Gen expressieprofielen bij patiënten met borstkanker en indicatie voor chemo.
Aanleiding / achtergrond
Genexpressieprofielen (GEP's) bieden een evidence-based methode om overbehandeling met chemotherapie te voorkomen bij een selecte groep patiënten (vrouwen >50 jaar, met hormoongevoelige, HER2-negatieve borstkanker) waarbij op basis van klinische risico-inschatting een indicatie voor chemotherapie bestaat. Deze testen voorspellen een hoog of laag risico op uitzaaiingen bij vrouwen met vroeg stadium borstkanker. Bij een laag risico is (neo-)adjuvante chemotherapie niet noodzakelijk, wat resulteert in minder bijwerkingen, een hogere kwaliteit van leven en minder zorg en zorgkosten. In Nederland worden 2 GEP's vergoed: MammaPrint en Oncotype DX. Op basis van de testuitslag kunnen patiënten samen met hun arts een betere afweging maken over wel of geen chemotherapie. De inzet van GEP’s lijkt met 26% achtergebleven en laat veel variatie zien tussen regio's. Mogelijke verklaringen kunnen zijn: afweging van grote (late) gevolgen van chemotherapie ten opzichte van de medische meerwaarde voor de patiënt, sociaal-economische positie van de patiënt en vergoeding door de zorgverzekeraar.
Doel
Het doel van de aanvraag is om door middel van een implementatieplan en een pilot te komen tot een plan van aanpak voor een landelijk traject voor de juiste en passende inzet van genexpressieprofielen (MammaPrint/Oncotype DX) binnen alle regionale oncologienetwerken voor borstkankerpatiënten die in aanmerking komen voor (neo-) adjuvante chemotherapie. Hiervoor zullen in het implementatieplan (eindproduct) de geleerde lessen van het huidige project (namelijk een contextanalyse over de bevorderende en belemmerende factoren inclusief een pilot) worden verwerkt. Concrete tools worden voorbereid: een multidisciplinaire leidraad, beslisondersteuning voor multidisciplinaire overleggen (MDO's), een kwaliteitsindicator rondom GEP-gebruik en uitbreiding van informatie voor patiënten.
Aanpak / werkwijze
De onderzoekers creëren draagvlak door alle stakeholders te betrekken, onder andere patiënten (Borstkankervereniging Nederland) en zorgverleners (NABON, NVMO, NVCO, NBCA), ZINL (stap1). Een contextanalyse aan de hand van het Consolidated Framework for Implementation Research middels interviews en focusgroepen bij patiënten en zorgverleners brengt eventuele belemmeringen en succesfactoren in kaart (stap 2). Ze bepalen of ‘het percentage patiënten waar een GEP voor is verricht’ een geschikte kwaliteitsindicator is. De implementatiestrategie wordt beschreven. In stap 3 voeren ze de pilot uit binnen 2 regionale borstkankernetwerken. De huidige variatie wordt gepresenteerd (op basis van de Nederlandse kankerregistratie) en resultaten en best practices besproken. Een landelijke implementatiestrategie wordt bepaald (stap 4), waarin patiënten geïnformeerd worden over de meerwaarde van GEP's.
Samenwerkingspartners
In dit project werken onderzoekers (Universiteit Twente, Integraal Kankercentrum Nederland, Radboud universiteit, Erasmus MC), zorgverleners (onder andere Erasmus MC, ZGT, NKI, MUMC+), BVN, NABON (verbinding van tumortypenetwerken borstkanker) en NBCA nauw samen. De betrokken zorgverleners zitten in belangrijke landelijke en regionale werkgroepen, waardoor ze niet alleen vanuit hun eigen ziekenhuis ervaringen meenemen, maar ook een landelijk overzicht hebben. De inbreng van patiënten(vertegenwoordiging) is van groot belang. Immers, de wens van de patiënt om geen chemotherapie te willen/kunnen ontvangen beïnvloedt de inzet van GEP’s.
Verwachte resultaten
- Een landelijk implementatieplan voor de juiste en passende inzet van GEP’s (MammaPrint en Oncotype DX) binnen alle regionale oncologienetwerken voor borstkankerpatiënten die in aanmerking komen voor (neo-)adjuvante chemotherapie in Nederland.
- Het ontwikkelen van een kwaliteitsindicator rondom GEP-gebruik die wordt opgenomen in de landelijke NBCA indicatoren set en in (jaarlijkse) regiorapportages wordt gepresenteerd.
- Wetenschappelijke peer reviewed publicaties met impact voor kwaliteit van (passende) zorg.