Mobiele menu

Derde evaluatie van de Embryowet

Projectomschrijving

De Embryowet (2002) verbiedt bepaalde handelingen met geslachtscellen en embryo’s, maar laat onder bepaalde voorwaarden ook ruimte voor terbeschikkingstelling hiervan voor de zwangerschap van een ander of voor wetenschappelijk onderzoek. Het is gebruikelijk van tijd tot tijd te onderzoeken hoe een wet in de praktijk functioneert ('wetsevaluatie'). Inmiddels zijn er met betrekking tot de Embryowet 2 evaluaties uitgevoerd (2006 en 2012). In deze derde evaluatie wordt (opnieuw) onderzocht hoe de Embryowet functioneert. Bereikt zij haar doel? Zijn er praktische problemen? Is de wet – gelet op de wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen – voldoende toekomstbestendig? Binnen het onderzoek zal bijzondere aandacht uitgaan naar zes thema’s, waaronder totstandbrenging van mens-diercombinaties en ingrijpen in het DNA. De bevindingen, conclusies en aanbevelingen van het onderzoek worden neergelegd in een rapport dat aan de minister van VWS zal worden aangeboden.

Meer informatie

Verslagen


Samenvatting van de aanvraag

De Embryowet, die in 2002 in werking trad, verbiedt bepaalde handelingen met geslachtscellen en embryo’s, maar laat onder bepaalde voorwaarden ook ruimte voor terbeschikkingstelling hiervan voor de zwangerschap van een ander of voor wetenschappelijk onderzoek, al dan niet gericht op het ontstaan van een zwangerschap. Hiernaast bevat deze wet specifieke regels voor (medisch-ethische toetsing van) wetenschappelijk onderzoek met foetussen. Inmiddels zijn er met betrekking tot de EW twee wetsevaluaties uitgevoerd (2006 en 2012). Bij zowel de eerste als de tweede evaluatie werd geconstateerd dat de belangrijkste doelstelling van de wetgever – het evenwicht tussen respect voor menselijk leven en waardigheid enerzijds en het belang van de genezing van ziekten en welzijn van minder vruchtbare paren anderzijds – wordt gerealiseerd, maar dat er tegelijkertijd knelpunten zijn die aan een optimale werkzaamheid van de wet in de weg staan. In deze derde evaluatie wordt (opnieuw) onderzocht hoe de Embryowet functioneert (bereikt zij haar doel? in hoeverre wordt haar functioneren door problemen en knelpunten belemmerd?) en of zij – gelet op de huidige en de te verwachten medisch-wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen – voldoende toekomstbestendig is. Binnen het evaluatieonderzoek zal bijzondere aandacht uitgaan naar een zestal thema’s, te weten: het begrip ‘embryo’; wetenschappelijk onderzoek met embryo’s, niet gericht op totstandbrenging zwangerschap; wetenschappelijk onderzoek met foetussen; de 14-dagen grens (voor het mogen doorkweken van embryo’s); totstandbrenging van mens-diercombinaties; en kiembaanmodificatie. Een duidelijke focus op deze thema’s heeft als achtergrond dat de meeste problemen en knelpunten die uit de voorafgaande evaluatieonderzoeken naar voren kwamen nog niet zijn opgelost, maar ook dat vragen over de toekomstbestendigheid van de wet met name binnen die thema’s vallen. In discussies rond de Embryowet ligt het accent vaak op onderdelen van de wet die als te beperkend worden ervaren, met name in relatie tot de mogelijkheden voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. In deze evaluatie zal daarnaast ook nadrukkelijk aandacht zijn voor lacunes in de door de wetgever met de EW beoogde bescherming respectievelijk de vraag of op dergelijke punten aanvullende, passende regelgeving gewenst is.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
34002051
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2019
2021
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Mr. dr. M.C. Ploem
Verantwoordelijke organisatie:
Amsterdam UMC - locatie AMC