Mobiele menu

Ethics at the 'kitchen-table conversations'; how informal care is framed in policy and practice.

Samenvatting na afronding

In keukentafelgesprekken over een Wmo-melding kunnen zich tal van moeilijke keuzes voordoen over ondersteuning van hulpvragers die verband houden met verschillende onderliggende ethische waarden.

De overheersende waarde in de Wmo 2015 is die van het bevorderen van zelfredzaamheid. Deze waarde alleen biedt echter onvoldoende houvast bij het verhelderen, bespreken en besluiten over moeilijke keuzes over ondersteuning. Dat komt deels door de specifieke invulling die de waarde krijgt in het beleid: doe zo min mogelijk beroep op professionele hulp.

Daarnaast blijkt uit ons onderzoek dat in de praktijk van het keukentafelgesprek gespreksvoerders impliciet andere waarden meewegen, namelijk die van het respecteren van de keuzevrijheid van de cliënt en het voorkomen van schade (aan de cliënt en mantelzorger). Deze drie waarden zijnmet behulp van een literatuuronderzoek uitgewerkt tot een afwegingskader dat gespreksvoerders en anderen handvatten biedt bij het bespreken en aanpakken van moeilijke keuzes over informele en professionele ondersteuning.
 

Samenvatting bij start

Dit onderzoek richt zich op het zogenaamde ‘keukentafelgesprek’.
Het keukentafelgesprek is een gesprek tussen burgers en gemeente (in het kader van de Wmo), waarin samen wordt nagegaan wat een passende oplossing is voor de situatie van de burger. In het keukentafelgesprek wordt ingegaan op de behoefte van de burger, maar ook op zijn of haar eigen mogelijkheden en sociale kapitaal. In die gesprekken spelen verschillende perspectieven en waarden een rol. Zo hecht een burger mogelijk andere waarden aan informele zorg dan een mantelzorger of een ambtenaar. Het onderzoek moet leiden tot handvatten voor het omgaan met ethische dilemma’s die mogelijk een gevolg kunnen zijn van de verschillende waarden van betrokkenen. Daarbij richt dit project zich op de gesprekken met ouderen boven de 75 jaar. De uitkomsten van het onderzoek worden in wetenschappelijke publicaties maar ook in een toegankelijke video vervat.
 

