Mobiele menu

Efficiency of physiotherapeutic care in Parkinson's disease

Afbeelding
Parelproject






Veel mensen met de ziekte van Parkinson hebben baat bij gerichte vormen van fysiotherapie. Neurologen verwijzen de patiënten echter niet standaard naar een fysiotherapeut en fysiotherapeuten hebben – als gevolg van het beperkte aantal patiënten - een gebrek aan specifieke kennis over en ervaring met de behandeling van Parkinsonpatiënten. Binnen ParkinsonNet werken neurologen en fysiotherapeuten nauw samen en worden fysiotherapeuten getraind in de behandeling van Parkinsonpatiënten. De Nijmeegse grondleggers van ParkinsonNet onderzochten wat het effect is van ParkinsonNet op de kwaliteit en kosten van de fysiotherapeutische zorg voor mensen met Parkinson. Het onderzoek wees uit dat binnen ParkinsonNet de fysiotherapeuten de richtlijnen voor het behandelen van Parkinsonpatiënten beter opvolgen, de getrainde fysiotherapeuten meer Parkinsonpatiënten behandelen en de patiënten meer tevreden over hun therapeut zijn. De totale kosten aan medische zorg dalen door ParkinsonNet met ruim €1400,-- per jaar per patiënt.

Richtlijn

De studieresultaten zijn opgenomen in de bijbehorende richtlijn in de FMS richtlijnendatabase

Verspreidings- en Implementatie Impuls (VIMP)

Deze studie heeft een Verspreidings- en Implementatie Impuls (VIMP) gekregen.

