Mobiele menu

Impact van de COVID-19 pandemie op patiënten met een inflammatoire reumatische aandoening

Projectomschrijving

In samenwerking met het Target To B! consortium en Sanquin hebben we onderzocht in hoeverre patiënten met immuun-gemedieerde ontstekingsziekten (IMID’s) die worden behandeld met afweeronderdrukkende medicijnen na coronavaccinatie beschermd zijn tegen het doormaken van (ernstige) corona-infecties. Dit is relevant omdat bepaalde afweeronderdrukkende medicijnen de aanmaak van beschermende afweer in het lichaam negatief beïnvloeden. We verzamelden data van 4192 gevaccineerde patiënten met IMID’s en 822 gevaccineerde gezonde controledeelnemers. Uit onze resultaten blijkt dat de meeste patiënten met IMID’s niet vaker of ernstiger ziek worden van corona-infecties na vaccinatie ten opzichte van gezonde controledeelnemers. Alleen patiënten die worden behandeld met B-cel therapie lopen een groter risico om na vaccinatie nog ernstig ziek te worden van een corona-infectie. Onze resultaten laten dus zien dat patiënten niet immuungemedieerde ziekten niet per sé als risicogroep voor een ernstig beloop van COVID-19 gezien hoeven worden, maar dat voorzichtigheid omtrent het voorschrijven van B-cel therapie aan patiënten belangrijk blijft.

Verslagen


Eindverslag

In samenwerking met het Target To B! consortium en Sanquin hebben we onderzocht in hoeverre patiënten met immuun-gemedieerde ontstekingsziekten (IMID’s) die worden behandeld met afweeronderdrukkende medicijnen na coronavaccinatie beschermd zijn tegen het doormaken van (ernstige) corona-infecties. Dit is relevant omdat bepaalde afweeronderdrukkende medicijnen de aanmaak van beschermende afweer in het lichaam negatief beïnvloeden. We verzamelden data van 4192 gevaccineerde patiënten met IMID’s en 822 gevaccineerde gezonde controledeelnemers. Uit onze resultaten blijkt dat SARS-CoV-2 infecties na vaccinatie (doorbraakinfecties) ongeveer even vaak voorkomen bij patiënten met IMIDs en gezonde controledeelnemers, en dat de meeste infecties mild verlopen. Alleen patiënten die worden behandeld met B-cel therapie lopen een groter risico om na vaccinatie nog ernstig ziek te worden van een corona-infectie, maar traditionele risicofactoren (oudere leeftijd, hart- en vaatziekten etc.) blijven ook een belangrijke rol hebben in het ziektebeloop van corona-infecties.

Samenvatting van de aanvraag

Om de verspreiding en ziekte-ernst van het coronavrirus te beperken is het cruciaal om de ruime meerderheid van de wereldbevolking te vaccineren met een effectief vaccin. Effectief houdt idealiter in dat het vaccin voorkomt dat mensen nog ziek worden en besmettelijk zijn wanner zij geïnfecteerd raken met het coronavirus. Doordat er verschillende varianten van het coronavirus ontstaan (zoals de deltavariant) kan het zijn dat de huidige coronavaccins minder effectief zijn, waardoor het risico op een symptomatische (ernstige) doorbraakinfectie (het doormaken van een infectie na vaccinatie) toeneemt. Als deze infecties veel vóórkomen kan de druk op het zorgstelsel weer toenemen, waardoor herinvoering van social distancing maatregelen nodig zal zijn. Om dit te voorkomen is het belangrijk om te onderzoeken welke factoren (bijvoorbeeld bepaalde aandoeningen of medicijnen) het risico op het doormaken van ernstige doorbraakinfecties vergroten, zodat patiëntgroepen in kaart kunnen worden gebracht die baat hebben bij aanvullende vaccinaties. De extra prikkel van aanvullende vaccinaties, eventueel zelfs jaarlijks, kan ervoor zorgen dat de afweerreactie tegen het coronavirus versterkt wordt, zodat men minder snel ziek wordt bij een infectie en dus minder geen gebruik hoeft te maken van zorg. Ernstige doorbraakinfecties verwacht je het eerst te zien bij patiënten met een gestoorde werking van het immuunsysteem, zoals patiënten met een auto-immuunaandoening, omdat deze patiënten vaak behandeld worden met immunosuppressieve medicatie. Wereldwijd lopen er verschillende onderzoeken die op grote schaal het effect van immunosuppressieve medicatie op de afweerreactie na COVID-19 vaccinatie onderzoeken. Deze studies onderzoeken echter veelal alleen het effect op cellulair niveau (bijvoorbeeld de mate waarin antistoffen/specifieke B- of T-cellen worden aangemaakt na vaccinatie) zonder daarbij de link te leggen met de kliniek (in welke mate patiënten nog ziek kunnen worden na vaccinatie). De waarde van laboratoriumstudies is daardoor nog beperkt, omdat niet bekend is in hoeverre de laboratoriumuitkomsten voorspellend zijn voor een bepaalde mate van bescherming tegen (ernstig) ziek worden van het coronavirus. Epidemiologische studies die het vóórkomen van (ernstige) doorbraakinfecties in kaart brengen zijn belangrijk om de vertaalslag te maken tussen resultaten van laboratoriumonderzoek en de kliniek, en daarmee dus om het beleid met betrekking tot aanvullende vaccinaties te bepalen. Ons cohort is zeer geschikt om het risico op doorbraakinfecties voor patiënten met een auto-immuunziekte vanuit epidemiologisch oogpunt vast te stellen, omdat wij beschikken over een grote heterogene groep patiënten (N > 2.000) en controles (N > 800) die relatief oud zijn en daarom in veel gevallen al meerdere maanden volledig zijn gevaccineerd. Uiteindelijk zullen onze resultaten dus bijdragen aan beleidvorming omtrent aanvullende COVID-19 vaccinaties voor patiënten met een auto-immuunziekte. Door specifiek de groepen in kaart te brengen die potentieel baat bij aanvullende vaccinaties hebben, kan zowel overbodig extra vaccineren als het risico op ernstig ziek worden van COVID-19, en daarmee dus COVID-19 gerelateerde kosten, worden beperkt. Daarnaast zullen onze resultaten bijdragen aan de interpretatie van laboratoriumdata, zodat de mechanismen waarop immunosuppressieve medicijnen het immuunsysteem beïnvloeden verder kunnen worden opgehelderd.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
10430022010031
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2021
2022
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
L. Boekel
Verantwoordelijke organisatie:
Reade Research BV