Mobiele menu

Epileptic Source Localization with EEG-correlated functional MRI

Mensen met epilepsie bij wie medicijnen niet voldoende helpen komen soms in aanmerking voor een hersenoperatie. Hierbij wordt de bron van waaruit de epilepsieaanvallen ontstaan  verwijderd. Een eerste voorwaarde hierbij is dat de exacte plaats van de bron van de aanvallen bekend is. Met de bestaande technieken (MRI) lukt het bij de helft van de patiënten niet om dit vast te stellen. In Utrecht is onderzocht wat de waarde is van twee nieuwe beeldvormende technieken hierbij: EEG-fMRI en hoge-veldsterkte MRI. EEG-fMRI bleek bij de helft van de 30 onderzochte patiënten een bruikbaar resultaat op te leveren. Bij 4 patiënten leverde het tevens nieuwe inzichten op; bij 1 van hen kon hierdoor een operatie worden uitgevoerd, bij de andere 3 bleek een operatie niet mogelijk. Het toepassen van hoge-veldsterkte MRI (3T) bracht andere, maar niet meer, afwijkingen aan het licht dan toepassen van de tot nu toe  gebruikelijke MRI (1,5T).

Producten

Titel: EEG-fMRI in the preoperative work-up for epilepsy surgery
Auteur: Zijlmans M Huiskamp G Hersevoort M Seppenwoolde JH Van Huffelen AC Leijten FSS
Magazine: Brain
Titel: Should we reconsider epilepsy surgery?

Verslagen


Eindverslag

Epilepsiechirurgie is het uitvoeren van een hersenoperatie om een patiënt te genezen van ernstige epileptische aanvallen. Dit kan zeer effectief zijn voor bepaalde patiënten die niet met medicatie te genezen zijn. Een voorwaarde voor operatie is dat bekend is waar de epilepsie bij een bepaalde patiënt in de hersenen ontstaat. Hoewel er een groot aantal technieken beschikbaar zijn om dit uit te zoeken, valt toch nog steeds de helft van de patiënten af omdat onduidelijk is waar de epilepsie ontstaat. In onze studie werd het praktisch nut onderzocht van twee nieuwe, veelbelovende onderzoekstechnieken. Het voordeel van deze twee methodes, EEG-fMRI en hoge-veldsterkte MRI, is dat ze geen risico’s geven voor de patiënt en relatief goedkoop zijn. EEG-fMRI is echter wel moeilijk uitvoerbaar en gebeurt nog maar op een paar plaatsen ter wereld. We hadden de gelegenheid om 30 patiënten te onderzoeken met de twee nieuwe methodes, die uit een grotere groep afkomstig waren van patiënten die waren afgewezen voor epilepsiechirurgie omdat niet bekend was waar de epilepsie ontstond. Eerst werd de hele groep van 71 afgewezen patiënten benaderd met vragenlijsten, om te zien of er wel behoefte was aan nieuw onderzoeken. Deze onderzoeken kunnen immers weer tot nieuwe teleurstellingen leiden met bijkomende spanning en stress. Het bleek echter dat patiënten in het algemeen blij waren met de geboden nieuwe mogelijkheid, ondanks dat we erg terughoudend waren in onze verwachtingen. Het EEG-fMRI onderzoek bleek bij de helft van de patiënten een resultaat op te leveren. Dit resultaat werd in de Landelijke Werkgroep Epilepsiechirurgie besproken en beoordeeld op betrouwbaarheid. Bij vier patiënten werd de nieuwe informatie belangrijk bevonden en tot nu toe werd een patiënt alsnog geopereerd. De hoge-veldsterkte MRI werd bij 39 patiënten verricht en vergeleken met de gewone MRI op lagere veldsterkte. Verrassend was dat het totaal aantal gevonden afwijkingen gelijk bleek. Maar de gevonden afwijkingen waren bij beide onderzoeken niet hetzelfde. Hoge-veldsterkte MRI bleek aangeboren afwijkingen aan de opbouw van de hersenschors beter zichtbaar te maken, maar andere afwijkingen waren duidelijker op lagere veldsterkte. Wat het allermeeste opleverde, was echter de herbeoordeling van al gemaakte MRI scans door twee onafhankelijke deskundigen.
Het onderzoek betreft de meerwaarde van twee nieuwe onderzoekstechnieken voor epileptische bronlokalisatie bij patienten met therapieresistente focale epilepsie. De technieken betreffen EEG-gecorreleerde functionele MRI (EEG-fMRI) en 3 T anatomische MRI. Het doel is om meer patienten in aanmerking te laten komen voor epilepsiechirurgie dan momenteel het geval is. Daartoe werd een re-evaluatie van patienten met de nieuwe technieken gedaan die waren afgewezen voor epilepsiechirurgie. Op basis van a priori verwachtingen kon een cohort worden samengesteld van 65 patienten van wie er 30 in aanmerking kwamen voor EEG-fMRI en 3 T MRI. De overige 35 patienten vormden een controlegroep. Al deze patienten hadden uitgebreide screening ondergaan voor epilepsiechirurgie, maar waren uiteindelijk afgewezen. Van alle patienten werden vragenlijsten verkregen betreffende hun huidige toestand, zowel medisch als sociaal.

Kenmerken

Projectnummer:
94505039
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2005
2007
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. F.S.S. Leijten