Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Dutch Outcome in ICD Therapy (Do It)

Het risico op optreden van plotse hartdood bij patiënten met hartfalen is een moeilijk in te schatten probleem. Om plotse hartdood te voorkomen wordt nu bij patiënten met een sterk verminderde hartfunctie om preventieve reden een inwendige defibrillator (ICD) geïmplanteerd. Echter krijgen met het huidige beleid wellicht teveel patiënten een ICD die nooit baat hiervan hebben maar wel blootgesteld worden aan de nadelen van de therapie, zoals complicaties van de implantatie. Het is dus van groot belang zo nauwkeurig mogelijk die patiënten te selecteren die daadwerkelijk therapie van de ICD nodig gaan hebben.

In de DO-IT studie zijn 1500 patiënten met een ICD prospectief gevolgd om te kijken of aan de hand van patiëntkarakteristieken beter voorspeld kan worden wie risico loopt op plotse hartdood en dus daadwerkelijk de ICD nodig gaat hebben, zodat ICD’s gerichter ingezet kunnen worden. Deze resultaten kunnen cardiologen gebruiken om de richtlijnen voor het implanteren van primaire preventie ICD’s aan te passen. Er is een register opgezet van 1550 patiënten met een ICD, waarvan er 1443 geschikt voor analyses bleken. Met de klinische gegevens uit dit register is een predictiemodel voor mortaliteit en een predictiemodel voor terechte ICD therapie ontwikkeld. Met behulp van deze predictiemodellen kan onderscheid worden gemaakt tussen de hoog en laag risicogroepen.

Producten

Titel: Dutch outcome in implantable cardioverter-defibrillator therapy (DO-IT): registry design and baseline characteristics of a prospective observational cohort study to predict appropriate indication for implantable cardioverter-defibrillator
Auteur: M van Barreveld 1 2, M G W Dijkgraaf 3, M Hulleman 4, L V A Boersma 5, P P H M Delnoy 6, M Meine 7, A E Tuinenburg 7, D A M J Theuns 8, P H van der Voort 9, G P Kimman 10, E Buskens 11, J P G Tijssen 4, N Bruinsma 4, T E Verstraelen 4, A H Zwinderman 12, P H F M van Dessel 13, A A M Wilde 4; DO-IT investigators
Magazine: Neth Heart J. 2017 Oct;25(10)
Link: https://doi.org/10.1007/s12471-017-1016-x
Titel: Dutch Outcome in Implantable Cardioverter-Defibrillator Therapy: Implantable Cardioverter-Defibrillator-Related Complications in a Contemporary Primary Prevention Cohort
Auteur: Marit van Barreveld 1 2, Tom E Verstraelen 1, Pascal F H M van Dessel 3, Lucas V A Boersma 1 4, Peter Paul H M Delnoy 5, Anton E Tuinenburg 6, Dominic A M J Theuns 7, Pepijn H van der Voort 8, Geert-Jan Kimman 9, Erik Buskens 10, Aeilko H Zwinderman 2, Arthur A M Wilde 1, Marcel G W Dijkgraaf 2; DO‐IT Registry Investigators
Magazine: J Am Heart Assoc. 2021 Apr 6;10(7)
Link: https://doi.org/10.1161/jaha.120.018063

Verslagen


Eindverslag

Het risico op optreden van plotse hartdood bij patiënten met hartfalen is een moeilijk in te schatten probleem. Om deze reden wordt de afgelopen 15 jaar bij patiënten met een sterk verminderde hartfunctie om preventieve reden een inwendige defibrillator (ICD) geïmplanteerd als primaire preventie van plotse hartdood. Het implanteren van een ICD is een effectieve manier van voorkomen van plotse hartdood maar gaat ook gepaard met een aantal nadelen zoals (ernstige) implantatie gerelateerde complicaties, onterechte shocks, psychische belasting van de patiënten en kosten voor de gezondheidszorg. Het is daarom van groot belang zo nauwkeurig mogelijk die patiënten te selecteren die daadwerkelijk therapie van de ICD nodig gaan krijgen zonder echter patiënten te missen. Het huidige beleid van primaire ICD preventie is gebaseerd op grote gerandomiseerde studies van 10 jaar geleden die de effectiviteit van primaire preventie aantoonden. Door de veranderde behandeling van acute hartinfarcten en hartfalen lijkt de kans op plotse hartdood bij patiënten met hartfalen verminderd waardoor in het huidige primaire ICD preventie beleid wellicht teveel patiënten een ICD krijgen die nooit een terechte ICD therapie gaan krijgen maar wel blootgesteld worden aan de nadelen van de therapie. De DO-IT registry heeft 1500 patiënten met een ICD prospectief gevolgd om te kijken of aan de hand van klinische parameters beter voorspeld kan worden wie daadwerkelijk de ICD nodig gaat krijgen. Tevens is bekeken welke kosten met ICD therapie gemoeid zijn. Deze gegevens kunnen gebruikt gaan worden om de richtlijnen voor het implanteren van primaire preventie ICDs aan te passen.

De DO-IT Registry is in september 2014 van start gegaan in samenwerking met alle ICD implanterende centra in Nederland. In juni 2016 is de 1500e patiënt geïncludeerd. Gedurende de gehele inclusieperiode zijn er echter in totaal 1550 patiënten geïncludeerd, waarvan na controle van baselinegegevens er 107 patiënten geëxcludeerd zijn omdat deze patiënten niet voldeden aan de inclusiecriteria. Dit betrof voornamelijk patiënten die geen lage ejectiefractie hadden, vanwege secundaire preventie een ICD kregen, of een vervanging hadden in plaats van een eerste ICD implantatie. De laatst geïncludeerde patiënt wordt minstens twee jaar gevolgd. In 2017 hebben we een artikel over de DO-IT gepubliceerd in het Netherlands Heart Journal, waarin de doelstelling, registry opzet, geplande analyses en beperkte baseline gegevens besproken worden. Inmiddels is van 1443 patiënten minimaal 2 jaar follow-up data beschikbaar. Het aantal events, overlijden en terechte ICD therapie, ligt in de lijn der verwachting. Met deze data zijn er predictiemodellen ontworpen voor het voorspellen van baat bij ICD therapie. De predictiemodellen functioneren goed op de gebruikte data, er is een substantiële groep waarbij we geen baat van ICD implantatie voorspellen, er wordt echter nog gekeken of dit ook zo is in een validatiedataset. Het toepassen van de predictiemodellen voor terechte ICD therapie en/of mortaliteit voor striktere primaire preventie ICD implantatie richtlijnen in Nederland lijkt van een budgettair perspectief opportuun. Bij verschillende cutt-off waardes van het voorspeld risico kunnen aanzienlijke ziekenhuiskosten worden bespaard.

Kenmerken

  • Projectnummer:
    837004009
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2014
    2019
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    Prof. dr. A.A.M. Wilde
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Amsterdam UMC - locatie AMC