Mobiele menu

Evaluatie van het Medisch Centrum Haaglanden-protocol ter verbetering van de signalering van zorgwekkende gezinssituaties op de SpoedEisende Hulp

Vraagstuk

Medisch Centrum Haaglanden ontwikkelde een protocol om op de spoedeisende hulp (SEH) ouders te herkennen die meer kans lopen hun kinderen te mishandelen. De ouders belanden op de eerste hulp vanwege huiselijk geweld, overmatig middelengebruik of een suïcidepoging. Volgens het protocol meldt de SEH deze kinderen direct en óngezien aan bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Werkt dit om slachtoffers vroegtijdig op te sporen?

Onderzoek

Onderzocht is of het protocol leidt tot meer meldingen van kindermishandeling – en of de meldingen terecht zijn. Ook is nagegaan of het protocol te implementeren valt in andere ziekenhuizen.

Uitkomst

Na invoering van het protocol steeg het aantal aanmeldingen van 1 in 2007 naar 178 in 2011. In 91 procent van de gemelde gevallen bleek sprake van kindermishandeling. Het protocol werkt goed. Kenmerken van ouders blijken een sterke voorspeller te zijn van kindermishandeling. De ‘kindcheck’ is inmiddels bij wet toegevoegd aan de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Dit project heeft een vervolg gekregen in het project 15700095006.

Verslagen


Eindverslag

In Nederland zijn jaarlijks tenminste 119.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling en wordt ongeveer 50.000 keer contact opgenomen met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Dit onderzoek evalueert het Medisch Centrum Haaglanden protocol ‘Melden van kinderen in zorgwekkende opvoedingssituaties’. Volgens dit protocol worden kinderen van patiënten die de Spoedeisende Hulp bezoeken in verband met gevolgen van huiselijk geweld, na een poging tot suïcide en/of na intoxicatie van alcohol of drugs bij het AMK gemeld. Het AMK neemt binnen twaalf werkdagen contact op met het gezin. Het protocol is een uitbreiding van de reguliere werkwijze waarbij de Spoedeisende Hulp kinderen bij het AMK meldt bij vermoeden van kindermishandeling. Het onderzoek heeft als doel meer inzicht te verwerven in de validiteit van het protocol en de implementatie van het protocol te monitoren alvorens wordt overgegaan tot brede implementatie. Resultaten laten zien dat bij de overgrote meerderheid van de gevallen die door het protocol wordt aangewezen ook daadwerkelijk kindermishandeling is vastgesteld. Daarnaast is implementatie in een nieuwe regio succesvol verlopen en zijn de bevorderende en belemmerende factoren bij de implementatie in kaart gebracht.

Kindermishandeling is een ernstig probleem dat moeilijk is om op te sporen. Nieuwe methoden om gevallen van kindermishandeling te identificeren zijn gewenst. Kinderen worden regelmatig geidentificeerd als slachtoffer van kindermishandeling op de afdeling spoedeisende hulp. Een nieuw beleid om kindermishandeling te identificeren werd ontwikkeld in 2007 in Den Haag. Dit Haaglanden-protocol betreft een nieuwe aanpak met als doel om de ouders te identificeren die een hoog risico hebben op mishandeling van hun kinderen. Deze ouders worden getraceerd onder de volwassen patiënten van de spoedeisende hulp. Dit protocol werd ontwikkeld in samenwerking met het AMK. Op basis van dit protocol wordt aan patiënten gevraagd of zij kinderen hebben, als ze de spoedeisende hulp bezoeken voor een van de volgende drie redenen: 1) Middelenmisbruik 2) poging tot zelfmoord; 3) huiselijk geweld.
Als deze patiënten aangeven aan dat ze de verantwoordelijkheid voor de verzorging van kinderen hebben, zal er een AMK-melding worden gedaan.
Het doel van het huidige onderzoek is om de effecten van het Haaglanden-protocol te evalueren. Onderzocht zal worden tot hoeveel nieuwe vastgestelde gevallen van kindermishandeling het protocol leidt; onderzocht zal worden welke gevallen door het protocol worden gemist; tenslotte zal de invoering en implementatie van het protocol in verschillende regio's in Nederland worden geevalueerd.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
157004010
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2011
2013
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. H.M. Diderich
Verantwoordelijke organisatie:
Haaglanden Medisch Centrum