Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Effecten van de zomercursus Plezier op School op het functioneren van kinderen met sociale problemen: Een randomized trial rond een belangrijke schooltransitie.

Vraagstuk

Plezier op School is een tweedaagse cursus voor kinderen die in groep 8 sociale problemen hadden. De cursus vindt plaats in de zomervakantie, vlak voordat de kinderen naar de middelbare school gaan. Zij leren hoe ze kunnen omgaan met pesten, meer zelfvertrouwen krijgen en hoe je nieuwe vrienden maakt. Voor welke kinderen is de cursus effectief? Wat zijn werkzame mechanismen?

Onderzoek

Van een groep kinderen met sociale problemen kreeg een deel (n=184) de cursus, een deel niet (n=190). In de brugklas volgen op drie momenten zelf-, ouder-, leerkracht- en klasgenootrapportages.

Uitkomst

Kinderen rapporteren een hogere zelfwaardering na de cursus en ouders zien minder internaliserende problemen. Bij jongens vermindert het programma onder meer sociale angst en gepest worden. Leerkrachten rapporteren iets meer internaliserende problemen; waarschijnlijk is de drempel lager om over problemen te praten. Het verminderen van negatieve gedachten is een belangrijk werkzaam mechanisme.

Verspreiding en implementatie

Dit project heeft een vervolg gekregen in project VIMP ‘Plezier op School’.

Producten

Titel: Children with Internalizing Problems and Peer Problems.
Auteur: Saskia Mulder
Titel: Pesten op school
Auteur: Auteurs hoofdstuk: Saskia F. Mulder, Marleen Faber en Marcel A.G. van Aken
Titel: Socially Anxious Children at Risk for Victimization: The Role of Personality
Auteur: Saskia F. Mulder and Marcel A. G. van Aken, Utrecht University
Magazine: Social Development
Auteur: Saskia F. Mulder, Utrecht University Marleen Faber, VVGi, Mental Health Care Bram Orobio de Castro, Utrecht University & Marcel A.G. van Aken, Utrecht University
Auteur: Saskia F. Mulder, Marleen Faber,2 & Marcel A.G. van Aken
Auteur: Saskia F. Mulder, Marleen Faber Marcel A.G. van Aken
Auteur: Saskia F. Mulder, Marleen Faber,& Marcel A.G. van Aken
Auteur: Saskia F. Mulder, Utrecht University Marleen Faber, VVGi, Mental Health Care & Marcel A.G. van Aken, Utrecht University
Auteur: Saskia F. Mulder, Marcel A.G. van Aken
Auteur: Saskia F. Mulder, Marleen Faber Marcel A.G. van Aken

Verslagen


Eindverslag

‘Plezier op school’ (Faber, 2005) is een zomercursus voor aanstaande brugklassers die op de basisschool problemen hebben in de omgang met leeftijdgenoten. De cursus is bedoeld voor jongeren die op de basisschool gepest worden, afgewezen worden, angstig of onhandig in het contact zijn of onvoldoende weerbaar zijn. De cursus beoogt de sociale competentie van jongeren te vergroten, zodat zij een goede start kunnen maken op het voortgezet onderwijs, het risico op herhaling van problemen op de nieuwe school verkleind wordt, en de negatieve spiraal waar deze jongeren in terecht zijn gekomen, doorbroken kan worden. ‘Plezier op School’ kent een cognitief-gedragstherapeutische basis en is aangevuld met ontspanningsoefeningen, psycho-educatie, elementen uit RET en uit sociale vaardigheidstrainingen. De cursus tracht zowel de cognities, gevoelens, als het daadwerkelijke gedrag van jongeren te beïnvloeden, met als gevolg sociaal competenter gedrag en positievere relaties met leeftijdgenoten.

De cursus wordt aangeboden rondom een belangrijke transitie in het leven van jongeren; de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs. Deze transitie biedt jongeren met bovengenoemde problemen de unieke gelegenheid in een nieuwe sociale setting een nieuwe gedragsreputatie op te bouwen. Reguliere interventies voor deze doelgroep maken geen gebruik van deze transitie, waardoor deelnemers aan deze interventies veelal ‘gevangen’ blijven in hun bestaande reputatie op school.

In deze effectstudie is onderzocht of Plezier op School effectief is in het verminderen van internaliserende problemen en in het verminderen problemen met leeftijdsgenoten.

