Ethnic differences in pathways in pediatric mental health care and youth care of 5/6-year-old children
Producten
Auteur: Mieloo, C., Raat, H., van Oort, F., Bevaart, F., Vogel, I., Donker, M., et al.
Magazine: PLoS ONE
Verslagen
Eindverslag
Onderzoek heeft aangetoond dat vroege signalering en behandeling van emotionele en gedragsproblemen bij kinderen mogelijk is en waarschijnlijk tot gezondheidswinst kan leiden. De jeugdgezondheidszorg bevindt zich in een ideale positie om dergelijke problemen vroegtijdig te signaleren en verdere behandeling in gang te zetten. Identificatie op zichzelf is echter geen garantie voor een succesvol behandelingstraject. Om het screenen voor emotionele- en gedragsproblemen te rechtvaardigen is inzicht nodig in de zorgtrajecten die volgen op de identificatie van deze problemen. Tot nu toe is nog weinig bekend over deze trajecten in zorg en vooral over de zorgtrajecten van etnische minderheidsgroeperingen in Nederland. Het is nog niet duidelijk of de zorgtrajecten in de geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg verschillen tussen Nederlandse en niet-Nederlandse kinderen. En, wanneer er etnische verschillen gevonden worden, wat de determinanten en uitkomsten van deze verschillen zijn. Kinderen in groep 2 (5-6 jaar) van het basisonderwijs in de regio Rotterdam-Rijnmond zijn met de Jeugdmonitor door de GGD Rotterdam-Rijnmond gescreend op emotionele- en gedragsproblemen met de “Strengths and Difficulties Questionnaire” (SDQ). De etnische verschillen in zorgtrajecten in de geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg in de 18 maanden die volgen op de screening zijn beschreven voor kinderen met een hoge score op de SDQ (d.w.z. de hoogste 10% SDQ scores). De zorgtrajecten zijn in kaart gebracht aan de hand van (elektronische) kind dossiers- en registers van de GGD Rotterdam-Rijnmond, Bureau Jeugdzorg, het Psychiatrische Casusregister Rijnmond en rapportage door leerkrachten. Tot slot zijn de determinanten van de etnische verschillen in zorgtrajecten onderzocht door vragen over probleemperceptie en behoefte aan professionele hulp aan ouders en leraren in de baseline meting en follow-up meting. Daarnaast zijn semi-gestructureerde kwalitatieve interviews bij een subgroep van ouders gehouden om de rol van verklaringsmodellen, sociale netwerken en de waargenomen communicatie tussen ouders en hulpverleners te onderzoeken. Dit onderzoek is ingebed in een groter onderzoek naar de validatie en evaluatie van de Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) voor 5-6 jarige kinderen (ZonMw, projectnummer 157001017).
Onderzoek heeft aangetoond dat vroege signalering en behandeling van emotionele en gedragsproblemen bij kinderen mogelijk is en waarschijnlijk tot gezondheidswinst kan leiden. De jeugdgezondheidszorg bevindt zich in een ideale positie om dergelijke problemen vroegtijdig te signaleren en verdere behandeling in gang te zetten. Identificatie op zichzelf is echter geen garantie voor een succesvol behandelingstraject. Om het screenen voor emotionele- en gedragsproblemen te rechtvaardigen is inzicht nodig in de zorgtrajecten die volgen op de identificatie van deze problemen. Tot nu toe is nog weinig bekend over deze trajecten in zorg en vooral over de zorgtrajecten van etnische minderheidsgroeperingen in Nederland. Het is nog niet duidelijk of de zorgtrajecten in de geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg verschillen tussen migranten en autochtone kinderen. En, wanneer er etnische verschillen gevonden worden, wat de determinanten en uitkomsten van deze verschillen zijn. Kinderen in groep 2 (5-6 jaar) van het basisonderwijs in de regio Rotterdam-Rijnmond worden met de Jeugdmonitor door de GGD Rotterdam-Rijnmond gescreend op emotionele- en gedragsproblemen met de “Strengths and Difficulties Questionnaire” (SDQ). De etnische verschillen in zorgtrajecten in de geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg in de 18 maanden die volgen op de screening worden beschreven voor kinderen met een hoge score op de SDQ (d.w.z. de hoogste 10% SDQ scores). De zorgtrajecten worden in kaart gebracht aan de hand van (elektronische) kinddossiers- en registers van de GGD Rotterdam-Rijnmond, Bureau Jeugdzorg, het Psychiatrische Casusregister Rijnmond en zelfrapportage door ouders. Tot slot worden de determinanten van de etnische verschillen in zorgtrajecten onderzocht door vragen over probleemperceptie en behoefte aan professionele hulp aan ouders en leraren in de baseline en follow-up meting. Bij de follow-up na 18 maanden worden ook vragen over waargenomen barrières en attitudes tegenover professionele zorg aan de ouders voorgelegd. Daarnaast worden semi-gestructureerde kwalitatieve interviews bij een subgroep van ouders gehouden om de rol van verklaringsmodellen, sociale netwerken en de waargenomen communicatie tussen ouders en hulpverleners te onderzoeken. Deze studie is ingebed in een grotere studie naar de validatie en evaluatie van de Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) voor 5-6 jarige kinderen (ZonMw, projectnummer 157001017).