Effectevaluatie van de vierde herziene versie Lang Leve de Liefde
Lang leve de liefde wordt herzien, en kenmerkt zich door een aantal vernieuwingen. Het nieuwe lesprogramma richt zich meer dan eerdere edities op zwangerschapspreventie, preventie van seksuele dwang en homonegativiteit. Daarnaast is het pakket gericht op de onderbouw (klas 2 en 3) van de gehele middelbare school. Tot slot, worden in het herziene pakket ook –optionele- e-learning modules aangeboden. Naast deze inhoudelijke wijzigingen van het pakket, zal er aandacht zijn aan optimale implementatie van het pakket via onder andere een e-coachingsmodule voor docenten. Eind 2011 komt Lang Leve de Liefde 4 op de markt. In het huidige project wordt Lang Leve de Liefde 4 geëvalueerd. Evaluatiedoelen zijn: (1) Verbetert Lang Leve de Liefde 4 determinanten en subgedragingen van seksuele gezondheid (onder andere: anticonceptiegebruik, homoacceptatie, hulp zoeken)en (2) verhoogd betere implementatie -via e-coaching- de effectiviteit van Lang Leve de Liefde 4.
Verslagen
Eindverslag
Hoewel onderzoek laat zien dat het aantal jongeren dat altijd onbeschermde seks heeft is gedaald in de laatste 10 jaar, blijkt toch dat een behoorlijk aantal jongeren niet altijd consequent veilige seks heeft. Jongeren onder de 14 hebben vaker risicovolle seks. Tevens geven veel jongeren aan ervaring te hebben met seksuele dwang en daarnaast wordt homoseksualiteit veelal afgekeurd. Allochtone jongeren en jongeren met een lage opleiding rapporteren vaker ongewenst seksueel gedrag. Lang leve de liefde 4 is een herziening van lang leve de liefde, een effectief gebleken lespakket gericht op middelbare scholieren. LLL4 richt zich meer dan eerdere edities op zwangerschapspreventie, preventie van seksuele dwang en homonegativiteit, naast relatievorming, soa-preventie en veilig vrijen. Bovendien is het pakket gericht op de onderbouw (klas 2 en 3) van de gehele middelbare school. Het doel van het huidige project is om LLL4 te evalueren. Het evaluatieproject sloot daarmee aan bij 2 lopende projecten: (1) ontwikkeling van LLL4 door SOA Aids Nederland, en (2) implementatie van LLL4, waarbij e-coaching van docenten centraal staat (Universiteit Maastricht). E-coaching moet docenten beter in staat stellen om LLL4 zo goed mogelijk uit te voeren. In het huidige project werden de volgende evaluatiedoelen geformuleerd: (1) verbetert LLL4 determinanten en subgedragingen van seksuele gezondheid (onder andere: anticonceptiegebruik, homoacceptatie, hulp zoeken); (2) leidt betere implementatie (via e-coaching) tot grotere effectiviteit van LLL4. Additioneel wordt gekeken naar verschillen in effect als gevolg van leerlingkenmerken en materiaalgebruik. Om de doelen te kunnen evalueren is gebruik gemaakt van een quasi-experimenteel design, met drie verschillende onderzoeksarmen: (1) LLL4 zonder e-coaching (‘LLL4’), (2) LLL4 met e-coaching (‘Coach’), en (3) reguliere lespakketten (‘Controle’).
LLL4 heeft op de korte termijn in vergelijking met de controlegroep significante positieve effecten op 8 van de 16 primaire uitkomstmaten. Hierbij gaat het om effecten op determinanten van condoomgebruik (attitude, subjectieve norm, eigen effectiviteit, intentie) en determinanten van pilgebruik (attitude en sociale invloed), alsook SOA risicoperceptie, en kennis rondom seksuele gezondheid. Op de lange termijn was het effect op condoom-intentie nog steeds significant. Dit laatste is erg bemoedigend, aangezien lange termijn effecten zelden worden gevonden bij dit soort interventies en aangezien de intentie de beste voorspeller is van gedrag. Tussen de twee experimentele condities (met en zonder e-coaching) waren er weinig significante verschillen. Wat betreft de effecten van LLL4 op gedrag en gedragsdeterminanten geeft dit aan dat het toevoegen van de implementatiestrategie e-coaching aan LLL4 geen duidelijke meerwaarde heeft gehad. Er waren nauwelijks verschillen in interventie-effect naar leerlingkenmerken; de gevonden effecten zijn dus niet beperkt tot bepaalde subgroepen maar gelden voor de experimentele groep als geheel. Voor enkele uitkomstmaten is middels mediatie-analyses aangetoond dat het effect van LLL4 gedeeltelijk of geheel kan worden verklaard doordat in de experimentele groep meer gebruik is gemaakt van enkele werkvormen die belangrijk worden geacht voor effectiviteit (o.a. groepsdiscussie) en doordat in de experimentele groep meer aandacht is besteed aan het onderwerp condoomgebruik.
