Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Ethisch verantwoord includeren van patiënten in wetenschappelijk onderzoek in de palliatieve zorg

Wetenschappelijk onderzoek in de palliatieve zorg is hard nodig. Er is nauwelijks onderbouwing voor dit jonge vakgebied. Maar die is, om verschillende redenen, ook niet makkelijk te krijgen. Een belangrijke oorzaak is terughoudendheid van onderzoekers, zorgverleners en leden van Medisch-Ethische Toetsingscommissies. Zij willen deze kwetsbare patiëntengroep er niet meer mee belasten. Patiënten zelf zijn vaak wel bereid om deel te nemen.

Doel 

Dit project bracht de belemmeringen in kaart die spelen bij het opnemen van palliatieve patiënten in palliatieve zorg onderzoek (PZO) en welke personen daarbij een rol spelen. Ook wilden we een structuur ontwikkelen die kan ondersteunen bij de afweging of een patiënt benaderd kan worden voor PZO.

Aanpak/werkwijze

We deden een literatuur review en namen een screening van het CCMO (Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek) register mee. Voor de verkenning van beleefde belemmeringen bij het doen van PZO, in het bijzonder het voorkomen van gatekeeping en de afweging van risks en benefits, deden we individuele interviews met onderzoekers en met patiënten voor hun perspectief op participatie in PZO.

Samenwerkingspartners

We werkten samen met het CCMO.

Resultaten

We hebben een overzicht gemaakt van mogelijke gatekeepers en hun redenen om te gatekeepen. De belangrijkste reden voor gatekeeping is dat de palliatieve patiënt per definitie als kwetsbaar wordt gezien en onderzoek als een belasting die het hoofddoel van palliatieve zorg, namelijk een optimale levenskwaliteit in de weg staat. Uit interviews leerden we dat zeker een deel van de patiënten de behoefte heeft om zelf te beslissen over deelname aan onderzoek. Bovendien werd duidelijk dat er grote verschillen waren in hoe kwetsbaar patiënten zich voelden. Op basis van empirisch- en literatuuronderzoek is een model gemaakt dat onderzoekers en professionals helpt een verantwoorde afweging te maken over de kwetsbaarheid van de patiënt waarbij aan zijn/haar vermogen om zelf te besluiten niet onnodig wordt voorbijgegaan.

ZonMw en palliatieve zorg

Dit project financierden we vanuit ons Onderzoeksprogramma Palliatieve zorg. Met het programma zetten we ons in voor een goede kwaliteit van leven voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn en hun naasten. Dat betekent dat zij zorg en ondersteuning krijgen op lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel vlak, aansluitend op hun wensen en behoeften. We stimuleren verbetering in de palliatieve zorg door samen met partijen uit beleid, onderzoek, praktijk en het onderwijs te investeren in kennisontwikkeling, verdere professionalisering van de palliatieve zorg en kennisbenutting van ontwikkelde resultaten. 

Producten

Titel: A systematic review of reasons for gatekeeping in palliative care research
Auteur: Kars, M. C., van Thiel, G. J., van der Graaf, R., Moors, M., de Graeff, A., van Delden, J. J.
Magazine: Palliative Medicine
Link: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26577927/

Verslagen


Eindverslag

Voor de ontwikkeling van goede palliatieve zorg aan patiënten met een gevorderde ziekte is onderzoek noodzakelijk. In de praktijk blijkt dat palliatieve zorg onderzoek vaak niet van de grond komt, omdat iemand in het proces van ontwikkeling van het onderzoek tot aan het moment dat de patiënten benaderd worden daar een stokje voor steekt. Het komt voor dat de vraag om deelname aan onderzoek niet eens aan de patiënt wordt voorgelegd. Dit belemmeren van de mogelijkheid tot beslissen over onderzoek wordt gatekeeping genoemd. In deze door ZonMw gefinancierde studie werd op basis van literatuur en met behulp van kwalitatief onderzoek een overzicht gemaakt van mogelijke gatekeepers en hun redenen om te gatekeepen. De belangrijkste reden voor gatekeeping is dat de palliatieve patiënt per definitie als kwetsbaar wordt gezien en onderzoek als een belasting die het hoofddoel van palliatieve zorg, namelijk een optimale levenskwaliteit in de weg staat. Uit interviews leerden we dat zeker een deel van de patiënten de behoefte heeft om zelf te beslissen over deelname aan onderzoek. Bovendien werd duidelijk dat er grote verschillen waren in hoe kwetsbaar patiënten zich voelden. Op basis van empirisch- en literatuuronderzoek is een model gemaakt dat onderzoekers en professionals helpt een verantwoorde afweging te maken over de kwetsbaarheid van de patiënt waarbij aan zijn/haar vermogen om zelf te besluiten niet onnodig wordt voorbijgegaan.
Wetenschappelijk onderzoek met patiënten die palliatieve zorg ontvangen, is nodig om van die zorg een evidence based praktijk te maken. Uit internationale literatuur blijkt dat dit type onderzoekom een aantal redenen moeilijk uitvoerbaar is. Er ontbreekt onder meer een traditie van wetenschappelijk onderzoek in dit relatief jonge veld, de populatie is dermate kwetsbaar dat behandelend artsen slechts aarzelend meewerken aan inclusie van patiënten en leden van METC’s hebben moeite om onderzoek bij deze populatie goed te keuren. Tegelijk is ook bekend dat patiënten vaak wel bereid zijn om deel te nemen aan onderzoek. Er is op dit terrein nog weinig bekend over de situatie in Nederland. Bovendien ontbreekt, ook internationaal, een uitgewerkte ethische redenering op grond waarvan men kan beargumenteren hoe met de beleefde belemmeringen dient te worden omgegaan. In het voorgestelde onderzoek willen we onderzoeken in hoeverre deze belemmeringen voor het includeren van patiënten in wetenschappelijk onderzoek naar palliatieve zorg ook in Nederland spelen. Dit empirisch deel van het project vormt de basis voor een ethisch deel waarin we een moreel besluitvormingskader zullen opstellen waarmee relevante betrokkenen, met name zorgverleners, onderzoekers en leden van METC's zullen kunnen evalueren wanneer het redelijk is patiënten te vragen om deel te nemen aan onderzoek op het gebied van de palliatieve zorg.

Kenmerken

  • Projectnummer:
    11510017
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2011
    2015
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    Prof. dr. J.J.M. van Delden
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Universitair Medisch Centrum Utrecht