Mobiele menu

Evidence-based richtlijn voor de multidisciplinaire begeleiding bij borstvoeding (de sectie Sociale en Psychosociale Kindergeneeskunde van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde NVK).

Projectomschrijving

Borstvoeding heeft belangrijke gezondheidsvoordelen voor moeder en kind. Veel verschillende zorgaanbieders begeleiden en ondersteunen dit. Het starten met borstvoeding is bij geboorte in het ziekenhuis, omringd door meerdere zorgaanbieders, minder succesvol dan bij geboorte thuis. Iets meer dan de helft van de moeders had liever langer zelf willen voeden; tweederde van hen is hier teleurgesteld over. 

Doel

Een multidisciplinaire richtlijn borstvoeding stemt voorlichting en advisering op elkaar af en maakt de zorgketen meer sluitend. Een richtlijn draagt bovendien bij aan het evidence-based handelen van alle betrokken beroepsgroepen. In Nederland worden jaarlijks meer dan 100 zuigelingen die borstvoeding krijgen opgenomen met dehydratie. Een uniform preventieprogramma en behandelprotocol bij (dreigende) dehydratie is daarom onderdeel van de richtlijn.

Werkwijze

Tijdens het project ontwikkelt een multidisciplinaire werkgroep, samen met TNO-deskundigen, de eerste versie van een conceptrichtlijntekst. Dit is de eerste multidisciplinaire richtlijn waaraan álle beroepsgroepen in de zorgketen bijdragen.

Producten

Titel: Prevalence and pattern of alcohol consumption during pregnancy in the Netherlands
Auteur: Caren I. Lanting, Paula van Dommelen, Karin M. van der Pal-de Bruin, Jack Bennebroek Gravenhorst and Jacobus P. van Wouwe

Verslagen


Eindverslag

Borstvoeding heeft belangrijke gezondheidsvoordelen voor moeder en kind; het stimuleren van borstvoeding maakt al enige jaren onderdeel uit van het voedingsbeleid van de overheid. Veel verschillende zorgaanbieders zijn betrokken bij begeleiding en ondersteuning bij borstvoeding. Partners in de borstvoedingketen blijken echter van elkaar vaak niet te weten wat zij doen, hoe en wanneer. Deze situatie leidt tot verschillen in succespercentages en belevingen van moeders. Het succes van het starten met borstvoeding bij geboorte in ziekenhuizen, omringd door meerdere zorgaanbieders, is lager dan bij geboorte thuis. En iets meer dan de helft van de moeders had liever langer zelf willen voeden; tweederde van hen voelt zich hierover teleurgesteld. De doelstelling van het project is tweeledig. Het eerste doel is het ontwikkelen van een multidisciplinaire, evidence-based conceptrichtlijn borstvoeding. Naar aanleiding van de resultaten van systematisch literatuuronderzoek werden door deskundigen vanuit diverse disciplines conceptrichtlijnteksten geschreven. Deze conceptrichtlijnteksten vormen samen de definitieve conceptrichtlijn. De conceptrichtlijn ‘Voorkomen en oplossen van problemen bij borstvoeding’ bestaat uit een achtergrondboek, een samenvatting en advies- en verwijsschema. Het tweede doel is een proef met verbreding van het richtlijnontwikkeltraject. De belangrijkste innovatie is de samenwerking door 16 verschillende kennisinstituten, beroeps- en vrijwilligersorganisaties in het richtlijnontwikkeltraject. Elk van de betrokken instituten en organisaties heeft actief meegewerkt aan het ontwikkelen van de conceptrichtlijn. Dit is de eerste richtlijn waarbij een dergelijke brede samenwerking werd gerealiseerd.
Borstvoeding heeft belangrijke gezondheidsvoordelen voor moeder en kind; het stimuleren van borstvoeding maakt al enige jaren onderdeel uit van het voedingsbeleid van de overheid. Veel verschillende zorgaanbieders zijn betrokken bij begeleiding en ondersteuning bij borstvoeding. Partners in de borstvoedingketen blijken echter van elkaar vaak niet te weten wat zij doen, hoe en wanneer. Deze situatie leidt tot verschillen in succespercentages en belevingen van moeders. Het succes van het starten met borstvoeding bij geboorte in ziekenhuizen, omringd door meerdere zorgaanbieders, is lager dan bij geboorte thuis. En iets meer dan de helft van de moeders had liever langer zelf willen voeden; tweederde van hen voelt zich hierover teleurgesteld. Een multidisciplinaire richtlijn borstvoeding brengt voorlichting en advisering op één lijn en maakt de zorgketen sluitender. Een richtlijn draagt bovendien bij aan het evidence-based handelen van alle betrokken beroepsgroepen. Omdat in Nederland jaarlijks >100 zuigelingen worden opgenomen met dehydratie tijdens het geven van borstvoeding is een uniform preventieprogramma en behandelprotocol bij (dreigende) dehydratie onderdeel. Relevantie Adequate advisering en begeleiding zal moeders helpen om vaker te starten met borstvoeding en langer door te geven. Daarnaast zullen minder zuigelingen en hun moeders opgenomen hoeven te worden in het ziekenhuis, en zullen minder moeders verzuimen van hun werk vanwege een ziek kind thuis. De te behalen winst bestaat dus uit de uitgespaarde kosten van ziekenhuisopname en arbeidsverzuim en de behaalde gezondheidsvoordelen van borstvoeding. Doelstelling De doelstelling van het project is het ontwikkelen van een multidisciplinaire, evidence-based conceptrichtlijn borstvoeding. Hiervoor ontwikkelt een multidisciplinaire werkgroep, samen met TNO-deskundigen, een conceptrichtlijn, die vervolgens door het Platform Borstvoeding en (een selectie van) kinderartsen en de JGZ (artsen en verpleegkundigen) wordt beoordeeld, en aan de hand van commentaarrondes en een proefimplementatie wordt bijgesteld. De belangrijkste innovatie hierbij is dat dit de eerste multidisciplinaire richtlijn zal zijn waaraan alle beroepsgroepen in de zorgketen bijdragen. In het richtlijnontwikkeltraject werken de kennisinstituten TNO, NVK, NHG en KNOV samen. Plan van aanpak Het project bestaat uit drie fasen (A-C). Fase A: Voorbereiden en inventariseren: 1.Samenstellen kerngroep en werkgroep. 2.Diepte-interviews met moeders over de geleverde zorg. 3.Knelpuntanalyse o.a. van overdrachtsmomenten. 4.Parallel aan deze drie activiteiten stellen we de uitkomstindicator vast door een peiling uit te voeren die als nulmeting zal dienen. Via de uitkomsten van deze peiling, kunnen we ook meer de publieke aandacht richten op de voordelen van het geven van borstvoeding (primaire preventie). Fase B: Literatuuronderzoek en beschrijving van de optimale begeleiding en ondersteuning Fase C: Commentaarrondes en proefimplementatie. Eindproduct Eerste versie van een conceptrichtlijn Melkvoeding van Zuigelingen. Tijdpad Totale looptijd: 18 maanden. • Fase A. 30 september 2008- 31 maart 2009, 6 maanden • Fase B. 31 maart 2009- 31 oktober 2009, 7 maanden • Fase C. 31 oktober 2009-31 maart 2010, 5 maanden

