopieën/open-dicht procedures) bij CRS-HIPEC-kandidaten kan verminderen ten opzichte van standaard diagnostiek met CT ± laparoscopie. Secundair werd de diagnostische nauwkeurigheid van MRI onderzocht en een kosteneffectiviteitsanalyse uitgevoerd.
Onderzoeksdesign en eenheden
DISCO was een multicenter, gerandomiseerde gecontroleerde studie uitgevoerd in 6 Nederlandse HIPEC-centra en Fudan Cancer Hospital in Shanghai, China. 272 patiënten met verdenking op peritoneale metastasen werden gerandomiseerd naar:
• Arm A (interventie): MRI-stadiëring
• Arm B (controle): standaard zorg (CT ± laparoscopie)
Inclusiecriteria: patiënten met CRC en verdenking op peritoneale metastasen, geschikt voor CRS-HIPEC. Exclusie: onder andere. patiënten met contra-indicaties voor MRI.
Het aantal vermijdbare, onnodige laparoscopieën en exploratieve laparotomieën wordt gedefinieerd als:
1. Patiënten met een PCI <15 of PCI >24 bij laparoscopie, of
2. PCI >20 bij laparotomie, of
3. Incomplete CRS-HIPEC (R2A/R2B/open-close procedures of preoperatief geen peritoneale metastasen en daardoor geen HIPEC)
Interventie
In arm A ondergingen patiënten een gestandaardiseerde 3T MRI inclusief DWI. Op basis van de MRI werd het beleid bepaald: direct naar CRS-HIPEC bij lage PCI, aanvullende laparoscopie bij borderline PCI (15–24), of afzien van operatie bij uitgebreide ziekte.
De primaire uitkomst (vermijden van onnodige chirurgie) werd significant verbeterd met MRI: 61,1% onnodige operaties in arm B versus 22,2% in arm A. MRI-PCI toonde goede overeenstemming met chirurgische PCI (ICC voor consistentie 0,66). De sensitiviteit en specificiteit van MRI-PCI voor het voorspellen van een complete resectie (R1) waren respectievelijk 0,95 en 0,56. MRI was tevens kosteneffectief: een QALY-winst van 0,162 met een kostenreductie van € 455,- per patiënt. Budget impact analyse toonde jaarlijkse besparing van circa € 327.600,- .
MRI blijkt een betrouwbaar, niet-invasief alternatief voor laparoscopie bij stadiëring van CRC-patiënten met verdenking op peritoneale metastasen. De resultaten zijn consistent met eerder onderzoek in ovariumcarcinoom (zoals bijv. ook de MISSION-trial) en tonen aan dat MRI een centrale rol kan innemen in de selectie van patiënten voor CRS-HIPEC. Limitaties zijn onder andere verschillen in apparatuur en ervaring tussen centra, en een lagere inclusiesnelheid, mede door de COVID-19-pandemie. De studie onderstreept het belang van standaardisatie in MRI-protocollen en interpretatie. Implementatie van MRI als primair stadiëringsinstrument kan niet alleen patiëntvriendelijker zijn, maar ook bijdragen aan kosteneffectieve oncologische zorg. Deze bevindingen kunnen leiden tot een wijziging in (inter)nationale richtlijnen. Voor brede en duurzame implementatie is echter een implementatiegrant essentieel.