‘Plezier op school’ (Faber, 2000) is een zomercursus voor aanstaande brugklassers die op de basisschool problemen hadden in de omgang met leeftijdgenoten. De cursus is met name bedoeld voor kinderen die op de basisschool gepest werden, afgewezen werden, angstig of onhandig in het contact waren of onvoldoende weerbaar waren.

De cursus beoogt de sociale competentie van jongeren te vergroten, zodat zij een goede start kunnen maken op het voortgezet onderwijs, het risico op herhaling van deze problemen op de nieuwe school verkleind wordt en de negatieve spiraal waar deze kinderen in terecht zijn gekomen doorbroken kan worden. Plezier op School kent een cognitief-gedragstherapeutische basis en is aangevuld met ontspanningsoefeningen, psycho-educatie, elementen uit RET en uit sociale vaardigheidstrainingen. De cursus tracht zowel de cognities, gevoelens, als het daadwerkelijke gedrag van kinderen te beïnvloeden, met als gevolg sociaal competenter gedrag en positievere relaties met leeftijdgenoten.

De cursus wordt opzettelijk aangeboden rondom een belangrijke transitie in het leven van kinderen; de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs. Deze transitie biedt kinderen de unieke gelegenheid in een nieuwe sociale setting een nieuwe gedragsreputatie op te bouwen. Reguliere interventies voor deze doelgroep maken geen gebruik van deze transitie, waardoor deelnemers aan deze interventies veelal ‘gevangen’ blijven in hun bestaande reputatie op school.

Plezier op School kent een gestage en succesvolle ontwikkeling in Nederland. In 2007 boden minstens 40 GGD-, GGZ- en Jeugdzorginstellingen deze cursus aan, vaak met meerdere groepen tegelijkertijd.
Een pretest-posttest studie (Faber et al., 2006) doet veronderstellen dat het programma een positief effect heeft: de deelnemende kinderen geven aan dat ze op de middelbare school significant minder sociaal angstig zijn en minder worden gepest.

In het onderzoek wordt de effectiviteit van het programma met een stringenter design
vastgesteld, onder andere door random toewijzing aan experimentele en controlegroep. Verwacht wordt dat Plezier op School positieve effecten op sociale angst en gepest worden in de brugklas zal hebben, ten opzichte van een de controlegroep die de interventie niet ontvangt. Tevens worden mediërende factoren (‘hoe werkt het programma’) en modererende factoren (‘welke factoren beïnvloeden de werking’) onderzocht.

In deze RCT-trial worden in de regio’s waar Plezier op School al wordt aangeboden zowel experimentele als controle-scholen geworven. De scholen zijn at random aan de onderzoekscondities worden toegewezen. In alle scholen is een screening gehouden op basis waarvan kinderen zijn geïdentificeerd die in aanmerking kunnen komen voor de cursus. Het gaat om kinderen die hoog scoren op screeningsmaten m.b.t. sociale problemen (zoals gepest worden, sociale angst).

Bij de scholen die aan de experimentele conditie zijn toegedeeld is aan deze kinderen deelname aan de cursus worden aangeboden. Bij de scholen die aan de controle conditie zijn toegedeeld zal aan die kinderen gevraagd worden deel te nemen aan een onderzoek over sociale relaties van kinderen.

Naast dat er in het onderzoek gekeken gaat worden naar de effectiviteit van de cursus, zullen daarnaast diverse mediërende factoren worden onderzocht, om zo tot een antwoord te komen op de vraag hoe het programma precies zijn effect heeft. Deze mediërende factoren zijn de elementen die het programma tracht te beïnvloeden, te weten de sociale cognities van kinderen betreffende de omgang met leeftijdgenoten, de emotionele responsen zoals spanning, die bij deze omgang ervaren worden en de concrete gedragingen die van belang zijn in deze omgang.

Tot slot worden een aantal modererende factoren onderzocht, om antwoord te geven op de vraag voor welke kinderen het effect van het programma het grootste is. Naast schoolprestaties (als proxy voor intelligentie), ernst en aard van de aanwezige psychosociale problematiek,

Snel naar

Kenmerken

  • Projectnummer:
    157002005
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2008
    2014
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    Prof. dr. M.A.G. van Aken
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Universiteit Utrecht