Meer informatie

Verslagen


Eindverslag

Achtergrond Gemeenten hebben met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning van 2015 (in het vervolg aangeduid als Wmo 2015 of kortweg Wmo) de verantwoordelijkheid gekregen voor het realiseren van passende ondersteuning zodat mensen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en kunnen meedoen aan de samenleving. De stelselherzieningen in het sociale domein, waar de Wmo 2015 deel van uit maakt, heeft tal van ethische vragen opgeroepen. In dit onderzoek zijn enkele van die vragen nader geanalyseerd. Methode Het onderzoek was opgezet als een verkennend en ethisch onderzoek met een beperkte empirische component. In de tussentijd zijn andere studies verschenen die de mogelijkheid boden deze beperkte empirische component aan te vullen. Er zijn in het kader van dit onderzoek In 2016-2017 6 gesprekken geobserveerd, 6 beleidsuitvoerders Wmo geïnterviewd en 3 oudere hulpvragers in verschillende gemeenten, een groepsgesprek met Wmo-consulenten en teamleiders en interviews met 9 experts en sleutelfiguren. In 2018 is dit aangevuld met een groepsgesprek met teamleiders en gespreksvoerders van een lokaal team en interviews met 4 experts. Daarnaast vormden diverse Nederlandstalige publicaties over het keukentafelgesprek een rijke en waardevolle bron van informatie. Resultaten De Wmo stelt een duidelijk kader, maar geeft gemeenten veel vrijheid bij de nadere invulling en implementatie van het beleid. Toch zijn er gemeenschappelijke vragen en kwesties die samenhangen met de uitgangspunten en waarden van de Wmo, namelijk zelfredzaamheid, maatwerk en het voorkomen van schade. Zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid, onafhankelijkheid en eigen regie refereren alle aan de waarde van autonomie of zelfbeschikking. Tussen verschillende interpretaties van autonomie of zelfbeschikking (als afweerrecht, als keuzevrijheid en als zelfontplooiing) kunnen zich spanningen voordoen. Maar principes van respect voor autonomie of zelfbeschikking kunnen ook botsen met andere principes, bijvoorbeeld met die van weldoen (zoals bij bemoeizorg). Uit onderzoek blijkt dat cliënten en gespreksvoerders zich beperkt voelen in hun keuzevrijheid en professionele autonomie door de eenzijdige en vaak dwingend opgelegde definitie van zelfredzaamheid. Een gesprek of dialoog waarin de vraag van de cliënt wordt verduidelijkt, gezocht wordt naar een passende oplossing voor de hulpvraag en daarover gezamenlijk een besluit wordt genomen, zou meer getuigen van respect voor de autonomie. Dit lijkt de bedoeling van het keukentafelgesprek, maar de praktijk is vaak anders. Rechtvaardigheidsoverwegingen spelen een belangrijke rol bij het gesprek en bij de besluitvorming over de toekenning van een voorziening. De grote verschillen tussen gemeenten in de vormgeving van Wmo-beleid en keukentafelgesprekken – het gaat immers om maatwerk - roept de vraag op in hoeverre dit leidt tot een rechtvaardige verdeling van professionele hulp. De uitkomsten zullen eerder als eerlijk worden ervaren als het gesprek aan bepaalde voorwaarden voldoet, zoals professionalisering van de gespreksvoerders, ondersteunen en informeren van cliënten, en transparantie over de verder procedure. De Wmo gaat er vanuit dat hulp door naasten in principe ‘betere’ hulp is dan die van professionals, want vertrouwd, nabij, en op maat. Maar dit blijkt een versimpeling van de realiteit. Een overbelast netwerk kan kwalitatief slechte hulp of zelfs schade tot gevolg hebben. Een langdurige mantelzorgrelatie zal een impact hebben op de persoonlijke relatie tussen hulpvrager en mantelzorger. In plaats van professionele hulp als aanvullend op informele hulp te zien, zou maatwerk meer gediend zijn bij het per situatie samen met betrokkenen nagaan wat de beste combinatie van informele en professionele hulp is.
Het doel van dit project is meer inzicht te krijgen in de opvattingen over informele zorg bij burgers en Wmo-consulenten. We gaan na hoe die opvattingen bij elkaar komen in het Keukentafelgesprek en hoe die opvattingen zich tot elkaar verhouden. We gaan op zoek naar de ethische dilemma's die zich bij dit keukentafelgesprek voordoen. Het gaat daarbij om ethische kwesties of dilemma’s die samenhangen met formalisering van de informele zorg: dilemma’s m.b.t. autonomie (veronderstelde zelfredzaamheid, tegelijk grotere afhankelijkheid van naasten, betutteling/van zorgen voor naar zorgen dat), opleggen opvatting over informele zorg (versus pluriformiteit in de samenleving), enz. Ook spelen er vragen over de rol van Wmo-consulent: is zij/hij vooral uitvoerder van lokaal beleid (bezuinigingen) of ook professional die goede zorg moet verzekeren? Tenslotte reflecteren we op de inzet van het instrument van het keukentafelgesprek: dialoog, in thuissituatie, om in samenspraak te komen over overeenstemming over passend antwoord op ondersteuningsvraag. Ook hier normatieve noties en spanningen ertussen: is dialoog en samenspraak mogelijk bij ongelijkheid in macht, competenties en kennis van de gesprekspartners?

Kenmerken

Projectnummer:
731010009
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2016
2020
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. ir. R.D. Friele
Verantwoordelijke organisatie:
NIVEL