Mobiele menu

Een studie naar de effecten van een gedragsmanagementprogramma in het cluster 4 basisonderwijs

Vraagstuk

Op de zogeheten cluster 4-basisscholen zitten kinderen met psychiatrische problematiek en gedragsproblemen. Het aantal leerlingen dat zich voor deze onderwijsvorm aanmeldt, is verdubbeld en de wachtlijsten worden langer. Door gedragsproblematiek vroeg aan te pakken, kan het functioneren van de kinderen verbeteren. Is Taakspel daarvoor in te zetten?

Onderzoek

Zes scholen doen een jaar lang Taakspel, zes vormen een controlegroep. Vragenlijsten en observaties meten emotionele en gedragsproblemen van leerlingen, competentiegevoelens van leerkrachten en de onderlinge relaties.

Uitkomst

Eén schooljaar Taakspel heeft geleid tot een stabilisatie van gedragsproblemen, zo blijkt uit een eerste analyse. Een hoopgevend resultaat, omdat bij kinderen die geen Taakspel deden de gedrags- en emotionele problemen over het schooljaar gemiddeld zijn toegenomen.

Producten

Titel: A Special Need for Others: Social Classroom Relationships and Behavioral Problems in Children with Psychiatric Disorders in Special Education
Auteur: Linda Breeman
Titel: Interpersonal relationships in education: From theory to practice.
Auteur: Breeman, L.D., Tick, N.T., Wubbels, T., Maras, A., & van Lier, P.A.C.

Verslagen


Eindverslag

In de 4U Studie worden in een cluster Randomized Controlled Trial de effecten getoetst van de interventie Taakspel in het Speciaal Onderwijs (SO) cluster 4. Het cluster 4 onderwijs is gericht op kinderen met psychiatrische problematiek en gedragsproblemen. Leerlingen en leerkrachten van 12 cluster 4 basisscholen hebben deelgenomen aan deze studie. Scholen zijn random toegewezen aan een Taakspelconditie of controleconditie. In de Taakspelconditie is gedurende een jaar Taakspel uitgevoerd. Taakspel is een gedragsmanagementprogramma waarbij leerkrachten leren om te gaan met gedragsproblemen van leerlingen op een wijze waarbij structureren, samenwerken en belonen centraal staan. Leerkrachten in de Taakspelconditie hebben gedurende een schooljaar driemaal een training gekregen, evenals maandelijkse coaching van een Taakspeltrainer. Daarnaast werd gestreefd om driemaal per week Taakspel te spelen in de klas. Op de controlescholen werd lesgegeven zoals daar gebruikelijk was.

De locatiemanagers, orthopedagogen en leerkrachten van de deelnemende scholen hebben voorafgaand aan de start van de studie presentaties gekregen over het doel van de studie, het studiejaar en het belang van wetenschappelijke onderzoek. Daarnaast zijn voorlichtingsbijeenkomsten voor ouders georganiseerd om betrokkenheid bij de studie te creëren. Aan het begin van het schooljaar zijn alle ouders en verzorgers gevraagd toestemming te verlenen voor deelname aan het onderzoek.

Twaalf scholen en 51 klassen hebben aan dit onderzoek meegewerkt. Achtentwintig klassen hebben deelgenomen aan de Taakspelconditie en 23 klassen aan de controleconditie. Tijdens de eerste meting zaten 541 kinderen op de deelnemende scholen. Voor 478 (88%) kinderen gaven ouders toestemming voor deelname en over 414 (87%) van deze kinderen is daadwerkelijk informatie verzameld. Ook hebben 68 leerkrachten (97%) deelgenomen. Verder zijn 314 (66%) ouderlijsten ingevuld. Tijdens de tweede tot de vierde meting zijn vergelijkbare deelnamepercentages behaald.

