Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Evaluatie tuchtrecht binnen de context van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg

Derde evaluatie Wet BIG: tuchtrecht
 

In de derde evaluatie van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) – die van 1 oktober 2024 tot 1 oktober 2025 plaatsvond – is de werking van het medisch tuchtrecht onderzocht. Dit gebeurde door onderzoekers van het Amsterdam UMC, de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeksbureau Pro Facto te Groningen. 

Het doel van een tuchtprocedure in de gezondheidszorg is de kwaliteit van de beroepsuitoefening op peil te houden. Dat gebeurt op twee manieren. Aan de ene kant doordat beroepsbeoefenaren leren van tuchtrechtspraak en normen voor medisch handelen er verder door worden ontwikkeld, anderzijds doordat disfunctionerende beroepsbeoefenaren bij duidelijk tekortschieten worden gecorrigeerd via het opleggen van een maatregel. 

In 2019 heeft het medisch tuchtrecht belangrijke wijzigingen ondergaan. Die hadden specifiek tot doel om klachten die niet in het tuchtrecht thuishoren in de richting van een andere (beter passende) klachtprocedure te sturen. Een ander doel van de wetswijziging van 2019 was om de ‘lerende functie’ van het tuchtrecht een extra impuls te geven.

Betere werking van het tuchtrecht?

Uit de evaluatie komt naar voren dat de in 2019 aangepaste regels van het tuchtrecht weliswaar positief zijn ontvangen, maar dat ze niet duidelijk tot een betere werking van het tuchtrecht hebben geleid. Sinds 2019 zijn er weliswaar minder tuchtklachten ingediend, maar de verhouding tussen ‘lichte en ‘zware’ klachten is – ten opzichte van voor 2019 – gelijk gebleven. Ook heeft de wetswijziging volgens velen niet tot resultaat gehad dat thans meer dan voorheen van een tuchtprocedure wordt geleerd, ondanks inspanningen daartoe van de tuchtcolleges en de beroepsorganisaties bij wie ‘leren van tuchtrecht’ nadrukkelijker op de agenda is gekomen.

Ongewenste neveneffecten

Op basis van de onderzoeksbevindingen kan geen duidelijk antwoord worden gegeven op de vraag of de in 2019 ingevoerde wetsaanpassingen ongewenste neveneffecten hebben gehad. Iets wat wel – ook tijdens de uitvoering van het onderzoek – naar voren kwam, is dat tuchtprocedures impact hebben op de zorgverleners die eraan zijn onderworpen. Volgens de reacties uit het veld zouden tuchtprocedures nog te veel een bestraffende uitstraling hebben en mede daardoor te weinig kunnen bijdragen aan het leren van gemaakte fouten. Dit zou risicomijdend of defensief handelen in de hand kunnen werken. Het beeld dat beroepsbeoefenaren en hun organisaties van het tuchtrecht hebben, is inmiddels vaak negatief gekleurd. 

Toekomst van het tuchtrecht: twee scenario’s

De bevindingen van het evaluatieonderzoek roepen de meer principiële vraag op of we met het tuchtrecht in de Wet BIG nog wel op het goede spoor zitten. Het tuchtrecht functioneert sinds inwerkingtreding van de wet niet zonder problemen, en het draagvlak onder beroepsbeoefenaren kalft verder af. De onderzoekers zien twee verschillende scenario’s voor zich. In het eerste scenario wordt voortgegaan op de weg die met de wetswijziging van 2019 is ingeslagen: sturen op de klachtenstroom, snelle afhandeling van lichtere klachten en versterking van met name de lerende functie van het tuchtrecht. 

In het tweede scenario wordt afscheid genomen van de gedachte dat het tuchtrecht een geschikt instrument is om te leren; dat gaat immers doorgaans niet heel goed samen met corrigeren. Het zwaartepunt van leren kan beter elders liggen, bij de zorginstellingen die het laatste decennium hebben toegewerkt naar meer openheid over fouten en incidenten, en zich als lerende zorgorganisaties structureel inzetten voor verbetering van de kwaliteit van hun zorgverlening. 
Het tuchtrecht zou vooral gericht moeten zijn op de corrigerende functie en zich alleen met zwaardere klachten moeten bezighouden.

Aanbevelingen

Het evaluatieonderzoek leidt tot een groot aantal aanbevelingen, waarvan de meeste betrekking hebben op verbetering van de tuchtprocedure, los van het gekozen scenario. Zo wordt bepleit de positie van de IGJ binnen het tuchtrecht te versterken, onder andere door haar de mogelijkheid te geven de tuchtrechter een vraag voor te leggen over de uitleg van de professionele standaard. Voorbeelden van andere aanbevelingen zijn het verhelderen van de taak van de in 2019 nieuw ingestelde tuchtrechtfunctionaris, het schrappen van het door klagers te betalen griffierecht en het vergroten van de diversiteit van de samenstelling van tuchtcolleges en het beperken van het aantal herbenoemingen. 
De onderzoekers doen ook enkele aanbevelingen die met een van beide scenario’s verbonden zijn. In dat verband springt het meest in het oog de aanbeveling in het tweede scenario dat de klachtgronden van het tuchtrecht in de Wet BIG dusdanig worden beperkt dat alleen ernstige klachten bij het tuchtcollege kunnen worden ingediend. 
 

Samenvatting bij aanvang project

Op 1 december 1997 is de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (wet BIG) (volledig) in werking getreden. De Wet BIG is gericht op het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening en het beschermen van de patiënt tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen in de gezondheidszorg.

In deze derde evaluatie ligt de focus op de ontwikkelingen binnen het tuchtrecht, waaronder de tuchtnormen, de toegang tot de tuchtprocedure en de maatregelen. Daarnaast wordt stilgestaan bij de ontwikkelingen in de zorg en de maatschappij sinds de tweede wetsevaluatie (2013) en de effecten van de wetswijzigingen voor het tuchtrecht van 2019. 

Download de evaluatie

Relevante links

Kenmerken