Beide LLL4 groepen rapporteerden een hoge mate van blootstelling en positieve evaluatie-oordelen op de procesevaluatie. Gezien de soms iets positievere scores van de LLL+ groep (conditie met e-coaching van docenten) in vergelijking met de LLL groep (conditie zonder coaching van docenten), lijkt het toevoegen van e-coaching van docenten te hebben geleid tot een betere blootstelling van leerlingen aan lesonderwerpen op het gebied van relaties en seks en tot iets positievere evaluaties van programma-onderdelen en de sfeer in de klas (in de zin van ‘leuk’ en ‘leuk om te disc
Hoewel onderzoek laat zien dat het aantal jongeren dat altijd onbeschermde seks heeft is gedaald in de laatste 10 jaar, blijkt toch dat een behoorlijk aantal jongeren niet altijd consequent veilige seks heeft. Jongeren onder de 14 hebben vaker risicovolle seks. Tevens geven veel jongeren aan ervaring te hebben met seksuele dwang en daarnaast wordt homoseksualiteit veelal afgekeurd. Allochtone jongeren en jongeren met een lage opleiding rapporteren vaker ongewenst seksueel gedrag.
Lang leve de liefde 4 is een herziening van lang leve de liefde, een effectief gebleken lespakket gericht op middelbare scholieren. LLL4 richt zich meer dan eerdere edities op zwangerschapspreventie, preventie van seksuele dwang en homonegativiteit, naast relatievorming, soa-preventie en veilig vrijen. Bovendien is het pakket gericht op de onderbouw (klas 2 en 3) van de gehele middelbare school.
Het doel van het huidige project is om LLL4 te evalueren. Het evaluatieproject sloot daarmee aan bij 2 lopende projecten: (1) ontwikkeling van LLL4 door SOA Aids Nederland, en (2) implementatie van LLL4, waarbij e-coaching van docenten centraal staat. E-coaching moet docenten beter in staat stellen om LLL4 zo goed mogelijk uit te voeren.
In het huidige project werden de volgende evaluatiedoelen geformuleerd: (1) verbetert LLL4 determinanten en subgedragingen van seksuele gezondheid (onder andere: anticonceptiegebruik, homoacceptatie, hulp zoeken); (2) leidt betere implementatie (via e-coaching) tot grotere effectiviteit van LLL4. Additioneel wordt gekeken naar verschillen in effect als gevolg van leerlingkenmerken en materiaalgebruik.
Om de doelen te kunnen evalueren is gebruik gemaakt van een quasi-experimenteel design, met drie verschillende onderzoeksarmen: (1) LLL4 zonder e-coaching (‘LLL4’), (2) LLL4 met e-coaching (‘Coach’), en (3) reguliere lespakketten (‘Controle’). Binnen dit onderzoek zijn er drie meetmomenten waarop vragenlijsten door leerlingen worden ingevuld, waarvan de eerste twee reeds (deels) zijn uitgevoerd: een voormeting (T0: februari-april 2012), een nameting (T1: mei-juli 2012), en follow-up (T2: gepland voor najaar 2012). Uitkomstmaten zijn gericht op determinanten en subgedragingen van de seksuele start, anti-conceptiegebruik, soa preventieve gedragingen, homo-acceptatie, het omgaan met wensen en grenzen, en hulpzoekgedrag.
Naast evaluatie van LLL4 op leerling-niveau wordt ook gekeken naar evaluatie van het lespakket door deelnemende docenten. Docenten die LLL4 in kader van dit onderzoek aangeboden hebben gekregen wordt gevraagd het lespakket na gebruik te evalueren. Ook docenten in de controle conditie wordt gevraagd naar hun ervaringen op het gebied van seksuele voorlichting binnen het tijdsbestek van dit onderzoek. De jongeren in de experimentele is gevraagd (onderdelen van) het lespakket te beoordelen. Ook jongeren in de controleconditie is gevraagd of zij lessen rondom seksualiteit hebben gekregen; indien zo om welke thema’s het ging en wat zij van de lessen vonden.
Het evaluatieproject draagt bij aan inzicht in het effect van LLL4, en lespakket- en implementatieonderdelen, alsook in mogelijke differentiële verschillen naar leerlingkenmerken, en kan implementatie van het pakket versterken.