Effecten van Multidimensional Treatment Foster Care Program for Preschoolers (MTFC-P) vergeleken met Therapeutische Gezinsverpleging (TGV) voor jonge pleegkinderen met psychische problemen
Vraagstuk
Steeds meer kinderen maken gebruik van pleegzorg, omdat het thuis niet meer gaat. Vanwege psychologische problemen – van gedragsproblemen tot trauma’s – worden pleegkinderen soms al weer snel uit hun pleeggezin gehaald. Zo’n uithuisplaatsing is onvermijdelijk, maar verergert de problemen weer. Zijn er interventies mogelijk om psychologische problemen vroegtijdig aan te pakken, zodat het wél lukt in een pleeggezin?
Onderzoek
Twee interventies zijn vergeleken: therapeutische gezinsverpleging (TGV) en het Amerikaanse Multidimensional Treatment Foster Care Program for Preschoolers (MTFC-P), een multidimensionale behandeling.
Uitkomst
Kinderen in de therapeutische pleegzorg hebben een specifiek behandelaanbod nodig. Voor deze ‘zwaardere’ groep werkt TGV even goed als MTFC-P. Wel vraagt het intensievere MTFC-P veel van pleegouders. Het is daarom minder geschikt voor pleegouders die veel stress ervaren in de opvoeding.
Producten
Auteur: C.S. Jonkman
Auteur: Jonkman, C.S., Geest, F. van & Lindauer, R.J.L.
Magazine: Kinder & Jeugd Psychotherapie
Verslagen
Eindverslag
Januari 2009 is gestart met het onderzoek naar de effecten van Multidimensional Treatment Foster Care for Preschoolers (MTFC-P) vergeleken met Therapeutische Gezinsverpleging (TGV) voor jonge pleegkinderen met psychische problemen. De Medisch Ethische Commissie heeft goedkeuring gegeven voor het onderzoek (april 2009), de inzet van Prerandomisatie (oktober 2010) en de inclusie van kinderen uit de reguliere pleegzorg (september 2011). In de periode juni 2009 tot januari 2013 zijn 96 kinderen in aanmerking gekomen voor zorg. Al deze kinderen zijn benaderd voor deelname aan het onderzoek, waarna uiteindelijk 81 kinderen zijn geincludeerd (84%). We hebben 50 jongens (62%) en 31 meisjes (38%) geincludeerd. Bij start was de jongste deelnemer 32 maanden oud, de oudste 86 maanden (gem = 64.04, SD = 12.37). Alle kinderen zijn in Nederland geboren, 38% van de biologische moeders of de biologische vaders is in het buitenland. Alle kinderen hebben tenminste al één mislukte plaatsing meegemaakt bij de start van de behandeling (gem = 4.07, sd =1.97). Kinderen waren tussen de 0 en 82 maanden (gem = 36.46, SD = 21.14) toen zij voor de eerste keer uit huis zijn geplaatst. 27.2% van deze kinderen heeft tenminste eenmaal in een niet-familiaire setting (residentiële zorg) gezeten. In het gezin van herkomst was er bij 56.8% van de kinderen spraken van huiselijk geweld, 38.3% van de biologische ouders gebruikte verslavende middelen en bij 67.9% was er sprake van psychiatrische problematiek. De meeste kinderen (83.8%) worden aangemeld met een ondertoezichtstelling, 11.3% met een voogdijmaatregel en 5% vrijwillig. Uitgaande van de definitie van Barnett (2003) zijn alle kinderen blootgesteld aan kindermishandeling.
Drie kinderen zijn toegewezen aan een behandeling, maar nooit gestart - er heeft geen eerste meting plaats gevonden. De analyses worden over de resterende 79 kinderen uitgevoerd. 8 kinderen zijn vroegtijdig uitgevallen/overgestapt of hebben de behandeling eerder afgerond- er heeft wel een eerste meting plaatsgevonden. Middels ITT principe worden deze kinderen wel in de analyse meegenomen.
