Mobiele menu

Het Rijnboogproject Arnhem. De handen inéén en tweede lijn

Projectomschrijving

Zorgstandaard impuls voor samenwerking eerste en tweede lijn

Sinds 2001 kent het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem een multidisciplinaire vasculaire polikliniek. Aanleiding voor de oprichting was het ontbreken van een vaste behandelstructuur voor patiënten met slagaderverkalking. Patiënten kregen te maken met vele specialisten. De polikliniek staat aan de basis van een reeks van verbeteringen in de zorg voor patiënten met (een hoog risico op) hart- en vaatziekten. In 2007 zocht de polikliniek samenwerking met de eerste lijn in het Rijnboogproject. De in 2008 verschenen zorgstandaard Vasculair risicomanagement moet de samenwerking een nieuwe impuls geven. Doelgroep van het Rijnboogproject zijn patiënten met (een hoog risico op) hart- en vaatziekten.

Doelstelling
Het Rijnboogproject leidt zowel medisch als verpleegkundig tot samenwerking tussen de eerste en tweede lijn. De zorgstandaard Vasculair Risicomanagement, die gebruik maakt van het Chronic Care Model, wordt stapsgewijs geïmplementeerd en geëvalueerd om de vasculaire zorg te verbeteren.

Verslagen


Eindverslag

Het Rijnboogproject in Arnhem behelst een samenwerking tussen de vasculaire polikliniek van het Rijnstate ziekenhuis en een 9-tal huisartspraktijken (met 17 deelnemende huisartsen en 18 praktijkondersteuners). De doelstelling van het project is de verbetering van de samenwerking tussen 1ste en 2de lijn en daarmee verbetering van de kwaliteit van zorg op basis van de Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement.

Door het leveren en samenwerken middels ketenzorg is de cardiovasculaire zorg verbeterd. Dit is gerealiseerd door:
- het geven van gezamenlijke scholingen ten behoeve van de inhoud van de cardiovasculaire zorg
- verwijs- en terugverwijscriteria
- duidelijke positionering van de centrale zorgverlener
- opzetten van een laagdrempelig contact middels consultatie e mail voor de POH en in een later stadium de toepassing van de keten informatie systemen (KIS).

Het Rijnboogproject in Arnhem is gestart op 1 april 2009 en behelst een samenwerking tussen de vasculaire polikliniek van Alysis Zorggroep (Ziekenhuis Rijnstate) en een 9-tal huisartspraktijken (met 17 deelnemende huisartsen en 13 praktijkondersteuners) in de regio. De doelstelling van het project is de verbetering van de samenwerking tussen 1ste en 2de lijn en daarmee de verbetering van de kwaliteit van zorg op basis van de Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement.

Het jaar 2009 stond in het teken van het 'startklaar maken' van de praktijken: werven, bezoeken, intentieverklaringen doen tekenen, informatieavonden en scholing voor huisartsen en POH'ers. In 2010 werken de praktijken allemaal met een verbeterde selectie van hoogrisico patiënten en er vindt een nulmeting plaats t.b.v. het evaluatieonderzoek. De e-mail consultatie tussen praktijken en vasculaire poli loopt en er wordt overlegd met de zorgverzekeraar over functionele bekostiging (zie verder bij resultaten).