Ongeveer zes weken na de start van het schooljaar ‘10/’11 is de voormeting van start gegaan, bestaande uit de afname van vragenlijsten bij leerkrachten, ouders en leerlingen. Ook zijn observaties in de klas uitgevoerd door getrainde onderzoeksassistenten. Deze metingen zijn herhaald op de helft van het schooljaar (effectmeting 1), aan het eind van het schooljaar (effectmeting 2) en ongeveer 4 maanden na afsluiting van het schooljaar (follow-up meting). Leerkrachten zijn uitgevraagd over de emotionele en gedragsproblemen van hun leerlingen en hun relatie met de leerling. Ook zijn bij de leerkracht gegevens verzameld over hun welbevinden, zoals burn-out klachten en competentiegevoelens. Daarnaast zijn bij de ouders gegevens verzameld over het functioneren van de leerlingen en diverse kenmerken van het gezin. Verder zijn bij de leerlingen gegevens verzameld over hoe zij het klassenklimaat hebben ervaren, hun relaties met leeftijdsgenoten en met de leerkracht. Daarnaast hebben klassenobservaties plaatsgevonden.

Verschillende onderzoeksvragen hebben binnen deze studie centraal gestaan. Allereerst betreft de vraag wat de effecten zijn van de interventie Taakspel op het klassengedrag en de problemen van leerlingen, op hun sociale relaties, maar ook op het welzijn van leerkrachten. Daarnaast is in deze studie gekeken naar de karakteristieken van leerlingen in het cluster 4 onderwijs en de sociale dynamiek in de klas. Onder andere is aandacht besteed aan de invloed en het belang van sociale relaties op de gedragsontwikkeling van deze kinderen.

In de 4U Studie worden in een Randomized Controlled Trial de effecten getoetst van de interventie Taakspel in het Speciaal Onderwijs (SO) cluster 4. Het cluster 4 onderwijs is gericht op kinderen met psychiatrische problematiek en gedragsproblemen. Leerlingen en leerkrachten van 12 cluster 4 basisscholen hebben deelgenomen aan deze studie. Scholen zijn random toegewezen aan Taakspelconditie of controleconditie. In de Taakspelconditie werd gedurende een jaar Taakspel uitgevoerd. Taakspel is een gedragsmanagement programma waarbij leerkrachten leren om te gaan met gedragsproblemen van leerlingen op een wijze waarbij structureren, samenwerken en belonen centraal staan. Leerkrachten in de Taakspelconditie kregen driemaal een training en maandelijkse coaching van een Taakspeltrainer. Op de controlescholen werd lesgegeven zoals daar gebruikelijk was.
De locatiemanagers, orthopedagogen en leerkrachten van de deelnemende scholen kregen voor de start van de studie presentaties over Taakspel en het belang van wetenschappelijke onderzoek. Daarnaast zijn er voorlichtingsbijeenkomsten voor ouders georganiseerd om betrokkenheid bij de studie te creëren. Aan het begin van het schooljaar zijn alle ouders en verzorgers gevraagd toestemming te verlenen voor kind deelname en eigen deelname aan het onderzoek.
Ongeveer zes weken na de start van het schooljaar ‘10/’11 is de baselinemeting van start gegaan, bestaande uit de afname van vragenlijsten bij leerkrachten, ouders en leerlingen. Ook zijn observaties in de klas uitgevoerd door getrainde onderzoeksassistenten. Deze metingen zijn herhaald op de helft van het schooljaar (effectmeting 1), aan het eind van het schooljaar (effectmeting 2) en 4 maanden na afsluiting van het schooljaar (follow-up meting). Leerkrachten zijn uitgevraagd over de emotionele en gedragsproblemen van hun leerlingen en hun relatie met de leerling. Ook zijn bij de leerkracht gegevens verzameld over hun welbevinden, zoals burn-out klachten en competentiegevoelens. Daarnaast zijn bij de ouders gegevens verzameld over het functioneren van de leerlingen en diverse kenmerken van het gezin. Verder zijn bij de leerlingen gegevens verzameld over het klassenklimaat, hun peerrelaties en de leerkracht-leerling relatie.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
157003011
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2009
2014
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. N. Tick
Verantwoordelijke organisatie:
Yulius