Op basis van deze resultaten kan worden gesteld dat er een duidelijk verschil is in de zwaarte van de problemen tussen kinderen in therapeutische en reguliere pleegzorg. Om die reden is het noodzakelijk om een specifiek behandelaanbod te hebben voor deze ‘zwaardere’ groep jonge pleegkinderen. TGV lijkt even werkzaam als MTFC-P, betreffende de behandeling van jonge pleegkinderen met ernstige problemen. Verwijzers kunnen nu kiezen uit twee behandelingen. Omdat we meerdere uitkomsten hebben gebruikt (gedrag, hechting, trauma en emotie), ondersteunen onderzoeksresultaten verwijzers bij de keuze voor de best passende behandeling, afhankelijk van de specifieke problematiek. Kinderen met ongeremd en geinhibeerd gehechtheidgedrag lijken de meeste baat bij de MTFC-P behandeling te hebben. Als het specifiek om ongeremd gehechtheidsgedrag gaat, volstaat TGV ook. MTFC-P lijkt verder de ontwikkeling van externaliserende gedragsproblemen het meest tegen te gaan. TGV en MTFC-P zijn beiden geschikt om de ‘normale’ toename van internaliserende problemen tegen te gaan. Verder is van belang te kijken naar de belastbaarheid van pleegouders. Door het intensieve karakter van MTFC-P en de toenemende pleegouderlijke stress, is deze behandeling minder geschikt voor pleegouders die veel stress ervaren in de opvoeding van hun pleegkind.
Januari 2009 is gestart met het onderzoek naar de effecten van Multidimensional Treatment Foster Care for Preschoolers (MTFC-P) vergeleken met Therapeutische Gezinsverpleging (TGV) voor jonge pleegkinderen met psychische problemen. De Medisch Ethische Commissie heeft goedkeuring gegeven voor het onderzoek (april 2009), de inzet van Prerandomisatie (oktober 2010) en de inclusie van kinderen uit de reguliere pleegzorg (september 2011).
Verwijzende instanties zijn geïnformeerd over het wetenschappelijk onderzoek. Er is een artikel geschreven naar aanleiding van de MTFC-P behandelmethodiek:
Jonkman, C.S., Geest, F. van & Lindauer, R.J.L. (2009). Behandeling voor jonge pleegkinderen met psychische problemen. Multidimensional Treatment Foster Care for Preschoolers (MTFC-P). Kinder & Jeugd Psychotherapie, 2, 34-47.
Sinds de start van de inclusie (juni 2009) zijn 63 kinderen in aanmerking gekomen voor zorg. Al deze kinderen zijn benaderd voor deelname aan het onderzoek, waarna uiteindelijk 55 kinderen zijn geincludeerd (respons ca. 87%). De respons is hoger dan verwacht, echter door onvoldoende aanmeldingen valt het aantal geincludeerde kinderen lager uit.
Er is een start gemaakt met het beschrijven van MTFC-P en TGV, met het doel deze interventies in de NJI databank voor effectieve jeugdinterventies te plaatsen.
In het kader van het onderzoek is er een profielschets gemaakt van de behandelpopulatie, hierover is een presentatie gegeven op de European Conference on Traumatic Stress (Oslo, juni 2009). Wat uit de profielschets naar voren is gekomen, is dat het gaat om veelal ernstig getraumatiseerde kinderen. Hier is verder onderzoek naar gedaan, waarvoor onder andere een Nederlandse vertaling van de Maltreatment Checklist (Barnett, 1993) is ontwikkeld. Een artikel over dit onderwerp is in voorbereiding en de eerste resultaten hiervan zijn gepresenteerd op het International Child and Adolescent congres, IACAPAP (Beijing, mei 2010) en het International Attachment congres (Oslo, 2011).
Er is een presentatie gegeven over het wetenschappelijke onderzoek en pilot uitkomsten op het Eusarf congres (Groningen, september 2010) en het International Foster Care Organization congres (Victoria BC, 2011O). De MTFC-P pilot gegevens zijn verwerkt in een artikel en ingediend bij het tijdschrift Child and Family Social Work.
Er is intensief gewerkt aan een samenwerking met Spirit om de onderzoekspopulatie uit te breiden met jonge pleegkinderen met psychische problemen die in de reguliere pleegzorg verblijven. Deze samenwerking heeft mede tot stand kunnen komen doordat beide partijen onderdeel uitmaken van het Netwerk Effectieve Jeugdzorg Amsterdam (NEJA; tevens een initiatief dat gesteund wordt door ZonMw).
Eind augustus is door de onderzoekers een training in het coderen van de Preschool Strange Situation, georganiseerd. Hiervoor is Dr. Bob Marvin uitgenodigd om de training te verzorgen voor 15 met name internationale studenten. Na de training, volgt nu een periode waarin de onderzoekers betrouwbaar moeten raken in de codering.