Mobiele menu

Een veilige basis: Een effectstudie naar VIPP-Babyopvang

Projectomschrijving

Vraagstuk

De start in de kinderopvang van baby’s en de terugkeer naar het kinderdagverblijf van kinderen na een lange onderbreking kan stressvol zijn, zowel voor kinderen als ouders. In de projecten ‘Thuis in de opvang’ en ‘Terug naar de opvang’ is daarom onderzoek gedaan naar de ervaringen van kinderen, hun ouders en pedagogisch medewerkers tijdens deze periodes, met behulp van observaties, fysiologische metingen en vragenlijsten.

Onderzoek en uitkomst

Centraal in dit project stonden de volgende onderzoeksvragen:

1. Hoe worden deze transitieperiodes beleefd door kinderen en hun ouders?
De resultaten laten zien dat zowel de start in de kinderopvang als de terugkeer naar het kinderdagverblijf na de eerste lockdown i.v.m. COVID-19 voor kinderen en hun ouders enigszins stressvol waren.

2. Welke factoren voorspellen eventuele stress bij kinderen en hun ouders rondom de start op en terugkeer naar het kinderdagverblijf?
De volgende factoren blijken voorspellers van de stress van kinderen en de mate waarin zij zich op hun gemak voelen (welbevinden) bij de start op en/of de terugkeer naar het kinderdagverblijf:

  • De zorgen en/of schuldgevoelens die ouders ervaren wanneer hun kind naar het kinderdagverblijf gaat (separatieangst)
  • De mate waarin ouders signalen van hun kind opmerken, ze correct interpreteren en er vervolgens adequaat en tijdig op reageren (sensitiviteit)
  • De leeftijd van het kind
  • Het aantal uren opvang

Stress bij ouders rondom de terugkeer van hun kind naar de opvang hing eveneens samen met de mate van separatieangst die zij ervaarden. Moeder rapporteerden iets meer stress dan vaders.

3. Kunnen we met behulp van een videotraining voor pedagogisch medewerkers en ouders de start in de opvang voor baby’s en hun ouders mogelijk vergemakkelijken?
Zowel pedagogisch medewerkers als moeders waren positief over de inhoud, praktische aspecten en impact van de videotraining die is ontwikkeld. Gezien de kleine groep is meer onderzoek echter noodzakelijk om sterkere conclusies over de haalbaarheid en met name de effectiviteit te kunnen trekken.

4. Ervaren kinderen op de kinderopvang meer stress dan thuis?
Op basis van eerdere onderzoeken bleek inderdaad dat oudere kinderen (peuters en kleuters) en kinderen uit de Verenigde Staten meer stress ervaren op de kinderopvang. Een toename in cortisol over de dag op de kinderopvang bleek daarnaast vaker voor te komen bij kinderen die meer uren naar de kinderopvang gingen.

Lees ook het interviewartikel over dit project: De invloed van ouders bij stress baby

Verslagen


Samenvatting van de aanvraag

De start in de kinderopvang is een belangrijke stap voor zowel baby’s als ouders. Net als thuis is ook in de kinderopvang een veilige basis essentieel voor het welbevinden van baby’s. Onderzoek laat zien dat de start op kinderopvang stressvol kan zijn voor baby’s en dat de kwaliteit van de interacties tussen baby’s en pedagogisch medewerkers (Pm’ers) verbetering behoeft. Binnen dit project wordt een module Babyopvang voor de bestaande, bewezen effectieve Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting (VIPP) ontwikkeld en getoetst in een gerandomiseerde onderzoeksopzet met controlegroep. De module Babyopvang is gericht op het bevorderen van sensitief opvoeden van Pm’ers in kinderdagverblijven, het verhogen van de responsiviteit, het welbevinden, het verminderen van stress en het bevorderen van veilige gehechtheidsrelaties van de baby. De interventie (VIPP-Babyopvang) wordt ingezet direct na de start in kinderopvang. Ons tweede doel is te onderzoeken of de interventie bij ouders stress vermindert en een verandering in attitude over opvoeden van baby’s beïnvloedt. Daarnaast wordt onderzocht of de effecten van VIPP-Babyopvang worden gemodereerd door kenmerken van de baby (geslacht, leeftijd, temperament), de Pm’er (leeftijd, opleiding, ervaring) en de groep (groepsgrootte, ratio). De steekproef bestaat uit 100 baby’s (3-6 maanden) met hun Pm’ers en ouders uit 100 verschillende babygroepen (50 in de interventiegroep en 50 in de controlegroep). De interventiegroep krijgt 5 bezoeken met video-feeback (VIPP-Babyopvang) en met de participanten uit de controlegroep worden 5 telefoongesprekken gevoerd. Stress van de baby wordt bepaald aan de hand van cortisolmetingen uit speeksel gedurende verschillende momenten van de dag, zowel thuis als op de kinderopvang. Door middel van observaties van videomateriaal worden de sensitiviteit van de Pm’er en de responsiviteit, het welbevinden en de gehechtheid van de baby in kaart gebracht. De stress van de ouders en de attitudes over opvoeden van baby’s van zowel de Pm’er als de ouder worden door middel van vragenlijsten bepaald. Alle instrumenten worden afgenomen tijdens een voor- en nameting, met uitzondering van gehechtheid. Omdat de optimale leeftijd voor het meten van gehechtheid tussen de 12 en 18 maanden ligt, zal dit construct in een follow-up worden gemeten. Daarnaast vinden ook cortisolmetingen bij de baby's plaats voordat zij de stap naar kinderopvang maken. In een focusgroep Babyopvang overleggen de onderzoekers met medewerkers uit de kinderopvang en ouders over de pilotstudie, de vormgeving en uitvoering van de VIPP-Babyopvang, de werving en het beschikbaar stellen van de resultaten voor een breder publiek. Vernieuwend aan dit onderzoek is dat de verbetering van de kwaliteit van de opvoeding zeer vroeg in het leven van het kind plaats vindt, namelijk direct bij de start van kinderopvang, en dat wij ook ouders bij de interventie zullen betrekken. Resultaten zullen worden gecommuniceerd binnen de wetenschap, de praktijk van de kinderopvang en naar ouders. Bij gebleken effectiviteit kan de VIPP-Babyopvang op grote schaal worden ingezet in de babyopvang.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
544001004
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2018
2022
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. H.J. Vermeer
Verantwoordelijke organisatie:
Universiteit Leiden