Mobiele menu

Frequency of psychotherapy sessions for depression: a multicenter randomized trial

Projectomschrijving

Een recente meta-analyse heeft een sterk verband gevonden tussen de frequentie van therapiesessies voor depressie en behandeluitkomst. Echter, het is onduidelijk of de frequentie van sessies ook echt verantwoordelijk is voor het psychotherapie-effect, en welke onderliggende werkingsmechanismen in dat geval een rol spelen. In deze studie werden patiënten in de leeftijd van 18-65 met een depressieve stoornis geworven bij verschillende Nederlandse tweedelijns GGZ- instellingen. Patiënten kregen cognitieve therapie (CGT) of interpersoonlijke therapie (IPT) in een frequentie van 1 of 2 sessies per week, met een maximum van 20 sessies voor alle groepen. Er is onderzocht of een hogere sessiefrequentie tot een beter behandelresultaat leidt.

Het verhogen van de sessiefrequentie van één sessie naar twee sessies per week (met een gelijk aantal sessies in totaal) van de twee meest toegepaste psychotherapieën voor depressie (CGT en IPT) leidde tot een grotere afname van depressieve klachten, minder drop-out en een kortere tijd tot herstel na behandeling. Op de langere termijn leidt de tweewekelijkse sessiefrequentie tot meer afname van depressieve klachten maar ook tot hogere maatschappelijke kosten in vergelijking tot de groep die wekelijkse sessies ontving, maar deze verschillen zijn niet significant. We concluderen dat een hogere sessiefrequentie tot een beter behandelresultaat leidt, in ieder geval direct na de behandeling, en dat tweewekelijkse sessies op grotere schaal zouden kunnen worden aangeboden in de geestelijke gezondheidszorg.

Richtlijn

Bekijk de bijbehorende richtlijn in de FMS Richtlijnendatabase

Producten

Titel: The effects of once- versus twice-weekly sessions on psychotherapy outcomes in depressed patients
Auteur: Sanne J E Bruijniks 1, Lotte H J M Lemmens 2, Steven D Hollon 3, Frenk P M L Peeters 4, Pim Cuijpers 5, Arnoud Arntz 6, Pieter Dingemanse 7, Linda Willems 8, Patricia van Oppen 9, Jos W R Twisk 10, Michael van den Boogaard 11, Jan Spijker 12, Judith Bosmans 13, Marcus J H Huibers 14
Magazine: Br J Psychiatry. 2020 Apr;216(4)
Link: https://doi.org/10.1192/bjp.2019.265
Titel: Frequency and change mechanisms of psychotherapy among depressed patients: study protocol for a multicenter randomized trial comparing twice-weekly versus once-weekly sessions of CBT and IPT
Auteur: Sanne J. E. Bruijniks, Judith Bosmans, Frenk P. M. L. Peeters, Steven D. Hollon, Patricia van Oppen, Michael van den Boogaard, Pieter Dingemanse, Pim Cuijpers, Arnoud Arntz, Gerdien Franx and Marcus J. H. Huibers
Magazine: BMC Psychiatry. 2015 Jun 30:15
Link: https://doi.org/10.1186/s12888-015-0532-8

