Ethiek van e-Health tijdens de coronacrisis en daarna: lessen uit de pandemie
Door de COVID-19 pandemie moesten preventie en (langdurige) zorg veelal op afstand worden gegeven. Hierbij maakten zorgverleners gebruik van verschillende e-Health toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan consulten via beeldbellen, apps voor zelfmonitoring, het opsporen van besmettingen en virtueel bezoek van naasten. Ook veel overleg tussen zorgverleners onderling heeft virtueel plaatsgevonden. Nieuw was dat e-Health in de plaats kwam van directe interactie en niet alleen een aanvulling op de reguliere zorg was. Uit dit ‘natuurlijke experiment’ wilde men leren hoe e-Health op een ethisch en juridisch verantwoorde manier kon worden ingezet tijdens en na de coronacrisis.
Dit project heeft beeldzorg, telemonitoring, anonieme digitale zorg in de GGZ, en e-Health in de langdurige zorg onderzocht. Op basis van een ethische analyse van interviews met patiënten(verenigingen), hulpverleners, beleidsmakers en ontwikkelaars zijn er belangrijke aanbevelingen geformuleerd.
Er is gebleken dat actieve betrokkenheid van zorgverleners en -vragers essentieel is voor ontwikkeling en evaluatie van e-Health. Hierbij moet een duidelijke zorgvisie leidend zijn. Daarnaast is het belangrijk dat bij opschaling rekening wordt gehouden met verschillen in groepen patiënten en zorgdomeinen. Ook moet worden voorkomen dat digitale zorg drempels opwerpt om zorg te krijgen; met name voor mensen zonder de nodige digitale vaardigheden. Tenslotte, is het belangrijk dat al lerende kwaliteitseisen worden geformuleerd met een juiste balans tussen digitale en fysieke zorg.