Verslagen


Eindverslag

Achtergrond De ziekte van Parkinson is een complexe, invaliderende en kostbare ziekte. Fysiotherapie wordt door 70 % van de patiënten gebruikt met als doel het dagelijks functioneren in stand te houden of te verbeteren. Er is in toenemende mate bewijs voor de meerwaarde van fysiotherapie bij de ziekte van Parkinson. Echter de organisatie van de huidige fysiotherapeutische zorg lijkt inadequaat. Enquêteonderzoek laat bijvoorbeeld zien dat verwijzingen naar fysiotherapeuten arbitrair lijken te zijn en dat veel fysiotherapeuten een gebrek hebben aan specifieke expertise. Dit is deels het gevolg van het beperkte aantal patiënten dat door een reguliere therapeut per jaar wordt behandeld. Wij ontwikkelden daarom een innovatieve methode (het ‘ParkinsonNet’ concept) om de kwaliteit en doelmatigheid van fysiotherapeutische zorg voor patiënten met de ziekte van Parkinson te vergroten. Doel Bepalen of de implementatie van ParkinsonNet leidt tot een verbetering van de kwaliteit en doelmatigheid van fysiotherapeutische zorg voor patiënten met de ziekte van Parkinson. Design We hebben een cluster gerandomiseerd onderzoek uitgevoerd waarbij ieder cluster werd gevormd door het adherentie-gebied van een regulier ziekenhuis. Zestien clusters zijn ‘ad random’ verdeeld over 8 parkinsonNet clusters en 8 ‘usual care’ clusters. De ParkinsonNet strategie focust op het verbeteren van de volgende elementen: 1) Parkinson specifieke expertise van fysiotherapeuten, 2) gestructureerde verwijzingen van neurologen, en 3) communicatie tussen fysiotherapeuten en neurologen. ParkinsonNet clusters zijn geïmplementeerd door het aanbieden van een basiscursus gericht op het werken volgens evidence based richtlijnen aan een select aantal fysiotherapeuten. De basiscursus werd gevolgd door een aantal seminars en ondersteund met een ‘webbased e-learning’ module. Participerende neurologen zijn getraind om patiënten naar ParkisonNet therapeuten te verwijzen volgens criteria. We includeerden 699 patiënten (n=358 in ParkinsonNet clusters en n=341 in Usual Care clusters). Patiënten werden twee weken voor een routine consult bij de behandelend neuroloog geïncludeerd en in kaart gebracht. Twee maanden, vier en zes maanden na de baseline meting werden patiënten opnieuw in kaart gebracht. Effecten werden gemeten met de Patiënt Specifieke Index voor Parkinson (PSI-PD) als de primaire uitkomstmaat en de Parkinson Activity Scale (PAS) en de mobiliteitsschaal van de Parkinson Disease Questionnaire (PDQ-39,) als secundaire uitkomstmaten. Voor het beoordelen van de doelmatigheid werd iedere 2 maanden een kostendagboek ingevuld waarin alle zorgkosten van de voorafgaande 8 weken werden genoteerd. Resultaten Implementatie proces De gemiddelde (standaard deviatie) Parkinson specifieke kennis van ParkinsonNet therapeuten nam significant toe (p<0.05) van 6.6 (0.7) voor implementatie naar 8.0 (0.7) één jaar na implementatie van ParkisonNet. In het jaar na implementatie van ParkinsonNet was het gemiddeld aantal patiënten behandeld door parkinsonNet fysiotherapeuten 11.3 terwijl dit aantal 4.2 was voor algemene fysiotherapeuten (p<0.05). Drieënnegentig procent van de ParkinsonNet therapeuten gaf aan de KNGF richtlijn voor fysiotherapie bij Parkinson toe te passen in vergelijking met slechts 33% van de algemene therapeuten (p<0.05). De gemiddelde kwaliteitsscore voor ParkinsonNet therapeuten was 67.2 (5.7). Deze score was significant (p<0.01) hoger in vergelijking met de gemiddelde score van de algemene therapeuten (50.7 (12.5). Het percentage patiënten dat fysiotherapie gebruikten was 72% in de ParkinsonNet regio’s en 74% in de usual care regio’s . In de Parkinson regio’s bleek van alle patiënten die verwezen waren naar een fysiotherapeut 27% verwezen te zijn naar een ParkinsonNet therapeut. De overige patiënten bleven onder behandeling van een reguliere therapeut. De Gezondheidseffecten voor patiënten Patiënten die behandeld waren door een ParkinsonNet therapeut waren signifi
Doel. De doelmatigheid van een vernieuwd fysiotherapeutisch zorgconcept voor patiënten met de ziekte van Parkinson (ZvP) evalueren. Twee aspecten van het huidige zorgsysteem worden geoptimaliseerd: a) inadequate verwijzing door neurologen; b) suboptimale behandeling door therapeuten. Studieopzet. Cluster Randomised Controlled Trial. 16 clusters (algemene ziekenhuizen) zijn at random verdeeld in een experimentele groep (8 "ParkNet clusters" met een geoptimaliseerd zorgsysteem) of een "usual care" groep (8 clusters met een onveranderd zorgsysteem). De clusters bevinden zich rond 3 organiserende centra (UMC st Radboud Nijmegen, LUMC Leiden en VUmc Amsterdam). Deelnemende patiënten worden 6 maanden gevolgd. Populatie. Patiënten met de ZvP (Idiopathisch) die onafhankelijk wonen. Interventie. De interventie betreft een verandering van organisatie van zorg, namelijk het opzetten van een regionaal netwerk (ParkNet) bestaande uit neurologen en een kleine selectie van fysiotherapeuten die specifieke deskundigheid ontwikkelen voor het behandelen van patiënten met de ZvP. De interventie heeft 2 specifieke elementen: a) het bevorderen van gestructureerde en objectieve verwijzingen naar fysiotherapie door neurologen; b) optimale behandeling door therapeuten (continu) getraind in het gebruik van evidence-based richtlijnen en werkzaam in een gespecialiseerd netwerk. Uitkomstmaten. De belangrijkste doelstelling van de interventie is het vergroten van de effectiviteit van fysiotherapeutische behandelingen. Dit wordt beoordeeld met een ‘patient preference’, generieke maat voor dagelijks functioneren (Modified Mactar Scale, primaire uitkomstmaat), een ziektespecifieke maat voor kwaliteit van lopen en de uitvoering van transfers (Parkinson Activity Scale, secundaire uitkomstmaat), een ziektespecifieke maat voor de kwaliteit van Leven (PDQ-39 mobility, secundaire uitkomstmaat) en een aantal tertiaire uitkomstmaten. De tertiaire uitkomstmaten betreffen het dagelijks functioneren (Self Assessment Disability Scale, AMC Linear Disability Scale), het lopen (Freezing of Gait Questionnaire, 6 meter walk test, Posture and Gait score), valrisico (Falls Efficacy Scale, val frequentie) , arm-hand functie (9-hole pegboard test), emotionele status (HADS), de mate van Lichamelijke aktiviteit (LAPAQ) en de belasting van de partner (Bela-A-K). De vragenlijsten worden bij baseline en na 8, 16 en 24 weken afgenomen. De fysieke test worden aan huis uitgevoerd op baseline en na 16 weken. Voor de primaire analyse worden de uitkomsten gemeten op de MACTAR en de PDQ-39 na 8 en16 weken gemiddeld. Het vergroten van de effectiviteit van fysiotherapeutische zorg wordt gerealiseerd door het structureren van verwijzingen en het verhogen van de kwaliteit van fysiotherapeutische zorg. Deze belangrijke intermediaire variabelen worden als secundaire uitkomstmaten gemeten: Het aantal adequate verwijzingen van een neuroloog wordt beoordeeld door het vergelijken van de proportie adequate verwijzingen in de ParkNet en de ‘usual care’ clusters. De kwaliteit van fysiotherapeutische zorg wordt beoordeeld met de PIF-PD, aangevuld met een telefonisch interview door een onafhankelijke onderzoeker Hiermee wordt beoordeeld in welke mate de therapeut gehandeld heeft volgends de KNGF-richtlijn Ziekte van Parkinson. Verder zal de tevredenheid van patiënten, neurologen en therapeuten over de fysiotherapeutische zorg beoordeeld worden door middel van een vragenlijst. Economische analyse De kosten van fysiotherapie (primaire uitkomst) en overige kosten (secundaire uitkomst) wordt eens per maand, gedurende zes maanden gemeten met behulp van een vragenlijst.

Kenmerken

Projectnummer:
94504357
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2005
2008
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. B.R. Bloem
Verantwoordelijke organisatie:
Radboudumc