Verslagen


Eindverslag

Hoewel psychotherapie een effectieve manier is om depressie te behandelen, is er ruimte voor verbetering. In deze studie is onderzocht of een hogere sessiefrequentie tot een beter behandelresultaat leidt. Het verhogen van de sessiefrequentie van één sessie naar twee sessies per week (met een gelijk aantal sessies in totaal) van de twee meest toegepaste psychotherapieën voor depressie (CGT en IPT) leidt tot een grotere afname van depressieve klachten, minder drop-out en een kortere tijd tot herstel na behandeling. Op de langere termijn leidt de tweewekelijkse sessiefrequentie tot meer afname van depressieve klachten maar ook tot hogere maatschappelijke kosten in vergelijking tot de groep die wekelijkse sessies ontving, maar deze verschillen zijn niet significant. We concluderen dat een hogere sessiefrequentie tot een beter behandelresultaat leidt, in ieder geval direct na de behandeling, en dat tweewekelijkse sessies op grotere schaal zouden kunnen worden aangeboden in de geestelijke gezondheidszorg.
Doel: De effectiviteit van psychotherapie kan verbeterd worden door de frequentie van sessies aan het begin van de therapie te verhogen. Hypothese: Twee sessies per week zijn kosteneffectiever dan een wekelijkse sessie bij de start van psychotherapie. Studie opzet: Economische evaluatie naast een multicenter gerandomiseerde behandelstudie. Studiepopulatie: 200 depressieve patiënten die hulp zoeken bij een ggz-instelling. Interventie: Twee sessies cognitieve therapie of interpersoonlijke therapie per week bij de start van psychotherapie, tot 20 sessies in totaal. Standaard waarmee de interventie wordt vergeleken: Een wekelijkse sessie cognitieve therapie of interpersoonlijke therapie bij de start van psychotherapie, tot 20 sessies in totaal. Uitkomstmaten: Depressie (BDI) en kwaliteit van leven (EQ5D) gedurende 52 weken. Sample size berekening/data-analyse: 100 patiënten in iedere groep, gebaseerd op een effect size van het verschil van 0.45. De effectiviteit wordt geanalyseerd met mixed lineair regression modeling. Kosteneffectiviteitanalyse/budget impact analyse: De economische evaluatie wordt gedaan vanuit een maatschappelijk perspectief. In de budget impact analyse zullen de financiële consequenties van het invoeren van twee sessies per week worden doorgerekend over een periode van 5 jaar. Tijdpad: 0-6 maanden: voorbereiding; 6-30 maanden: rekrutering; 6-42 maanden: behandeling en (na-)meting; 36-46 maanden: rapportage.

Samenvatting van de aanvraag

Doel: De effectiviteit van psychotherapie kan verbeterd worden door de frequentie van sessies aan het begin van de therapie te verhogen. Hypothese: Twee sessies per week zijn kosteneffectiever dan een wekelijkse sessie bij de start van psychotherapie. Studie opzet: Economische evaluatie naast een multicenter gerandomiseerde behandelstudie. Studiepopulatie: 200 depressieve patiënten die hulp zoeken bij een ggz-instelling. Interventie: Twee sessies cognitieve therapie of interpersoonlijke therapie per week bij de start van psychotherapie, tot 20 sessies in totaal. Standaard waarmee de interventie wordt vergeleken: Een wekelijkse sessie cognitieve therapie of interpersoonlijke therapie bij de start van psychotherapie, tot 20 sessies in totaal. Uitkomstmaten: Depressie (BDI) en kwaliteit van leven (EQ5D) gedurende 52 weken. Sample size berekening/data-analyse: 100 patiënten in iedere groep, gebaseerd op een effect size van het verschil van 0.45. De effectiviteit wordt geanalyseerd met mixed lineair regression modeling. Kosteneffectiviteitanalyse/budget impact analyse: De economische evaluatie wordt gedaan vanuit een maatschappelijk perspectief. In de budget impact analyse zullen de financiële consequenties van het invoeren van twee sessies per week worden doorgerekend over een periode van 5 jaar. Tijdpad: 0-6 maanden: voorbereiding; 6-30 maanden: rekrutering; 6-42 maanden: behandeling en (na-)meting; 36-46 maanden: rapportage. Objective: The effectiveness of psychotherapy can be improved by increasing the frequency of sessions at the beginning of therapy. Hypothesis: Twice-weekly sessions are more cost-effective than once-weekly sessions at the start of psychotherapy. Study design: Economic evaluation alongside a multicenter randomized trial. Study population: 200 depressed patients seeking help in a mental health center. Intervention: Twice-weekly sessions of cognitive therapy or interpersonal therapy at the start of therapy, up to 20 sessions in total. Standard intervention to be compared to: Once-weekly sessions of cognitive therapy or interpersonal therapy at the start of therapy, up to 20 sessions in total. Outcome measures: Depression (BDI) and quality of life (EQ5D) over the course of 52 weeks. Sample size/data analysis: 100 patients in each group, based on an effect size for the difference of 0.45. Effectiveness will be analyzed using mixed linear regression modeling. Cost-effectiveness analysis/budget impact analysis: The economic evaluation will be conducted from a societal perspective. In the budget impact analysis, the financial consequences of wide spread implementation of twice-weekly sessions will be evaluated over a period of 5 years. Time schedule: 0-6 months: preparation; 6-30 months: recruitment; 6-42 months: treatment and follow-up; 36-46 months: reporting.

Kenmerken

Projectnummer:
837002401
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2014
2019
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. M.J.H. Huibers
Verantwoordelijke organisatie:
Vrije Universiteit Amsterdam