Samenvatting van de aanvraag

Titel: Rijnboogproject Arnhem Probleemstelling en relevantie Het Rijnboogproject is ontwikkeld op basis van de multidisciplinaire vasculaire polikliniek Rijnstate Ziekenhuis te Arnhem die in 2001 is opgericht. Deze polikliniek is destijds opgericht om patiënten met (hoog risico op) hart- en vaatziekten een beter vasculair risicomanagement te bieden en zo de kans op (nieuwe) cardiovasculaire gebeurtenissen te voorkomen. Aanleiding voor oprichting van de multidisciplinaire polikliniek was het ontbreken van een vaste structuur voor deze categorie patiënten, die immers destijds door vele verschillende specialisten werden behandeld voor één en dezelfde ziekte: slagaderverkalking. Tevens was er geen oog voor de chronische zorg bij deze steeds groter wordende groep. Immers, hart- en vaatziekten behoren tot de chronische ziekten. De behandeling van chronische zieken richt zich meer en meer op het beheersen van de gevolgen van de aandoening. De chronische zorg vergt aandacht voor preventie en samenwerking tussen hulpverleners vooral ook tussen de tweede én de eerste lijn. Doelstelling: Doel van het Rijnboogproject is de totale vasculaire zorg te verbeteren door een betere samenwerking tussen de eerste en tweede lijn en betere implementatie van de bestaande richtlijnen. In de visie van Rijnstate is goed vasculair risicomanagement het bieden van totale vasculaire zorg, de patiënt centraal stellen en zorgen dat er één aanspreekpunt is. De vasculaire polikliniek werkt conform de multidisciplinaire CBO-richtlijn/NHG-Standaard cardiovasculair risicomanagement (CVRM oktober 2006)en richt zich op identificatie, diagnostiek, behandeling - inclusief leefstijladviezen en begeleiding, en follow-up. De recent ontwikkelde Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement (juli 2008) zal dienen om de implementatie van deze richtlijn te verbeteren. De Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement maakt gebruik van het Chronic Care Model. Hierbij zijn vier kernelementen vereist voor een goede organisatie van de zorg: ondersteuning van zelfmanagement, ontwerp van het zorgproces, middelen om besluitvorming te ondersteunen en gebruik van klinische informatiesystemenen. Deze vier onderdelen maken deel uit van de vasculaire zorg in het Rijnstate. Belangrijk doel is om deze zorg te verfijnen en richting eerste lijn te extrapoleren. Doelgroep voor het Rijnboogproject zijn patiënten met(een hoog risico op) hart - en vaatziekten. Naast de klassieke risicofactoren zoals hoge bloeddruk, diabetes mellitus of een te hoog cholesterol, spelen ook factoren zoals nierschade, slaap-apnoe syndroom en reuma een rol. Organisatie van de huidige vasculaire zorg in Rijnstate: Patiënten met een hoog risico op hart- en vaatziekten of patiënten met al daadwerkelijk hart- en vaatziekten worden na goed overleg met de patiënt ‘geclusterd’ op de vasculaire polikliniek. Patiënten krijgen informatie over hun aandoening en medicijngebruik. Patienten krijgen ook begeleiding bij therapietrouw, leefstijl én (psychosociaal)gedrag. Dit alles is er op gericht het zelfmanagement van de patienten te vergroten. De polikliniek werkt met een multidisciplinair behandelteam bestaande uit de diverse betrokken specialismen en de vasculair verpleegkundigen. Deze verpleegkundige is de centrale hulpverlener. Zij draagt in het multidisciplinaire behandelteam zorg voor de de geïntegreerde behandeling van risicofactoren en leefstijlfactoren. Zij is als casemanager aanspreekpunt voor de patiënt én de betrokken hulpverleners. Plan van aanpak Om tot een betere, duurzamere implementatie van de richtlijn CVRM te komen is samenwerking tussen eerste en tweede lijn van groot belang, zowel op medisch als verpleegkundig niveau. Derhalve werd eind 2007 het Rijnboogproject opgezet waarbij 10 huisartsenpraktijken samen met de vasculaire polikliniek het vasculair risicomanagement voor de eerder genoemde patientencategorie willen verbeteren. Uitgangspunt was de(verbetering van)implementatie van de richtlijn CVRM. Hierbij speelt uitwisseling van kennis(op zowel medisch als verpleegkundig niveau), het kunnen beschikken over gespecialiseerde verpleegkundigen (vasculair verpleegkundige/praktijkondersteuner -POH'er-), ICT-transmuraal EPD een cruciale rol. De Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement zal als handvat dienen voor de patient en zorgverlener voor het in de praktijk toepassen van deze richtlijn. Conclusie Om tot verbetering van vasculair risicomanagement te komen is de implementatie van de richtlijn CVRM essentieel. Samenwerking tussen alle disciplines en met de patiënt is onontbeerlijk. De Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement is een leidraad voor vasculair risicomanagement. In het voorliggende Rijnboogproject zal deze zorgstandaard stap voor stap (verder) geimplementeerd en geevalueerd worden in zowel de eerste als tweede lijn. Er zal onderzocht worden of dit instrument wat gebaseerd is op het Chronic Care Model daadwerkelijk het vasculair risicomanagement verbetert.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
300030007
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2009
2012
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. H.A.H. Kaasjager
Verantwoordelijke organisatie:
Rijnstate Ziekenhuis