Samenvatting van de aanvraag

Borstvoeding heeft belangrijke gezondheidsvoordelen voor moeder en kind; het stimuleren van borstvoeding maakt al enige jaren onderdeel uit van het voedingsbeleid van de overheid. Veel verschillende zorgaanbieders zijn betrokken bij begeleiding en ondersteuning bij borstvoeding. Partners in de borstvoedingketen blijken echter van elkaar vaak niet te weten wat zij doen, hoe en wanneer. Deze situatie leidt tot verschillen in succespercentages en belevingen van moeders. Het succes van het starten met borstvoeding bij geboorte in ziekenhuizen, omringd door meerdere zorgaanbieders, is lager dan bij geboorte thuis. En iets meer dan de helft van de moeders had liever langer zelf willen voeden; tweederde van hen voelt zich hierover teleurgesteld. Een multidisciplinaire richtlijn borstvoeding brengt voorlichting en advisering op één lijn en maakt de zorgketen sluitender. Een richtlijn draagt bovendien bij aan het evidence-based handelen van alle betrokken beroepsgroepen. Omdat in Nederland jaarlijks >100 zuigelingen worden opgenomen met dehydratie tijdens het geven van borstvoeding is een uniform preventieprogramma en behandelprotocol bij (dreigende) dehydratie onderdeel. De doelstelling van het onderhavige project is het ontwikkelen van een multidisciplinaire, evidence-based conceptrichtlijn borstvoeding. Hiervoor ontwikkelt een multidisciplinaire werkgroep, samen met TNO-deskundigen, een conceptrichtlijn, die vervolgens door het Platform Borstvoeding en (een selectie van) kinderartsen en de JGZ (artsen en verpleegkundigen) wordt beoordeeld, en aan de hand van commentaarrondes en een proefimplementatie wordt bijgesteld. De belangrijkste innovaties hierbij zijn dat dit de eerste multidisciplinaire richtlijn zal zijn waaraan alle beroepsgroepen in de zorgketen (van 0e tot en met 3e lijn) bijdragen. Ten tweede wordt een proef met verdieping van de uitwerking van het patiëntenperspectief (hier: perspectief van vrouwen die borstvoeding geven) uitgevoerd ter ondersteuning van het proces van richtlijnontwikkeling. In de derde plaats is parallel aan het ontwikkeltraject van de richtlijn, de uitkomstindicator vastgesteld, en zal als nulmeting kunnen dienen voor een effectmeting. In de vierde plaats focussen we op knelpunten bij de schakelmomenten (overdrachten) ter versoepeling van het ontwikkelingsproject. Tenslotte werken de kennisinstituten TNO, NVK, NHG en KNOV samen bij de ontwikkeling van deze richtlijn. Adequate advisering en begeleiding zal moeders helpen om vaker te starten met borstvoeding. Als uitkomstindicator van de richtlijn wordt daarom de verandering in het startpercentage na poliklinische ziekenhuisbevalling genomen. Ook is een doelstelling dat door de adviezen en begeleiding volgens de richtlijn minder zuigelingen en hun moeders opgenomen hoeven te worden in het ziekenhuis, en minder moeders zullen verzuimen van hun werk vanwege een ziek kind thuis. De te behalen winst door de te ontwikkelen richtlijn bestaat dus uit de uitgespaarde kosten van ziekenhuisopname en arbeidsverzuim en de behaalde gezondheidsvoordelen van borstvoeding.

Kenmerken

Projectnummer:
150020033
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2008
2011
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. C.I. Lanting
Verantwoordelijke organisatie:
TNO
Afbeelding

Kwaliteitsinstrumenten en kwaliteitsbeleid

Kwaliteitsinstrumenten ondersteunen zorgprofessionals, de patiënt en diens naasten om de juiste zorgoptie te kiezen. Daarom stimuleren we de ontwikkeling, implementatie, evaluatie en herziening hiervan. Zoals keuzehulpen, richtlijnen, standaarden, patiënteninformatie en meetinstrumenten.