Effectiveness of surgery versus prolonged conservative care in patients suffering from a herniated cervical disc: a prospective randomized controlled trial

Slijtage van de tussenwervelschijf is inherent aan ouder worden en is een normaal proces. Dit kan gepaard gaan met het uitpuilen van de tussenwervelschijf, die dan op een zenuwwortel kan gaan drukken. Dit kan pijn in de arm, uitvalsverschijnselen van de arm en gevoelsstoornissen in de arm geven. Tevens kan er nekpijn bij optreden. Deze uitpuiling gaat in het overgrote deel van de gevallen vanzelf over. De uitpuiling kan echter ook worden geopereerd. De vraag is, is het beter om patiënten kort na het ontstaan van de klachten te opereren, of om pas na langere tijd te opereren, of is het beter om helemaal niet te operen? Het doel van dit onderzoek is de resultaten van de operatieve en de conservatieve behandelmogelijkheid voor nekhernia’s te verzamelen en met elkaar te vergelijken. Niet alleen de resultaten op korte termijn worden geanalyseerd, ook die op lange termijn worden bekeken.

Deze studie is voortijdig gestopt. De onderzoeksvragen zijn niet (volledig) beantwoord.

Producten

Titel: CASINO: Surgical or Nonsurgical Treatment for cervical radiculopathy, a randomised controlled trial
Auteur: Sarita van Geest, Barbara Kuijper, Marinus Oterdoom, Wilbert van den Hout, Ronald Brand, Theo Stijnen, Pim Assendelft, Bart Koes, Wilco Jacobs, Wilco Peul, Carmen Vleggeert-Lankamp 1
Magazine: BMC Musculoskelet Disord. 2014 Apr 14:15:129
Link: https://doi.org/10.1186/1471-2474-15-129

Verslagen

Voortgang

Een hernia is een uitstulping van de tussenwervelschijf. De inhoud van de tussenwervelschijf, een gel-achtige substantie, is naar buiten gestulpt en geeft druk op een zenuwwortel. Als deze hernia in de nek zit, veroorzaakt dit uitstralende pijn in de arm, eventueel met een doof of prikkelend gevoel en/of verlammingsverschijnselen van één of meer spieren in arm of hand. Vaak gaan nekklachten aan de hernia vooraf. Bij het merendeel van de patiënten gaat de pijn na enige weken vanzelf over. Als de armpijn binnen 8 weken niet vanzelf verdwijnt, wordt vaak tot een operatie besloten. We weten echter dat in 90% van de gevallen de pijn spontaan verdwijnt. Op dit moment is niet duidelijk of het opereren van een nekhernia betere resultaten oplevert dan het niet opereren. Bovendien is het niet bekend of de resultaten van opereren relatief kort nadat de klachten begonnen zijn beter zijn, dan de resultaten van operatie als de klachten al langer bestaan.  Voor het verkrijgen van deze informatie zijn vergelijkende onderzoeken bij patiënten noodzakelijk. Het doel van dit onderzoek is de resultaten van de operatieve en de conservatieve behandelmogelijkheid voor nekhernia’s te verzamelen en met elkaar te vergelijken. Niet alleen de resultaten op korte termijn worden geanalyseerd, ook die op lange termijn worden bekeken.  Tevens wordt in dit onderzoek gekeken naar de kosten van de 2 behandelmethoden, inclusief de indirecte uitgaven zoals ziekteverzuim en eventuele uitkering. In totaal zullen 400 patiënten deelnemen. De patiënten worden gedurende 2 jaar gevolgd. 


Eindverslag

Slijtage van de tussenwervelschijf is inherent aan ouder worden en is een normaal proces. Dit kan gepaard gaan met het uitpuilen van de tussenwervelschijf, die dan op een zenuwwortel kan gaan drukken. Dit kan pijn in de arm, uitvalsverschijnselen van de arm en gevoelsstoornissen in de arm geven. Tevens kan er nekpijn bij optreden. Deze uitpuiling gaat in het overgrote deel van de gevallen vanzelf over. De uitpuiling kan echter ook worden geopereerd. Het is de vraag of het beter is om patiënten op korte termijn na het starten van de klachten te opereren, of dat het beter is om pas na langere tijd te opereren, of dit helemaal niet te doen. In dit onderzoek worden de resultaten van de operatieve en de conservatieve behandelmogelijkheid voor nekhernia’s verzameld en met elkaar vergeleken. Niet alleen de resultaten op korte termijn worden geanalyseerd, ook die op lange termijn worden bekeken.

Helaas is het niet gelukt om voldoende patienten te vinden die wilden loten voor een operatieve of conservatieve behandeling. Daarom is het onderzoek veranderd in een onderzoek waarbij we patienten die een behandeling voor een nekhernia ondergaan observeren. Dit onderzoek is nog niet gestopt. Over de resultaten hopen na over enkele jaren te kunnen publiceren.

Er konden binnen de studietermijn slechts 6 patiënten worden gerandomiseerd, terwijl het beoogde inclusie aantal 400 was. Dientengevolge kon geen zinvolle analyse van resultaten plaatsvinden. Belangrijke redenen voor de tegenvallende inclusie door de specialist waren een vooringenomen standpunt van de specialist (neuroloog en neurochirurg) over de behandeling van voorkeur, vrees voor vermeende extra tijdsbelasting en verlies van produktie. Bij de patient bestond er weerstand voor inclusie doordat deze vaak al in de richting van operatie was gestuurd; enerzijds door het advies van de neuroloog, anderzijds door informatie over cervicale hernia op het internet waar met name de operatieve behandeling wordt belicht.

Ook is het mogelijk dat patienten die in aanmerking kwamen voor deelname aan dit onderzoek reeds bij de huisarts geworven hadden moeten worden. Het zou kunnen zijn dat de patienten die uiteindelijk in werden gestuurd naar de neuroloog een langdurig conservatief beleid achter de rug hadden, waardoor zowel arts als patient bezwaren tegen randomisatie hadden (en de kans om voortgezet conservatieve behandeling te loten). De indruk bestaat dat de combinatie van deze factoren de reden zou kunnen zijn voor de grote praktijkvariatie die wordt gezien bij de behandeling van de lumbale kanaalstenose. Juist het eventueel te meten verschil in de vermeende en de daadwerkelijke resultaten had de zorg voor de patient met de cervicale hernia kunnen verbeteren en daarmee waarschijnlijk de praktijkvariatie terug kunnen dringen.

Kenmerken

Projectnummer:
171202016
Looptijd: 100%
2012
2014
Gerelateerde programma's:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. drs. C.L.A.M. Vleggeert-Lankamp
Verantwoordelijke organisatie:
Leiden University Medical Center