Halt en JIM; een kansrijke toekomst voor jongeren door het versterken van relaties
Halt-jongeren beter ondersteunen met JIM
Hoe kunnen we Halt-jongeren beter ondersteunen zodat problemen niet verergeren? Dit onderzoek bekeek of de JIM-aanpak (Jouw Ingebrachte Mentor), waarbij jongeren zelf een volwassene uit hun omgeving kiezen als mentor, extra steun biedt naast de Halt-interventie.
We vonden geen effect van de JIM-aanpak op de veerkracht, steunbehoefte en delinquentie van Halt-jongeren. De toepassing van JIM in de praktijk werd belemmerd door beperkte tijd bij professionals en geringe behoefte aan aanvullende ondersteuning via JIM binnen deze laagrisicogroep.
Wel zagen we dat jongeren met een mentor in hun omgeving meer sociale steun voelden en zochten en zich competenter voelden dan jongeren zonder een mentor. De bevindingen tonen dat het betrekken van mentoren mogelijk versterkend kan zijn, maar dat de JIM-aanpak in justitiële interventies om doorontwikkeling en zorgvuldige inbedding vraagt. Deze studie biedt concrete aanknopingspunten voor organisaties die met JIM willen werken.
Verslagen
Eindverslag
Het project onderzocht of de JIM-aanpak, waarbij jongeren zelf een natuurlijke mentor uit hun netwerk kiezen, een waardevolle aanvulling vormt op de Halt-interventie. Onderzocht werd of;
- JIM bijdraagt aan beschermende factoren en toekomstontwikkeling van Halt-jongeren
- of JIM zorg en strafescalatie helpt voorkomen.
Onderzoeksopzet
Het onderzoek gebruikte een quasi-experimenteel design met voor-, na- en follow-upmeting. Van de 263 jongeren die instroomden voldeden 119 jongeren aan de inclusiecriteria (≥3 Halt-gesprekken en voormeting vóór start). Dit aantal was voldoende voor hoofdeffectanalyses, maar niet voor mediatie- en moderatieonderzoek. Door gebruik van FIML konden de hoofdeffecten wel worden geschat op alle meetmomenten.
Conclusies
- Er is geen bewijs gevonden voor effectiviteit van JIM op veerkracht of delinquentie in deze laagrisicogroep; voorzichtigheid is nodig bij interpretatie vanwege de lage implementatie.
- De hoge aanwezigheid van natuurlijke mentoren en hun relatie met veerkrachtfactoren suggereert dat informele steun waardevol kan zijn binnen justitiële contexten.
- JIM lijkt vooral passend voor geselecteerde Halt-zaken waarbij sprake is van zorgsignalen of beperkte netwerksteun.
- Structurele toepassing vraagt om beleidsmatige verankering, selectiecriteria, regelmatige supervisie, regionale JIM-ambassadeurs en aandacht voor haalbaarheid binnen de korte Halt-interventie.
Resultaten
- 2/3e van de Halt-jongeren rapporteerde een natuurlijke mentor. Jongeren met zo’n mentor voelden zich gesteund, zochten meer steun en rapporteerden hogere competentie. Deze factoren samen hingen samen met minder delinquentierisico.
- De JIM-aanpak liet geen effect zien op veerkrachtfactoren, steunbehoefte of delinquentie in vergelijking met jongeren zonder JIM.
- De implementatie van JIM was laag: slechts 8 van de 64 JIM-zaken resulteerden in een daadwerkelijk gepositioneerde mentor. Oorzaken waren o.a. (1) lage problematiek, waardoor professionals geen aanleiding zagen voor JIM; (2) jongeren en/of ouders zagen vaak geen behoefte aan extra steun; (3) praktische bezwaren (bijv. onenigheid over mentorkeuze).
- Professionals zien wél de meerwaarde van JIM voor jongeren met matig risico of specifieke risicofactoren (bijv. schoolverzuim, spanningen thuis, eenoudergezinnen). Voor deze groep lijkt JIM kansrijker en beter implementeerbaar.
- Kwalitatieve analyses laten zien dat JIM past bij de pedagogische missie van Halt, maar langere interventieduur, meer tijd voor relatieopbouw en structurele begeleiding zijn nodig om de aanpak daadwerkelijk van de grond te krijgen.
Het project heeft geleid tot opname van de JIM-aanpak in het beleid en scholingsaanbod van Halt, en tot praktische tools zoals werkprocessen, supervisiemodules en een netwerk van JIM-ambassadeurs. Daarnaast is het eerste wetenschappelijke onderzoek naar Youth-Initiated Mentoring binnen de Nederlandse justitiële context gerealiseerd, met meerdere publicaties en vervolgonderzoek in voorbereiding.
Aanbevelingen
- Zet JIM selectief in (niet standaard bij alle Halt-zaken).
- Leg werkproces en criteria vast in beleid.
- Bied structurele begeleiding en coaching voor professionals.
- Versterk samenwerking via co-creatie en korte communicatielijnen.
- Breid toepassing uit naar school- en wijkgericht werk, waar preventie centraal staat.
- Stimuleer vervolgonderzoek naar kernelementen, werkzame mechanismen en individuele effecten (bijv. via mSCED-designs).
- Zorg voor toegankelijke disseminatie, zoals animaties, podcasts en trainingen.
Tips voor collega onderzoekers
- Investeer vanaf de start in co-creatie. Betrek uitvoerders, jongeren en ouders actief bij ontwerp en uitvoering. Dit vergroot zowel de relevantie als het draagvlak van het onderzoek.
- Zorg voor een sterk intern netwerk van ambassadeurs. Enthousiaste professionals zijn cruciaal om collega’s te motiveren, zeker in langdurige projecten.
- Communiceer kort, concreet en herhaaldelijk. Herhaling is essentieel om het onderzoek levend te houden in een drukke uitvoeringspraktijk.
- Plan tijdig voor veranderende context. Grote organisaties zoals Halt zijn in ontwikkeling; houd rekening met beleidswijzigingen, nieuwe tools of parallelle onderzoeken.
- Combineer kwantitatieve en kwalitatieve methoden. De combinatie biedt inzicht in zowel wat werkt als waarom iets werkt.
- Focus in innovatieonderzoek op designs voor kleine steekproeven. Bijvoorbeeld multiple single-case experimental designs. Dit geeft de mogelijkheid om individuele causale effecten over tijd analyseren in plaats van groepseffecten.
- Zorg voor flexibiliteit in tijd en formatie. Onvoorziene omstandigheden zoals ziekte, zwangerschap of personeelsverloop zijn onvermijdelijk. Plan ruimte in om continuïteit te waarborgen.